De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vergoeding voor het gebruik van een woning uit een nalatenschap door een deelgenoot

Deze zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van A en B.

De afwikkelingsbewindvoerder vordert een gebruiksvergoeding voor het gebruik door A van de tot de nalatenschap behorende onverdeelde helft van de woning van € 1.666,00 per maand, vanaf 16 september 2021.

De afwikkelingsbewindvoerder legt hieraan het volgende ten grondslag.

A woont sinds 16 september 2021 in de woning.

Gelet op het bepaalde in artikel 3:169 BW moet A de nalatenschap daarom schadeloos stellen.

Voor de hoogte van de gebruiksvergoeding moet volgens de afwikkelingsbewindvoerder worden uitgegaan van (0,5 x) 4% van de waarde van de woning van € 1.000.000,00.

A betwist dat zij een gebruiksvergoeding is verschuldigd.

Deze vordering is in strijd met de eisen van de redelijkheid en de billijkheid die gelden tussen deelgenoten, als bedoeld artikel 3:166 lid 3 BW.

De woning is in slechte staat van onderhoud en stond leeg.

A heeft voorkomen dat de woning werd gekraakt en dat de onderhoudstoestand nog meer zou verslechteren.

De afwikkelingsbewindvoerder, of B, heeft nooit aangegeven een gebruiksvergoeding te willen.

Gezien de deplorabele staat van onderhoud was het niet mogelijk de woning te verhuren.

De nalatenschap is dus geen inkomsten misgelopen en heeft geen schade geleden door het gebruik van de woning door A.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de afwikkelingsbewindvoerder verklaard dat hij de woning kan verhuren op basis van de Leegstandswet.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Gebruiksvergoeding. Gebruik en bewoning door deelgenoot. Gebruikslasten. Onderhoudskosten. Verhuur. Redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

Artikel 3:169 BW bepaalt dat iedere deelgenoot bevoegd is een gemeenschappelijk goed te gebruiken.

De Hoge Raad heeft bepaald dat dit artikel ook meebrengt dat de deelgenoot die het goed met uitsluiting van de ander gebruikt, verplicht is de ander schadeloos te stellen voor het feit dat hij geen gebruik kan maken van zijn eigendom, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding (Hoge Raad 22 december 2000, HR:2000:AA9143).

Deze vergoeding wordt toegekend als en voor zover de rechter dat redelijk en billijk vindt.

Tijdens de mondelinge behandeling is ten aanzien van de lasten met betrekking tot de woning het volgende vast komen te staan.

Er rust geen hypotheek op de woning.

De verzekeringspremies worden uit de nalatenschap betaald.

A betaalt de gebruikerslasten zoals gas, water, licht, rioolrecht en onroerende zaakbelasting.

Verder heeft A onderhoudskosten betaald en heeft zij de aanschrijving van de gemeente opgelost, voor zover het de buitenkant van de woning betreft.

Vast staat dat partijen geen afspraken hebben gemaakt over het gebruik van de woning door A en dat de afwikkelingsbewindvoerder A niet eerder om een gebruiksvergoeding heeft verzocht dan bij de dagvaarding van 16 februari 2024, terwijl A sinds september 2021 in de woning verblijft.

A betaalt vrijwel alle lasten die verbonden zijn aan de woning.

De afwikkelingsbewindvoerder stelt dat het gebruik door A verkoop van de woning in de weg staat.

Nu A toedeling van de woning aan haar wenst en de rechtbank de woning (onder opschortende voorwaarde) aan haar zal toedelen, gaat de rechtbank hieraan voorbij.

Bovendien is A al voor 3/4e onverdeeld aandeel eigenaar van de woning.

Overigens is niet gesteld of gebleken dat B – als andere deelgenoot – de woning op enig moment had willen gebruiken.

Zij is dan ook niet verstoken geweest van het gebruik van de woning, zodat daarin geen grondslag is gelegen voor een gebruiksvergoeding.

De afwikkelingsbewindvoerder heeft voorts niet concreet gemaakt dat zij de woning op enig moment had willen verhuren en dat dit werd doorkruist door het gebruik door A.

Verder is nog van belang dat uit het taxatierapport blijkt dat de woning niet veilig bewoonbaar is en in slechte staat van onderhoud verkeert.

Dit maakt dat het niet plausibel is dat de woning verhuurd kan worden.

In het taxatierapport staat onder meer:

De woning dient geheel te worden gerenoveerd en is niet veilig bewoonbaar” en “Tijdens de opname was mevrouw K (eigenaar voor 3/4 aandeel) aanwezig. Zij vertelde te wonen op het getaxeerde adres. Gezien de slechte staat van onderhoud, is mijn vermoeden, dat zij niet permanent woonachtig is op dit adres.

De rechtbank acht op grond van de eisen van de redelijkheid en billijkheid een gebruiksvergoeding onder deze omstandigheden niet op zijn plaats.

De gevorderde gebruiksvergoeding wordt dan ook afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.