Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de eigendomsrechten van aandelen in een besloten vennootschap tot de nalatenschap behoorden.

Appellant en geïntimeerden zijn broers en zussen van elkaar en erfgenamen van hun moeder en vader die kort na elkaar in 2022 zijn overleden.

Partijen twisten over de vraag of de aandelen in de B.V. (hierna: de bv) deel uitmaken van de nalatenschap van moeder of vader

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Behoort de eigendom van de aandelen in de BV tot de nalatenschap? Onverdeeld aandeel in een ontbonden huwelijksgemeenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Moeder en vader hebben in 2013 hun huwelijksvermogensregime houdende een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen gewijzigd, zodat vanaf toen een algehele gemeenschap van goederen bestond.

Daartoe behoorden de aandelen in de bv.

Moeder en vader hebben in 2013 ook testamenten gemaakt.

In de testamenten is de wettelijke verdeling buiten toepassing verklaard.

Vader en moeder hebben elkaar voor 1/100e deel van hun nalatenschap tot erfgenaam benoemd en hun kinderen gezamenlijk voor het resterende deel.

Moeder is in 2022 overleden.

Daardoor is de huwelijksgemeenschap ontbonden en is een bijzondere gemeenschap ontstaan (artikelen 3:189 – 3:194 BW), waarin als deelgenoten vader (50,5% onverdeeld aandeel) en de kinderen (ieder 9,9% onverdeeld aandeel) optraden.

Vader is overleden op 10 april 2022 met achterlating van zijn vijf kinderen als zijn enige erfgenamen, ieder voor een gelijk deel.

Daardoor is ieder van de kinderen, onder wie appellant, voor één vijfde (20%) onverdeeld aandeel gerechtigd in de ontbonden huwelijksgemeenschap van hun ouders.

Zolang de aandelen niet zijn verdeeld en geleverd aan een van de deelgenoten, behoren die aandelen tot de ontbonden huwelijksgemeenschap en heeft ieder van de deelgenoten, en dus ook appellant, één vijfde onverdeeld aandeel in de aandelen in de bv.

Voor de levering van aandelen ter uitvoering van een overeenkomst van schenking (verkrijging onder bijzondere titel) is een notariële akte vereist (artikel 2:196 BW).

Tussen partijen staat vast dat zo’n notariële leveringsakte waarbij aandelen ten titel van schenking aan appellant zijn overgedragen niet is verleden.

Het overige vier vijfde (80%) onverdeeld aandeel in de ontbonden huwelijksgemeenschap is daarom niet door appellant in juridische eigendom verkregen.

Appellant heeft daarnaast zijn stelling dat hij economisch eigenaar van de aandelen is geworden onvoldoende onderbouwd.

Met het begrip economische eigendom wordt in de praktijk gedoeld op het bestaan van een aantal verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot een goed, die niet in alle gevallen dezelfde inhoud behoeven te hebben.

Hij heeft niet goed toegelicht wat vader heeft gedaan om tussen hen een economische eigendomsverhouding te laten ontstaan en welke verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen er zijn ontstaan ten aanzien van de aandelen in de bv.

Hij heeft aan zijn stelling bovendien geen gevolgen verbonden in de door hem gevorderde verklaring voor recht die alleen ziet op de juridische eigendom van de aandelen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.