De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over het ontslag van een testamentair bewindvoerder.

Verzoekster verzoekt de kantonrechter om verweerster te ontslaan als bewindvoerder en om in haar plaats een opvolgend professioneel bewindvoerder te benoemen

Erfrecht. Testamentair bewind. Ontslag van de bewindvoerder. Gewichtige reden. Tegengesteld belang bewindvoerder en erfgenaam. Tweetrapsmaking. Wantrouwen. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van het bepaalde in artikel 4:164 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet de kantonrechter toetsen of sprake is van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontslag van de testamentair bewindvoerder.

Met gewichtige redenen wordt bedoeld de situatie dat de bewindvoerder in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen of dat hij ongeschikt is geworden het bewind te voeren.

Daarnaast kunnen verstoorde verhoudingen en wantrouwen ook een gewichtige reden zijn voor ontslag als dit is gebaseerd op concrete en objectieve feiten.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak duidelijk sprake is van tegenstrijdige belangen.

Verzoekster is immers enig erfgenaam en heeft de bevoegdheid om de nalatenschap op te maken (‘verteren’) en verweerster is de verwachter.

Dat heeft tot gevolg dat alles wat minder wordt uitgegeven na overlijden van verzoekster naar verweerster gaat.

Daarin is het belang van verweerster gelegen, terwijl voor verzoekster van belang is om haar leven op dezelfde levensstandaard voort te zetten.

Verder weegt mee dat het bewind is ingesteld om deze belangen van verzoekster te beschermen.

Verweerster stelt weliswaar dat erflater met het bewind heeft bedoeld om ook haar belangen als lastbevoordeelde te beschermen en dat dit uit het concept-testament blijkt.

Maar dit concept-testament is niet gepasseerd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat.

Bovendien heeft verweerster ook niet betwist dat sprake is van tegenstrijdige belangen.

Zij voert aan dat deze tegenstrijdige belangen verzoekster niet hebben weerhouden om verweerster te laten benoemen tot bewindvoerder.

Maar dat doet niet af aan de aanwezigheid van de tegenstrijdige belangen.

Deze tegenstrijdige belangen maken dat er strengere eisen worden gesteld aan het vertrouwen in de bewindvoerder.

De kantonrechter overweegt dat het vrij uitzonderlijk is dat verweerster als verwachter tot bewindvoerder is benoemd.

Dit gevoelige evenwicht tussen bezwaarde en verwachter/bewindvoerder kan alleen worden bewaard als de verstandhouding en de communicatie tussen partijen goed is.

Het is de kantonrechter op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting gebleken dat hiervan geen sprake is.

Niet uitgesloten is dat de omstandigheid dat erflater en verweerster een buitengerechtelijk relatie hadden waarvan verzoekster, naar haar zeggen geen weet had, hierbij een rol speelt.

De keuze die verweerster heeft gemaakt om het leefgeld niet langer aan verzoekster te betalen, terwijl verweerster wel de last/lijfrente van € 8.000 per maand aan zichzelf heeft betaald, is dit evenwicht (ook) niet ten goede gekomen.

Daarmee heeft verweerster in ieder geval de schijn gewekt dat zij het onder het testamentair bewind vallende erfdeel niet onafhankelijk en uitsluitend in het belang van verzoekster beheert.

Hetzelfde overweegt de kantonrechter ten aanzien van het voorstel van verweerster om de woning van verzoekster, waar zij al dertig jaar woont, te willen verkopen teneinde schulden van de nalatenschap te voldoen, daar waar er meerdere huurpanden kunnen worden verkocht.

Daarnaast twisten partijen over (de hoogte van) de belastingaangifte en menen zij over en weer dat de ander een schuld van ongeveer € 500.000 aan de nalatenschap heeft.

Daarmee is voldoende komen vast te staan dat verzoekster hierdoor geen vertrouwen in verweerster als bewindvoerder (meer) heeft en dat dit is gebaseerd op concrete en objectieve feiten.

Daarom is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontslaan van verweerster uit haar functie als testamentair bewindvoerder in de zin van artikel 4:164 lid 2 BW.

De kantonrechter zal D, voornoemd, benoemen als opvolgend bewindvoerder.

Verweerster heeft geen (inhoudelijk) verweer gevoerd tegen D als opvolgend bewindvoerder anders dan dat deze zich moet inlezen en dat dit kosten met zich brengt.

De kantonrechter vindt dit geen doorslaggevend argument omdat dit heeft te gelden bij elke opvolgend bewindvoerder.

Verweerster voert aan dat dit niet het geval is bij S omdat hij het dossier al kent.

De kantonrechter wijst het verzoek van verweerster om S te benoemen echter af omdat er conflicten tussen partijen zijn ontstaan over keuzes die zijn opgenomen in de boedelbeschrijving die ten overstaan van S is opgemaakt.

Bovendien heeft D zich bereid verklaard en heeft de kantonrechter de indruk dat een frisse blik in deze zaak gewenst is.

Op grond van artikel 4:160 lid 1 BW dient de testamentair bewindvoerder die door de kantonrechter is benoemd een afschrift van de boedelbeschrijving in te leveren ter griffie van in dit geval de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam.

De testamentair bewindvoerder dient bovendien op grond van artikel 4:161 lid 1 BW, laatste zin, aldus van rechtswege, jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter.

Ten overvloede wijst de kantonrechter de te benoemen testamentair bewindvoerder erop dat het testament van erflater en de wetsbepalingen van dwingend recht zoals bepaald in Afdeling 7 van Titel 5 van het BW het regime van het testamentair bewind bepalen.

Het vermogen verkregen uit de nalatenschap betreft een afgescheiden vermogen van het overig vermogen van verzoekster.

Het afgescheiden vermogen dient afzonderlijk te worden geadministreerd en er mag geen vermenging optreden met het overige aanwezige vermogen van verzoekster.

Volledigheidshalve wijst de kantonrechter er nog op dat verweerster op grond van artikel 4:161 lid 1 BW verplicht is om rekening en verantwoording af te leggen, onder meer aan de opvolgend testamentair bewindvoerder.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.