De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of in de verkoop van onroerend goed onder de taxatiewaarde een gift besloten lag.
In 2020 is overleden de erflater.
Erflater en erflaatster hebben bij testament van 24 juli 2019 over hun nalatenschap beschikt.
In de testamenten hebben zij over en weer elkaar en hun dochter tot erfgenaam benoemd.
Erflater en erflaatster hebben tot executeur benoemd A.
A is de broer van erflater.
C heeft na het overlijden van erflater en erflaatster tijdig een beroep gedaan op de legitieme portie.
De winkelruimte te Den Haag is sinds de Tweede Wereldoorlog in eigendom geweest van de familie van erflater.
Op 18 december 2006 heeft Bedrijfsmakelaardij X in opdracht van erflater de winkelruimte te Den Haag getaxeerd.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Legitieme. Gift. Bevoordelingsbedoeling. Ligt in de verkoop van onroerend goed onder de taxatiewaarde een gift besloten? Kwijtschelding.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank overweegt dat als gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt (artikel 7:186 lid 2 BW).
Hiervoor is niet alleen vereist dat er sprake is van bevoordeling, maar ook van de wil tot bevoordeling.
De gever moet de bedoeling hebben om de ontvanger te verrijken (HR 15 juni 1994, NJ 1995/577 en HR 12 juli 2002, HR:2002:AD7272).
Of een bevoordelingsbedoeling aanwezig was, dient aan de hand van de omstandigheden van het geval te worden vastgesteld (PHR 25 oktober 2019, PHR:2019:1083).
De rechtbank heeft op de mondelinge behandeling van 8 augustus 2024 bij wijze van voorlopig oordeel aan partijen medegedeeld dat zij in het eindvonnis waarschijnlijk tot het oordeel zou komen dat in verband met de verkoop van de winkelruimte sprake is van een gift aan C.
Uit het taxatierapport van 18 december 2016 volgt namelijk dat de winkelruimte getaxeerd was op een waarde van € 328.000, en uit de nota van afrekening van 19 juli 2007 volgt dat C voor de winkelruimte een koopsom van € 239.954 heeft betaald.
C heeft, ook na vragen van de rechtbank op de mondelinge behandeling van 8 augustus 2024, geen goede verklaring kunnen geven waarom bij de koopovereenkomst ten gunste van C van de getaxeerde waarde was afgeweken.
C had daarmee, met andere woorden, onvoldoende gemotiveerd weersproken dat in de koopovereenkomst een wil van de erflater besloten lag om C te bevoordelen.
De na de mondelinge behandeling als productie door A overgelegde akte van levering van 19 juli 2007 werpt echter een ander licht op de zaak.
Uit de akte van levering volgt dat tegelijk met de levering van de winkelruimte aan C, erflater, erflaatster en C hebben beoogd om de commanditaire vennootschap te ontbinden, en alle activa en passiva over te dragen aan C.
Daarbij is rekening gehouden met een belastinglatentie wegens de beëindiging van de commanditaire vennootschap.
De winkelruimte is tegen een waarde van € 325.000 in de verrekening betrokken, alleen is op de koopprijs een belastinglatentie wegens de beëindiging van de commanditaire vennootschap in mindering gebracht.
Uit de akte van levering volgt dat C, na verrekening, per saldo nog een bedrag diende te betalen te betalen van € 239.954.
Dit betekent dat C de winkelruimte dus min of meer tegen de getaxeerde waarde heeft overgenomen.
Gelet hierop heeft A zijn stelling dat erflater bij de verkoop van de winkelruimte de wil heeft gehad om C te bevoordelen onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd.
A heeft nog wel betoogd dat van een belastinglatentie geen sprake kan zijn geweest, maar hij heeft dit betoog onvoldoende handen en voeten gegeven.
De rechtbank acht daarbij van belang dat de akte van levering is opgesteld door een notaris die zich van het bestaan van de belastinglatentie moet hebben vergewist.
Dat bijna twintig jaar later niet meer kan worden achterhaald hoe de belastinglatentie precies is berekend, is onvoldoende om aan te nemen dat erflater, erflaatster en C een ‘fiscale truc’ hebben uitgehaald.
De rechtbank gaat daarom aan dit betoog van A voorbij.
Het voorgaande betekent dat slechts het op de koopsom kwijtgescholden bedrag van € 22.048 kan worden aangemerkt als een gift.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.