Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Midden-Nederland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan in een geschil tussen zeven erfgenamen over de vereffening en de verdeling van de nalatenschap.
In 2007 is de erflater overleden. Erflater heeft als zijn enige erfgenamen achtergelaten zijn kinderen alsmede zijn kleinkinderen (die de plaats van hun aan erflater voor-overleden vader vervullen).
Na het overlijden van erflater in 2007 is tussen de erfgenamen een geschil ontstaan over de afwikkeling van zijn nalatenschap.
Een aantal erfgenamen wil tot de verdeling van de erfenis overgaan, de andere erfgenamen stellen echter dat de erfenis eerst vereffend dient te worden, voordat tot verdeling van de erfenis kan worden overgegaan.
De vereffening en verdeling van de nalatenschap.
De rechter oordeelt als volgt.
De wettelijke vereffening
De erfgenamen hebben als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de andere erfgenamen niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden in hun vorderingen.
Zij wijzen erop dat de nalatenschap door enkele erfgenamen beneficiair is aanvaard, zodat de nalatenschap volgens de regels van de wettelijke vereffening dient te worden afgewikkeld.
De vereffening dient aan te vangen met een boedelbeschrijving. Op dit moment ontbreekt volgens de erfgenamen een volledige boedelbeschrijving.
De vereffening is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de erfgenamen die eerst dient te worden voltooid voordat de door de andere erfgenamen gevorderde verdeling aan de orde kan komen, aldus de advocaat van de erfgenamen. Tijdens de comparitie is namens de erfgenamen het subsidiaire standpunt ingenomen dat deze procedure dient te worden aangehouden in afwachting van de vereffening.
De rechter overweegt als volgt.
Volgens het arrest van 19 mei 2017 van de Hoge Raad (HR:2017:939) – waar de advocaat van de erfgenamen ook naar hebben verwezen, geldt het volgende beoordelingskader.
“Artikel 4:202 lid 1, aanhef en onder a, BW bepaalt dat een nalatenschap moet worden vereffend volgens de voorschriften van afdeling 4.6.3 BW wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen.
Volgens artikel 4:195 lid 1 BW zijn alle erfgenamen vereffenaar als een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard. Is een nalatenschap door een van de erfgenamen beneficiair aanvaard, dan rust dus op alle erfgenamen van die nalatenschap de verplichting tot vereffening en zijn zij allen vereffenaar.
De vereffenaar heeft tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen (Hoge Raad, 17 mei 2013, HR:2013:BZ3643, NJ 2013/488).
De verplichting tot vereffening van de nalatenschap in geval van beneficiaire aanvaarding door een of meer erfgenamen, strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap.
Daarbij is van belang dat schuldeisers van de nalatenschap hun vorderingen in geval van beneficiaire aanvaarding in beginsel slechts op de goederen der nalatenschap kunnen verhalen (artikel 4:184 lid 1 BW), tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden waarin verhaal op het vermogen van een erfgenaam mogelijk is (bijvoorbeeld artikel 4:184 leden 2 en 3 BW, en artikel 4:220 lid 2 BW).
Uitgangspunt is dat de erfgenamen de vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap behoren te voltooien alvorens de nalatenschap te verdelen teneinde te waarborgen dat de vorderingen van de schuldeisers van de nalatenschap zoveel mogelijk daadwerkelijk uit de nalatenschap worden voldaan.
In het licht van het voorgaande rust op de erfgenaam die verdeling vordert van een nalatenschap die door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard, in beginsel de plicht om feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan volgen dat de schulden van de nalatenschap zijn voldaan.
De rechter kan een partij die niet voldoet aan die stelplicht bevelen haar stellingen zodanig toe te lichten dat de rechter in het verdelingsgeschil kan beoordelen of de vereffening is voltooid (artikel 22 Rv).
Is de vereffening naar het oordeel van de rechter niet voltooid of is over de voltooiing onvoldoende uitsluitsel verkregen, dan dient de rechter in overleg met partijen te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om desondanks op de grondslag van de vordering en het verweer te beslissen op een wijze die ook voldoende rekening houdt met de belangen van schuldeisers van de nalatenschap.
Daarbij kan worden gedacht aan het aanhouden van de zaak totdat alsnog vereffening heeft plaatsgevonden, aan een verdeling onder voorwaarden die de positie van schuldeisers waarborgt, of aan een gedeeltelijke verdeling die de rechten van schuldeisers van de nalatenschap onverlet laat. Voor zover deelgenoten in de nalatenschap schuldeisers van de nalatenschap zijn, bestaat eventueel de mogelijkheid dat hun aanspraken worden betrokken in de verdeling”.
Geen van de erfgenamen heeft concreet gesteld dat tot de nalatenschap nog niet voldane schulden behoren.
Evenmin is aannemelijk dat zich nu meer dan tien jaar na het openvallen van de nalatenschap alsnog schuldeisers van de nalatenschap zullen melden. Bovendien zullen de gezamenlijke erfgenamen zich in dat geval op verjaring kunnen beroepen.
Nu de vereffening het belang van de schuldeisers van de nalatenschap dient en deze schuldeisers ontbreken, bestaat geen grond om de erfgenamen in hun vordering tot verdeling niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de procedure aan te houden ten behoeve van de vereffening.
Tot de nalatenschap behoren wel een aantal vorderingen. Dit betreffen echter alle vorderingen op erfgenamen als deelgenoten waarvoor geldt dat deze op de voet van artikel 4:228 lid 1 BW en 3:184 lid 1 BW bij de verdeling in aanmerking genomen dienen te worden, waarbij de schuld van de deelgenoot wordt toegerekend op diens aandeel (Hoge Raad, 8 september 2000, HR:2000: AA7043, NJ 2000, 604).
Hierbij verdient wel opmerking dat voor één van deze vorderingen van de nalatenschap geldt dat naast gedaagde ook haar echtgenoot debiteur is van de betreffende vordering. Ook dit is echter geen reden om niet tot verdeling over te gaan. Voor zover de nalatenschap een vordering heeft op een erfgenaam zal deze vordering in de verdeling worden betrokken.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over het kindsdeel of over de legitieme, over het opstellen van een boedelbeschrijving, over het zuiver dan wel het beneficiair aanvaarden van een erfenis of over de verdeling van een erfenis door de rechter, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.