Het Gerechtshof Den Haag heeft op 6 april 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er een rechtmatig belang bestond bij een incidentele vordering tot overlegging van informatie over een nalatenschap en over de vraag of deze vordering wel voldoende concreet gemaakt was om toe te kunnen kennen.

Erflater is op 2 augustus 2016 overleden.

Erflater heeft voor het laatst bij testament de dato 17 november 2011 over zijn nalatenschap beschikt.

Uit het testament van erflater volgt dat geïntimeerde door erflater is benoemd tot executeur, welke benoeming geïntimeerde heeft aanvaard.

De kern van het geschil in de hoofdzaak is de omvang en samenstelling van de nalatenschap van erflater.

Erfrecht. Omvang van nalatenschap. Incidentele vordering tot inzage en overlegging informatie over nalatenschap. Rechtmatig Belang? Bepaaldheid van de vordering.

De rechter oordeelt als volgt.

Een vordering op grond van artikel 843a Rv kan worden ingesteld als een incidentele vordering in een hoofdprocedure, aldus Hoge Raad 6 oktober 2006 NJ 2006/547.

Artikel 843a lid 1 Rv luidt als volgt:

“Hij die daarbij rechtmatig belang heeft, kan op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Onder bescheiden worden mede verstaan: op een gegevensdrager aangebrachte gegevens.”.

Dit artikel heeft betrekking op de bijzondere exhibitieplicht in en buiten rechte.

Het biedt een partij de mogelijkheid kennis te nemen van een schriftelijk bewijsmiddel dat haar in beginsel wel bekend is, maar niet in haar bezit is.

Er is geen sprake van een algemeen inzagerecht.

De omschrijving van de gewenste stukken moeten zodanig zijn dat kan worden vastgesteld of de partij die inzage wenst wel een rechtmatig belang heeft bij die stukken.

Appellanten hebben recht op inzage van stukken met betrekking tot de vaststelling van de nalatenschap van erflater en van erflaatster.

Uit de gewisselde processtukken volgt dat geïntimeerde appellanten ruimschoots heeft geïnformeerd over de omvang en samenstelling van de nalatenschap van erflater en dat zij geen bescheiden heeft met betrekking tot de nalatenschap van erflaatster, die in 1965 is overleden.

Appellanten hebben van geïntimeerde onder meer verkregen de aangiften en aanslagen IB van erflater over de periode 2001 tot en met sterfdatum van erflater.

Alleen al op basis van deze aangiften en aanslagen kunnen appellanten het verloop van het vermogen van erflater over vele jaren volgen.

Mede gezien de grote hoeveelheid informatie die geïntimeerde reeds heeft verstrekt is het hof van oordeel dat appellanten met betrekking tot hun vordering niet aan hun stelplicht hebben voldaan vanwege de onbepaaldheid van de stukken waarvan inzage wordt gevorderd.

De vordering dient derhalve te worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over informatieverstrekking in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.