De Rechtbank Rotterdam heeft op 4 oktober 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er voldoende belang bestond voor de benoeming van een vereffenaar door de rechter.
Erflater woonde op het moment dat hij overleed in R.
Gelet op deze woonplaats is de rechtbank Rotterdam, op grond van artikel 268 lid 1 Rv, bevoegd om van de zaak kennis te nemen.
Verzoeksters hebben aan hun verzoek aanvankelijk artikel 4:204 lid 1 sub b BW ten grondslag gelegd.
Nadat bekend was geworden dat de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, hebben verzoeksters de grondslag voor hun verzoek gewijzigd naar artikel 4:203 BW.
Het feit dat de nalatenschap van erflater door de erfgenamen beneficiair is aanvaard, brengt mee dat de erfgenamen gehouden zijn de nalatenschap gezamenlijk op de wettelijk voorgeschreven wijze te vereffenen.
Op grond van artikel 4:203 lid 1 sub b BW kan de rechtbank evenwel op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar benoemen.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat verzoeksters niet is gebleken dat verweerders beschikken over specifieke deskundigheid om de nalatenschap van erflater zelf te beheren en te vereffenen.
Daarnaast zijn verzoeksters niet bekend met een opdracht aan een derde die over voldoende deskundigheid beschikt om de nalatenschap te kunnen vereffenen.
Tot op heden hebben de erfgenamen verzoeksters niet opgeroepen om hun vorderingen in te dienen.
Op 8 januari 2021 heeft mr. B verweerders aangeschreven met het verzoek het door erflater van verzoeksters geleende geld inclusief rente aan verzoeksters te voldoen.
In reactie daarop hebben verweerders op 22 januari 2021 te kennen gegeven dat zij de nalatenschap op korte termijn zouden verwerpen.
Uiteindelijk hebben zij de nalatenschap beneficiair aanvaard, maar zij hebben geen contact met verzoeksters opgenomen met betrekking tot het afwikkelen van de nalatenschap en het voldoen van de vorderingen van verzoeksters.
Verzoeksters stellen voorts dat sprake is van een onoverkomelijke belangenverstrengeling tussen de nalatenschapsboedel en de erfgenamen.
Verzoeksters hebben er belang bij dat een professioneel vereffenaar de vereffening ter hand neemt, zodat de rechten van verzoeksters worden gewaarborgd.
Verweerders betwisten dat zij niet zelf de nalatenschap zouden kunnen beheren en vereffenen en ontkennen dat sprake zou zijn van enige belangenverstrengeling.
Verweerders vragen zich af hoeveel zin het heeft een professionele vereffenaar te benoemen voor de afwikkeling van een negatieve nalatenschap.
De benoeming van een vereffenaar zal onnodig extra kosten met zich brengen.
Erfrecht. Vereffening. Verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Belang. Toetsing. Trage afwikkeling van de nalatenschap. Benodigde deskundigheid.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat uit het thans voorliggende procesdossier en ook uit hetgeen door en namens verzoeksters en verweerders ter zitting is verklaard, voldoende is gebleken van een belang van verzoeksters bij de benoeming van een vereffenaar.
Verweerders hebben pas ruim acht maanden na het overlijden van erflater een keuze gemaakt ter zake de aanvaarding van de nalatenschap en zij hebben pas na ruim tien maanden een (zeer summiere) boedelbeschrijving opgesteld en ter griffie ingediend.
Van de erfgenamen mocht een actievere houding worden verwacht.
Hoewel verweerders in hun verweerschrift hebben aangegeven dat zij de nalatenschap op korte termijn zouden afwikkelen met behulp van de door hen ingeschakelde notaris, is van enige aanvang van de afwikkeling niet gebleken.
De rechtbank zal daarom een professionele vereffenaar benoemen die de rechten van de nalatenschap kan waarborgen.
Mr. B, verbonden aan de besloten vennootschap Uw Vereffenaar B.V., heeft op 3 maart 2021 schriftelijk verklaard dat die vennootschap, althans hijzelf in persoon, bereid is de benoeming tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater te aanvaarden.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de vraag gesteld of mr. B als vereffenaar voldoende objectief kan opereren, naar aanleiding waarvan de advocaat van verweerders te kennen heeft gegeven dat benoeming van mr. B onbestaanbaar zou zijn.
Gelet echter op de omstandigheid dat de optie voor benoeming van een andere beroepsvereffenaar ontbreekt, gelet op het feit dat mr. Bakker advocaat is en onderworpen is aan de regels van zijn beroepsgroep, alsmede gelet op zijn toezegging om, vóórdat de vorderingen van verzoeksters ter verificatie zullen worden ingediend, de erfgenamen zullen worden geïnformeerd, zal de rechtbank mr. B benoemen tot vereffenaar.
De benoeming tot vereffenaar dient door de vereffenaar te worden bekendgemaakt in de (digitale) Staatscourant.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de benoeming van een vereffenaar of executeur, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.