Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 12 oktober 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van misleiding van moeder bij de verkoop van de aandelen aan twee van haar kinderen, waardoor de nalatenschap, na haar overlijden, per saldo minder groot was geworden.
In de onderhavige procedure vorderen geïntimeerde ingevolge artikel 3:185 BW de wijze van verdeling van de nalatenschap van moeder vast te stellen.
Appellante stelt tot dat geïntimeerden in 2000 voor de aandelen van de onderneming van moeder feitelijk te weinig aan moeder hebben betaald, waardoor het deel dat te weinig is betaald onderdeel van de nalatenschap van moeder behoort te zijn.
Appellante legt hieraan ten grondslag dat geïntimeerden onrechtmatig hebben gehandeld door moeder bewust te misleiden.
Zo hebben zij met de accountant samengespannen om de onderneming/aandelen voor een zo laag mogelijke prijs over te nemen.
Appellante verwijst onder meer naar verschillende posten, die niet in de jaarrekening van 1999 opgenomen hadden mogen worden of voor een te laag bedrag zijn opgenomen ten gevolge waarvan de waarde van de onderneming is verlaagd.
Geïntimeerde bestuurden in die tijd al informeel de onderneming en namen de beleidsbeslissingen namens moeder.
Zij hebben moeder laten tekenen dat de cijfers geen onregelmatigheden bevatten.
De schade die wordt veroorzaakt door dit handelen van geïntimeerden moet worden vergoed, aldus appellante.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Onrechtmatige daad. Is er door misleiding een te lage prijs betaald voor de verkoop van de aandelen van moeder aan kinderen? Bewijs en bewijslast.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof overweegt dat appellante zich enkel beroept op het onrechtmatig handelen van geïntimeerden door het bewust misleiden van moeder, wat door hen gemotiveerd wordt betwist.
Appellante heeft ter zitting aangegeven dat bij de verkoop van de aandelen geen sprake is geweest van een schenking nu geen sprake is geweest van een bewuste handeling van moeder.
Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust de stelplicht en zo nodig bewijslast van het bewust misleiden van moeder door geïntimeerden op appellante.
Zij stelt weliswaar het een en ander ten gevolge waarvan moeder misleid zou zijn, maar zij heeft dit naar het oordeel van het hof – gezien de betwisting door geïntimeerden– onvoldoende onderbouwd.
Het had op haar weg gelegen om bijvoorbeeld een accountantsverklaring in het geding te brengen waaruit zou volgen dat in de jaarrekening 1999 posten niet op de juiste manier waren opgenomen ten gevolge waarvan de verkoopprijs te laag is vastgesteld.
Ook heeft appellante niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat geïntimeerden in 1999 informeel de beleidsbeslissingen namen zonder overleg met moeder.
Omdat zij dit heeft nagelaten, kan niet worden geconcludeerd dat geïntimeerden moeder bewust hebben misleid ten gevolge waarvan de aandelen van de onderneming tegen een te lage prijs is verkocht.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over aandelen in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.