Het Gerechtshof Den Haag heeft op 14 september 2021 uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een ondeelbare rechtsverhouding zodat de gezamenlijke erfgenamen van erflaatster alsnog moeten worden opgeroepen.

Appellante en geïntimeerde zijn schoonzuster en zwager van elkaar.

Geïntimeerde was in de wettelijke gemeenschap van goederen gehuwd met de zuster van appellante (erflaatster).

Uit dit huwelijk zijn drie, thans meerderjarige kinderen geboren (hierna: de kinderen).

Het huwelijk is in 2014 ontbonden door het overlijden van erflaatster.

Appellante stelt zich in het incident, kort samengevat – op het standpunt dat in de onderhavige zaak sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding.

Haar is eerst uit voormelde akte van levering van de garage gebleken dat geïntimeerde niet als enige gerechtigd is tot een aandeel in de garage, zoals hij in eerste aanleg heeft gesteld en waarvan appellante ook steeds is uitgegaan, maar dat hij tezamen met zijn drie kinderen gerechtigd is tot de onverdeelde helft van de garage.

Deze kinderen hadden dus betrokken moeten worden bij de verdeling van de garage en de verdeling van de verkoopopbrengst.

Dit heeft ook gevolgen voor de door appellante gevorderde gebruiksvergoeding voor zover deze ziet op de jaren 2002 (het jaar van overlijden van de moeder) tot en met 2014 (het jaar van overlijden van erflaatster).

De gebruiksvergoeding over die periode had gevorderd moeten worden van de gezamenlijke erfgenamen van erflaatster en niet alleen van geïntimeerde.

Zolang geïntimeerde geen duidelijkheid verschaft over de inhoud van het testament van erflaatster en daarmee over zijn gerechtigheid tot de garage en zijn draagplicht voor de schulden van de nalatenschap van erflaatster, gaat appellante er vanuit dat de kinderen van geïntimeerde alsnog in het geding moeten worden opgeroepen.

Erfrecht. Procesrecht. Exceptio plurium litis consortium. Vraag of sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding zodat de gezamenlijke erfgenamen alsnog moeten worden opgeroepen. Verdeling. Gebruiksvergoeding.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof overweegt als volgt.

Bij arrest van 10 maart 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat in geval van een vordering die een rechtsverhouding betreft waarbij het rechtens noodzakelijk is dat een beslissing daarover in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen (een zogeheten processueel ondeelbare rechtsverhouding), de rechter de beslissing over die vordering slechts kan geven in een geding waarin allen die bij die rechtsverhouding zijn betrokken, partij zijn, zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt.

Dat geldt zowel in eerste aanleg als na aanwending van een rechtsmiddel.

Wanneer een partij een dergelijke beslissing wil uitlokken, dienen dan ook alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te worden geroepen, zowel in eerste aanleg, als in volgende instanties (HR:2017:411 en HR:2021:177).

Iedere partij in een procedure over een processueel ondeelbare rechtsverhouding heeft het recht om verweer te voeren, dus ook in hoger beroep. Voorts kan ieder van hen incidenteel beroep instellen.

Laat degene die een beslissing wil uitlokken over een processueel ondeelbare rechtsverhouding na om alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te roepen, dan dient de rechter ook ambtshalve de gelegenheid te geven om de niet opgeroepen betrokkenen alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het hof dient derhalve te beoordelen of in casu sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding.

Het hof stelt voorop dat vanwege de uitsluitingsclausule in het testament van de moeder het onverdeeld aandeel van erflaatster in de nalatenschap van de moeder – daarin begrepen de garage – tot haar privévermogen is gaan behoren en niet in de tussen erflaatster en geïntimeerde bestaande huwelijksgemeenschap is gevallen.

Krachtens haar testament zijn geïntimeerde en de kinderen de erfgenamen van erflaatster.

Zij zijn rechtsopvolgers onder algemene titel van erflaatster en daarmee deelgenoten wat onder meer het onverdeelde aandeel in de garage betreft.

De wijze waarop de rechtbank de verdeling van de garage heeft gelast, namelijk: verkoop en levering van de garage aan een derde met verdeling van de verkoopopbrengst bij helfte, gaat derhalve niet alleen appellante en geïntimeerde maar ook de kinderen aan.

Zij zijn allen bij die rechtsverhouding betrokken.

Het (keuze)legaat aan geïntimeerde, dat in het testament is opgenomen, heeft niet tot gevolg dat geïntimeerde alleen over de garage kon beschikken: dit legaat heeft immers geen goederenrechtelijke werking.

Een levering van de aandelen in de garage van de kinderen aan geïntimeerde heeft niet plaatsgevonden; dat blijkt uit de akte van levering van 8 april 2021 van de garage aan een derde, waarbij de medewerking van de kinderen noodzakelijk was.

Nu de garage inmiddels aan een derde is geleverd en geïntimeerde zich op het standpunt stelt dat de nalatenschap van erflaatster tussen hem en de kinderen is verdeeld met de uitkering van een geldbedrag, kan de vraag worden gesteld of er nog enig belang is bij het oproepen van de kinderen in de procedure waar het de kwestie van de verdeling van de opbrengst van de garage betreft.

Dit geldt echter niet voor de gevorderde gebruiksvergoeding.

Dit betreft een vordering op de nalatenschap, die alle erfgenamen aangaat.

Het hof is in ieder geval met betrekking tot dat geschil van oordeel dat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding.

Dit brengt mee dat de kinderen alsnog in het geding moeten worden betrokken.

Het hof zal de daartoe strekkende vordering van appellante in het incident dan ook toewijzen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procederen in erfrechtzaken, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.