De Rechtbank Den Haag heeft op 21 september 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een vordering tot afgifte van het legaat was verjaard.

In deze zaak gaat het om de (nadere) verdeling van twee nalatenschappen.

De nalatenschap van de heer A, hierna ook oom of erflater te noemen en de nalatenschap van mevrouw B, hierna ook tante of erflaatster genoemd.

Tussen partijen is in geschil of de vordering tot afgifte van de legaten is verjaard.

Gedaagde stelt dat dit het geval is omdat de legaten tot op heden niet zijn afgegeven dan wel opgeëist.

Erfrecht. Legaat in testament. Oud recht. Overgangsrecht. Is de vordering tot afgifte van het legaat verjaard? Stuiting? Erkenning? Is het legaat vervallen? Uitvoering legaat onmogelijk? Uitleg.

De rechter oordeelt als volgt.

Onder het vanaf 1 januari 1992 geldende recht is de vordering verjaard door verloop van twintig jaren (artikel 3:306 BW).

Op grond van artikel 73 Overgangswet Nieuw BW is deze termijn van toepassing.

Ter beoordeling ligt voor of de verjaring van de legaten is gestuit.

Stuiting vindt plaats door een daad van rechtsvervolging (het instellen van een eis door middel van een dagvaarding of een verzoekschrift), door een schriftelijke aanmaning of mededeling, of door erkenning door de erfgenamen.

De vereiste wijze van stuiting kan verschillen naar gelang van de aard van de te stuiten vordering.

De vraag die hier voorligt is of door erkenning van de erfgenamen de verjaring van de vordering tot afgifte van de legaten is gestuit.

Eisers heeft onbetwist gesteld dat de erfgenamen jaarlijks de facto uitvoering hebben gegeven aan de legaten door bij het vaststellen van de jaarlijkse uitkeringen van de exploitatiewinst rekening te houden met de legaten.

De rechtbank is van oordeel dat de erfgenamen, ongeacht of zij hiertoe gehouden waren, de legaten van eisers hebben erkend en dat daarmee de verjaring van de vorderingsrechten daarvan is gestuit.

De rechtbank zal de vorderingen van gedaagde om voor recht te verklaren dat de vorderingsrechten met betrekking tot de legaten zijn verjaard dan ook afwijzen.

Gedaagde stelt verder dat het legaat dat betrekking heeft op de opstallen is vervallen omdat uitvoering onmogelijk is omdat oom (de erflater), gelet op natrekking, geen eigenaar van de opstallen was maar slechts mede-eigenaar.

Op grond van artikel 4:49 lid 1 BW (die in gelijke zin als de artikelen 1013, 1014, 1046 (oud) BW bepaald) vervalt een ten laste van een erfgenaam gemaakt legaat van een bepaald goed, of van een op een bepaald goed te vestigen recht, indien het goed bij het openvallen van de nalatenschap daartoe niet behoort, tenzij uit de uiterste wil zelf is af te leiden dat de erflater de beschikking niettemin heeft gewild.

Het is de rechtbank niet gebleken, en partijen hebben dit ook niet gesteld, dat de gelegateerde opstallen rechtsgeldig zijn gevestigd.

Op grond van artikel 5: 20 BW is in een dergelijk geval sprake van natrekking waardoor de rechthebbenden van de grond eigenaar zijn geworden van de opstallen.

Omdat oom (erflater) maar voor 1/4e deel gerechtigd was, was hij niet bevoegd om alleen over deze opstallen te beschikken.

Nu hij dit in zijn testament wel heeft gedaan moet de rechtbank de vraag beantwoorden of uit het testament van oom (erflater) valt af te leiden dat hij de beschikking niettemin heeft gewild.

De rechtbank maakt uit het testament van oom (erflater) op dat dit het geval is.

Dit leidt de rechtbank af uit het feit dat oom (erflater) naast het legaat van de opstallen ook zijn aandeel aan eisers heeft gelegateerd.

Hieruit kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat oom (erflater), ook in het geval natrekking aan de orde was, heeft gewild dat met de door hem en voor zijn rekening gestichte opstallen in handen zou komen van eisers.

Daarnaast kunnen in dit geval de met het legaat belaste personen, in dit geval de erfgenamen van oom (erflater), het ontbrekende verschaffen aan de legatarissen.

Nu hierna zal worden bepaald dat het perceel aan eisers zal worden toebedeeld, is de uitvoering van het legaat mogelijk en dus niet vervallen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.