De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een schenking paulianeus was gedaan.
Eisers stellen dat de schenking in 2017 paulianeus is geweest en dat zij die buitengerechtelijk hebben vernietigd voor het gedeelte dat nodig is om hun restant legaat te kunnen voldoen.
Uit artikel 3:45 BW volgt dat indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, de rechtshandeling vernietigbaar is en de vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan.
Onverplichte rechtshandelingen die erflater tijdens zijn leven heeft verricht en legaten zijn hiervan niet uitgesloten.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Gift. Is de schenking paulianeus? Benadeling van schuldeisers. Schulden van de nalatenschap. Legaat. Onverplichte rechtshandeling.
De rechter oordeelt als volgt.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de schenking van € 449.562,00 door erflater aan gedaagde een rechtshandeling is die onverplicht is verricht.
Dat is daarmee komen vast te staan.
Partijen verschillen wel van mening over het antwoord op de vraag of de schuldeisers door de schenking in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld.
Voor de vaststelling of een schuldeiser in zijn verhaalsmogelijkheden benadeeld wordt, is het ogenblik waarop de schuldeiser zijn rechten uit artikel 3:45 BW doet gelden, beslissend.
In geval van een procedure is nodig en voldoende dat de benadeling aanwezig is op het moment dat over het beroep op artikel 3:45 BW wordt beslist (Hoge Raad 22 september 1995, NJ 1996/706).
Dat sprake is van benadeling staat naar het oordeel van de kantonrechter vast.
Erflater heeft bij testament voor minimaal € 102.000,00 aan legaten toegekend aan meerdere personen.
Uit de door eisers opgestelde rekening en verantwoording blijkt dat het saldo op de betaalrekening van erflater op datum overlijden € 42.338,00 bedraagt, op het moment van aangifte erfbelasting € 57.335,00 en dat er een verdeelsleutel is gehanteerd waarmee het bedrag is bepaald dat aan elke legataris is uitbetaald,
De legaten zijn dan ook niet in hun geheel uitbetaald.
De benadeling van schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden als bedoeld in artikel 3:45 BW is hiermee gegeven.
Dat er volgens gedaagde tijdens het leven geen rechtsbanden worden geschapen tussen de erflater en de legatarissen kan hieraan niet afdoen.
Legatarissen zijn namelijk schuldeisers van de nalatenschap (artikel 4:7 lid 1 onderdeel h BW).
Ook verschillen partijen van mening over het antwoord op de vraag of erflater bij het verrichten van de schenking wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn.
Of er sprake was van wetenschap van benadeling, is een feitelijke vraag, die aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld moet worden.
Eisers hebben in dit kader onweersproken gesteld dat het overgrote deel van het vermogen van erflater bestond uit zijn bedrijf en bedrijfsgebouwen, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan.
Daarnaast is de kantonrechter gebleken dat erflater enkel beschikte over een betaalrekening bij de Rabobank waarvan het saldo op 1 januari 2015 € 11.684,22 bedroeg.
Ook staat vast dat erflater bij testament van 21 augustus 2006 heeft beschikt over zijn nalatenschap en daarin aan meerdere personen legaten heeft toegekend voor minimaal € 102.000,00.
Door het bedrijf en de bedrijfsgebouwen in 2017 – erflater was toen 89 jaar oud – voor € 50.000,00 in plaats van € 449.562,00 te verkopen aan gedaagde was het tekort in de nalatenschap met een redelijke mate van waarschijnlijkheid te voorzien en is de kantonrechter van oordeel dat wetenschap van benadeling aan de zijde van erflater kan worden aangenomen (vergelijk Hoge Raad 16 oktober 2015, HR:2015:3094).
Aan het oordeel dat sprake is van paulianeus handelen, kunnen de verweren van gedaagde dat – naar de kantonrechter begrijpt – zowel het testament als de legaten zijn vervallen op grond van respectievelijk artikel 4:47 BW en artikel 4:49 BW niet afdoen.
Dit omdat het een legaat betreft van een geldbedrag en geld een soortzaak ofwel genuszaak is waardoor geen sprake kan zijn van een situatie zoals bedoeld in artikel 4:47 BW waarin de uitvoering van het testament blijvend onmogelijk en ook geen sprake is van een bepaald goed zoals bedoeld in artikel 4:49 lid 1 BW.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.