Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het ontslag van een executeur wegens belangenverstrengeling of tegenstrijdig belang.
Het hof beoordeelt de grief in het principaal appel dat de kantonrechter verzoeker als executeur ten onrechte wegens gewichtige redenen ontslagen heeft.
Verzoekers hebben betwist dat er sprake is geweest van een gebrekkige informatievoorziening van hun kant, en hebben betwist dat sprake is van een zodanig wederzijds wantrouwen dat zij niet meer als executeurs zouden kunnen fungeren.
Verweerders hebben gesteld dat de beslissing van de kantonrechter terecht is en in stand moet blijven.
De executeurs zijn volgens verweerder op veel punten tekort geschoten in de nakoming van hun verplichtingen.
Deze tekortkomingen zijn samengevat en in de pleitnota nog nader toegelicht.
Daarnaast is er sprake van een zodanig (gerechtvaardigd) wantrouwen jegens de executeurs, dat zij niet langer in functie kunnen blijven.
Erfrecht. Executele. Ontslag van de executeur wegens gewichtige redenen? Belangenverstrengeling. Tegenstrijdig belang. Wantrouwen. Afgifte van een legaat.
De rechter oordeelt als volgt.
Bij de beoordeling van de principale grief van [verzoekers ] c.s. stelt het hof voorop dat de executeur als vertrouwenspersoon van erflater kwalificeert en pleegt te worden aangesteld om de erfgenamen in het beheer van de nalatenschap te vertegenwoordigen.
Het doel van een executele is om moeilijkheden en wrijvingen te voorkomen die te vrezen zijn als de erfgenamen zelf moeten handelen en samenwerken ten behoeve van een uitvoering van de uiterste wil en een ordelijke voorbereiding van de verdeling van de nalatenschap.
Tot die uitvoering en voorbereiding behoort ook de voldoening van schulden en legaten voor zover deze opeisbaar zijn.
Deze beschrijving sluit aan bij het bepaalde in artikel 4:144 lid 1 BW.
In dat artikel is als één van taken van de executeur genoemd het voldoen van de schulden van de nalatenschap, waaronder (dus) ook het afgeven van legaten (die immers als schulden van de nalatenschap kwalificeren).
In onderhavige procedure is het voldoen van de legaten nu juist het hete hangijzer tussen partijen.
Erflaatster heeft aan verzoekers het recht van bewoning van de door haar nagelaten woning gelegateerd, maar de erfgenamen stellen zich op het standpunt dat de woning verkocht moet worden en dat met de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening moet worden afgelost.
Als dit gebeurt, kan het recht van gebruik en bewoning niet meer worden gevestigd.
De erfgenamen hebben bovendien gesteld dat de hypotheekhouder niet mee wil werken aan vestiging van het recht van gebruik en bewoning en dat het legaat ook om die reden niet afgegeven kan worden.
Verzoekers hebben dit betwist.
Zij zijn van mening dat het legaat gewoon afgegeven kan worden.
Op grond van de bepalingen in het testament hoeft de hypotheekschuld niet afgelost te worden.
Verzoekers hebben bovendien op de vorderingen gewezen; bij haar overlijden zou erflaatster nog voor een bedrag van € 593.001,- aan vorderingen op haar kinderen hebben gehad.
Door inning van deze vorderingen zou het legaat tot het vestiging van het recht van gebruik en bewoning alsnog afgegeven kunnen worden.
Tussen partijen is bovendien discussie over de vraag of de betaling van € 15.000,- die verzoekers vóór het overlijden van erflaatster aan zichzelf heeft gedaan als voorschot op het legaat van € 25.000,- kwalificeert.
Verzoeker heeft gesteld dat deze betaling een schenking betrof, en dat erflaatster aan verzoekers de instructie heeft gegeven dit bedrag over te maken.
Verweerders betwisten dat.
Discussie bestaat er ten slotte ook over de afgifte van de auto van erflaatster aan verzoekers.
Verzoeker stelt dat deze auto onder de inboedel van erflaatster valt en dat het legaat tot het gebruik van de inboedel zich dus ook over deze auto uitstrekt.
Verweerders hebben dit bestreden; de auto behoort volgens hen niet tot de inboedel en valt dus niet onder het recht van vruchtgebruik.
Verzoeker heeft de auto volgens hen dan ook onrechtmatig aan zichzelf toegeëigend.
Voor het hof staat op grond van het voorgaande voldoende vast dat wanneer de afwikkeling van de nalatenschap aan de erfgenamen zou worden gelaten, er bij de afgifte van de legaten moeilijkheden zullen ontstaan.
Aldus is er alle grond om de door erflaatster getroffen maatregel van executele in stand te laten: zoals hiervoor reeds overwogen dient een executele er nu juist toe dit soort problemen zo veel mogelijk te voorkomen en te ondervangen.
Tegelijkertijd is de vraag of verzoekers en verzoeker nog wel de juiste personen voor deze executele zijn.
Ten eerste betreft het legaten die juist aan verzoekers afgegeven moeten worden.
Zij heeft dus niet alleen een taak als executeur, maar heeft ook een belang als legataris.
Verzoeker draagt dus verschillende petten; zij heeft als executeur de taak om namens de erfgenamen de schulden van de nalatenschap te voldoen, waaronder de legaten, maar is tegelijkertijd schuldeiser van diezelfde legaten.
Op zichzelf hoeft dat geen bezwaar te zijn, maar duidelijk is dat tussen verzoekers en verzoeker enerzijds en verweerders anderzijds een groot wantrouwen is ontstaan.
Verweerders menen dat verzoekers hun taken als executeur hebben verwaarloosd.
Naast de discussie over de betaling van € 15.000,-, stellen verweerders dat zij op basis van de bankafschriften van erflaatster vermoeden dat verzoekers vóór het overlijden van erflaatster grote bedragen in het casino heeft uitgegeven.
Het hof constateert ook dat het nog maar de vraag is of het standpunt van verzoekers ten aanzien van de auto houdbaar is in het licht van het bepaalde omtrent hetgeen tot de inboedel behoort als neergelegd in artikel 3:5 BW.
Verder hebben verweerders vraagtekens bij de kosten die verzoekers tot op heden als executeurs hebben gemaakt.
Deze zouden onnodig gemaakt en veel te hoog zijn.
Verweerders hebben er verder op gewezen dat zij in de periode oktober tot en met december 2022 verschillende belangrijke vragen aan verzoekers hebben gesteld, waarop niet gereageerd is.
Verzoekers hebben al deze stellingen niet alleen betwist, maar verwijten de erfgenamen op hun beurt dat zij niet meewerken aan het vaststellen van de omvang van de nalatenschap en dat zij ten onrechte weigeren om informatie te verstrekken op basis waarvan kan worden vastgesteld welke vorderingen erflaatster bij haar overlijden nog op hen had.
Daarmee maken zij de afwikkeling van de nalatenschap onmogelijk en bemoeilijken zij de afgifte van de legaten aan verzoekers.
Zij veroorzaken daarmee volgens verzoekers onnodige onrust en spanning bij verzoekers.
Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden stelt het hof vast dat er tussen de erfgenamen enerzijds en verzoekers anderzijds een zodanig wantrouwen heerst dat dit het functioneren van verzoekers als executeurs belemmert.
Dit staat een ordelijke afwikkeling van de nalatenschap in de weg.
Tegelijkertijd is er juist vanwege het belang van die ordelijke afwikkeling in dit geval alle reden om de door erflaatster getroffen maatregel van executele in stand te laten.
Aldus is er een patstelling ontstaan.
In haar verweerschrift op het incidenteel appel heeft verzoeker aangegeven dat zij bereid is om een andere executeur in haar plaats te stellen.
Dit heeft zij tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd herhaald.
Het hof stelt vast dat verzoeker op grond van Hoofdstuk 3 van het testament de bevoegdheid heeft om een of meer andere executeurs in haar plaats te stellen.
Nu verzoeker die bereidheid heeft uitgesproken, is het hof van oordeel dat ter doorbreking van de hiervoor beschreven patstelling het ontslag van verzoeker als executeur teruggedraaid dient te worden, met als doel dat zij binnen bekwame tijd en overeenkomstig haar toezegging een derde als executeur in haar plaats stelt.
Een termijn van zes weken na dagtekening van deze uitspraak is daarvoor afdoende.
Voor het terugdraaien van het ontslag van verzoeker bestaat bij deze stand van zaken onvoldoende grond.
Het hiervoor beschreven (wederzijdse) wantrouwen betreft immers ook hem, zodat zijn ontslag als executeur gehandhaafd dient te blijven.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.