De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan in kort geding over een vordering van de erfgenamen strekkende tot de ontruiming van een woning.

Eisers vorderen, samengevat, gedaagde te veroordelen binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met al de zijnen en al het zijne en ontruimd te houden, met afgifte van alle sleutels aan eisers, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Gedaagde voert verweer.

Hoewel hij het ermee eens is dat de woning uiteindelijk verkocht moet worden, weet hij niet waar hij na zijn vertrek uit de woning moet gaan wonen en vindt hij vooral de manier waarop dit gaat bezwaarlijk.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Kort geding. Vordering van de erfgenamen strekkende tot ontruiming van een woning. Zonder recht of titel verblijven in woning uit nalatenschap. Gebruiksrecht? Opheffen van onverdeeldheid. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat, anders dan eisers hebben gesteld, gedaagde in eerste instantie niet zonder recht of titel in de woning verbleef.

Ter zitting is immers duidelijk geworden dat gedaagde altijd in de woning heeft gewoond en dus met toestemming van zijn ouders.

Voldoende aannemelijk is echter dat dit gebruiksrecht is geëindigd, omdat eisers in hun hoedanigheid van executeurs dit gebruiksrecht hebben opgezegd bij brief van 21 maart 2024.

Hierin is een ontruimingstermijn van zes weken gegeven.

Dat deze termijn niet redelijk was, heeft gedaagde niet aannemelijk gemaakt.

Gelet hierop heeft gedaagde voldoende tijd gehad om zich voor te bereiden op een vertrek en vervangende woonruimte te zoeken.

Voldoende aannemelijk is dat het huidige gebruik van de woning door gedaagde niet te verenigen is met het recht van de overige erfgenamen (zie art. 3:169 BW).

Zij hebben er als deelgenoten in de nalatenschap recht op om niet in onverdeeldheid te blijven.

Partijen zijn het erover eens dat geen van hen – en dus ook gedaagde niet – financieel in staat is de woning over te nemen, en dat de woning dus moet worden verkocht aan een derde.

Voldoende aannemelijk is dat de (voorbereiding van de) verkoop wordt belemmerd doordat gedaagde in de woning verblijft.

Uit de brief van de makelaar van 16 oktober 2024 blijkt dat om de woning verkoop klaar te maken nodig is dat gedaagde de woning verlaat en dat daarna de woning opgeknapt en opgeruimd moet worden.

Dit heeft gedaagde ook erkend.

Dat de woning op korte termijn verkocht moet worden, staat eveneens vast.

Eisers hebben onbetwist gesteld dat de vaste lasten van de woning vanaf 2023 en nu ook nog gedeeltelijk vanaf de erfrekening worden betaald, maar dat op die rekening binnenkort niet meer voldoende saldo staat.

Bovendien moeten alle erfgenamen binnenkort een voorschot op de erfbelasting betalen, waarvoor zij over financiële middelen moeten beschikken.

Het voorgaande betekent dat de woning op korte termijn verkocht moet worden en dat daarvoor nodig is dat gedaagde de woning verlaat.

Een belangenafweging maakt de beslissing van de voorzieningenrechter niet anders.

Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat gedaagde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij iets heeft gedaan om vervangende woonruimte te vinden, en dat hij ter zitting heeft gezegd dat hij waarschijnlijk wel bij vrienden kan verblijven.

Verder hebben eisers aangeboden om een hulptraject voor hun broer bij de RIBW in gang te zetten.

Ter zitting heeft gedaagde toegezegd dat hij de woning binnen vier weken na de zitting vrijwillig zal ontruimen.

Van eisers kan echter niet worden gevergd dat zij genoegen nemen met deze toezegging.

Zij hebben er belang bij dat zij een titel hebben voor de gedwongen ontruiming van de woning, indien gedaagde zijn toezegging niet nakomt.

Dat belang weegt zwaarder dan het belang van gedaagde om voorlopig in de woning te blijven wonen.

In dit verband overweegt de voorzieningenrechter op verzoek van partijen dat eisers ter zitting hebben toegezegd dat gedaagde een voorschot van € 2.000,- zal ontvangen indien hij de woning binnen vier weken na de zitting vrijwillig zal hebben ontruimd.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vordering tot ontruiming toewijzen.

Aan gedaagde zal een ontruimingstermijn van vier weken worden gegeven.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben eisers aangegeven in te stemmen met deze termijn.

De door gedaagde genoemde termijn van drie maanden acht de voorzieningenrechter onredelijk lang.

Nu gedaagde de woning moet verlaten en ontruimd moet houden, moet hij de sleutels afgeven aan eisers.

De dwangsom zal worden toegewezen zoals vermeld en gemaximeerd in de beslissing.

Persoonlijke eigendommen en sloten

De vordering om achtergelaten persoonlijke eigendommen van gedaagde af te voeren, wordt toegewezen.

Ter zitting hebben gedaagden onderbouwd dat zij met het oog op kostenbesparing zelf mogelijk achtergebleven inboedel willen afvoeren.

Gedaagde heeft aangevoerd dat hij er zelf voor zal zorgen dat al zijn eigendommen worden afgevoerd.

Voor het geval dit niet gebeurt, hebben eisers belang bij een machtiging, waartegen gedaagde ook niet specifiek bezwaar heeft gemaakt.

De machtiging om de sloten te vervangen, zal ook worden verleend, omdat eisers er belang bij hebben dat de woning ontruimd blijft indien niet vrijwillig wordt ontruimd onder afgifte van alle sleutels.

Machtiging sterke arm

De gevorderde machtiging om zo nodig de ontruiming zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie wordt afgewezen.

Op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder immers zonder rechterlijke tussenkomst bevoegd de hulp van de sterke arm in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van gedaagde komen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.