Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een erfgenaam daden van zuivere aanvaarding had verricht.

Appellant legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat geïntimeerde na het overlijden van erflaatster zich heeft gedragen alsof zij de nalatenschap van erflaatster zuiver heeft aanvaard.

Dat volgt volgens appellant uit betalingen die zij heeft gedaan met de pinpas van erflaatster en online overboekingen die zijn verricht vanaf de rekening van erflaatster naar geïntimeerde zelf, haar kinderen en/of familieleden en naar derden.

Geïntimeerde is het hier niet mee eens.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Heeft de erfgenaam daden van zuivere aanvaarding verricht? Betalingen met pinpas. Voorgeschoten kosten van de nalatenschap? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Anders dan appellant lijkt te suggereren in zijn grief, moet de vraag of geïntimeerde zich heeft gedragen alsof zij de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, worden beoordeeld aan de hand van artikel 4:192 lid 1 BW, zoals dat sinds de invoering van op 1 september 2016 in werking getreden Wet bescherming erfgenamen tegen schulden (hierna: de Wet BETS) geldt.

De nalatenschap is immers na die datum opengevallen en de gedragingen hebben dus ook na die datum plaatsgevonden.

Volgens artikel 4:192 lid 1 aanvaardt een erfgenaam de nalatenschap zuiver wanneer hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt doordat hij overeenkomsten aangaat die strekken tot vervreemding of bezwaring van goederen van de nalatenschap of deze op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekt.

Dit geldt niet als de erfgenaam zijn keuze reeds eerder heeft gedaan.

Dit betekent dat voor de vraag of geïntimeerde de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, alleen de gedragingen tot aan de beneficiaire aanvaarding op 9 augustus 2021 relevant zijn.

Daarna kan immers geen sprake meer zijn van zuivere aanvaarding.

Het gaat dus om gedragingen in de periode van 23 juli 2021 tot 9 augustus 2021.

Of een erfgenaam zich heeft gedragen als bedoeld in artikel 4:192 lid 1 hangt af van de omstandigheden van het geval.

Uit gedragingen van een erfgenaam mag niet te snel worden afgeleid dat deze de bedoeling heeft de nalatenschap zuiver te aanvaarden.

Dat volgt niet alleen uit de woorden ‘ondubbelzinnig en zonder voorbehoud’ maar ook uit de parlementaire geschiedenis bij de Wet BETS (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 29 oktober 2021, HR:2021:1600).

In de parlementaire geschiedenis staat dat een van de doelen van deze wet is om erfgenamen betere bescherming te bieden tegen schulden van de erflater en te voorkomen dat erfgenamen door hun gedragingen onbewust een nalatenschap zuiver aanvaarden.

De wetgever heeft het juist van belang geacht dat een erfgenaam een bewuste keuze maakt.

Verder volgt uit die parlementaire geschiedenis dat slechts die gedragingen die leiden tot benadeling van schuldeisers, zuivere aanvaarding tot gevolg hebben.

Alleen beschikkingshandelingen die de erfgenaam bewust verricht en die zo ingrijpend zijn dat de erfgenaam daarmee ‘als heer en meester’ beschikt over de nalatenschap leiden tot zuivere aanvaarding van de nalatenschap (zie onder andere de memorie van toelichting bij de Wet BETS, Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 34 224, nr. 3, p. 1, 4, 5, 6 en 9).

Dit houdt verband met de potentieel verstrekkende gevolgen van zuivere aanvaarding.

De gedragingen waaruit appellant afleidt dat sprake is van zuivere aanvaarding betreffen tien transacties van in totaal € 559,94.

Geïntimeerde heeft op zich niet betwist dat deze tien transacties zijn verricht, maar deze zagen volgens geïntimeerde op (voorgeschoten) kosten van de nalatenschap, dan wel op automatische incasso’s waarvoor erflaatster opdracht had gegeven en die nog liepen.

Zij heeft per transactie een verklaring gegeven, die appellant, slechts in zijn algemeenheid heeft betwist.

Dit is, gelet op de specifieke toelichting van geïntimeerde naar het oordeel van het hof onvoldoende.

Daarbij komt dat geïntimeerde zelfs nog de begrafeniskosten van € 1.096,45 en andere kosten van de nalatenschap van € 781,71 uit eigen middelen heeft voldaan, omdat het saldo op de rekeningen van erflaatster niet voldoende was.

In dat licht bezien heeft appellant onvoldoende gemotiveerd gesteld dat geïntimeerde bewust goederen uit de nalatenschap aan het verhaal van de schuldeisers heeft onttrokken en schuldeisers heeft benadeeld en daarmee de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.

Dit geldt temeer nu het hier ging om transacties van geringe omvang (€ 559,94) terwijl de schulden van de nalatenschap ruim € 185.000,00 waren.

In het licht van het belang dat de wetgever heeft gehecht aan het maken van een bewuste keuze, past het niet dat geïntimeerde te snel geacht kan worden de nalatenschap bewust zuiver te hebben aanvaard en met haar privévermogen aansprakelijkheid te zijn voor de schulden van de nalatenschap.

Het hof is dan ook van oordeel dat van een (bewuste) benadeling van schuldeisers als bedoeld in artikel 4:192 lid 1 BW geen sprake is.

Van zuivere aanvaarding door geïntimeerde is geen sprake.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.