De Rechtbank Limburg heeft op 14 oktober 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een overeenkomst van geldlening was gewijzigd door een later opgemaakt testament.

In het testament staat dat indien de vorderingen ten laste van eiseres op enig moment opeisbaar worden aan gedaagde de last wordt opgelegd de geldlening met de last van eiseres te verrekenen.

Gedaagden stellen dat deze bepaling zo uitgelegd moet worden, dat het de bedoeling van vader was dat de lening pas opeisbaar wordt, wanneer de vordering op eiseres opeisbaar wordt.

Vader heeft, aldus gedaagden, meerdere malen aangegeven dat hij zijn dochters verzorgd wil achterlaten.

Verder is het testament opgemaakt één maand voor zijn overlijden en heeft vader nooit om terugbetaling van de geldlening verzocht.

Eiseres betwist dit.

Zij stelt dat de tekst van het testament duidelijk is, en met het testament de opeisbaarheid van de vordering niet is gewijzigd.

Vader heeft verschillende malen getracht om tot een terugbetalingsregeling met gedaagden te komen.

Is een overeenkomst van geldlening door het opmaken van een testament gewijzigd? Verhouding tussen een overeenkomst en een testament. Uitleg van een testament.

De rechter oordeelt als volgt.

Art. 4:46 lid 1 BW bepaalt dat bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Het tweede lid van art. 4:46 BW bepaalt dat daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil slechts dan voor uitleg van een uiterste wilsbeschikking mogen worden gebruikt indien deze uiterste wil zonder die daden of verklaringen geen duidelijk zin heeft.

Aldus geldt bij de uitleg niet als maatstaf de zuiver grammaticale methode, waarbij uitsluitend wordt nagegaan welke betekenis de in het testament opgenomen bewoordingen op zichzelf genomen hebben, doch dient steeds rekening gehouden te worden met de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en met de omstandigheden waaronder deze is verleden.

Ook bij een uiterste wilsbeschikking die op het eerste gezicht duidelijk is, dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wilsbeschikking kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt, welke verhoudingen en omstandigheden niet uit de uiterste wil behoeven te blijken (PHR:2011:BO9581).

In het testament staat dat indien de vorderingen ten laste van eiseres op enig moment opeisbaar worden aan gedaagde de last wordt opgelegd de geldlening met de last van eiseres te verrekenen.

Deze bepaling is duidelijk en roept bij de rechtbank geen vragen op.

Ook niet, wanneer deze bepaling gelezen wordt naast hetgeen vader en gedaagden reeds in de eerder opgestelde overeenkomst ten aanzien van de opeisbaarheid hebben afgesproken.

In de overeenkomst staat dat de lening opeisbaar is zes maanden na het overlijden van de geldgever.

Een vordering kan reeds opeisbaar zijn, maar (nog) niet opgeëist worden.

Anders gezegd: de bepalingen in het testament en de overeenkomst kunnen prima naast elkaar bestaan, ze ‘bijten’ elkaar niet.

De door gedaagden gestelde daden en verklaringen (los van hetgeen in het testament is opgenomen) van vader, ingevolge artikel 4:46 lid 2 BW, kunnen slechts bij de uitleg van het testament worden betrokken, wanneer de bepalingen in het testament anders geen duidelijke zin heeft.

Nu de rechtbank van oordeel is dat de desbetreffende bepaling duidelijk is, komt de rechtbank er niet aan toe de door gedaagden gestelde daden of verklaringen van vader – wat daar verder ook van zij – te gebruiken voor de uitleg van het testament.

Het verweer dat aan hetgeen in het testament is opgenomen een andere bedoeling moet worden toegekend dan op schrift staat, kan dan ook niet slagen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de mogelijkheid tot verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.