De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 mei 2022 uitspraak gedaan over de bevoegdheden van de executeur als afwikkelingsbewindvoerder.

Eiser is een van de twee erfgenamen in de nalatenschap van zijn vader.

De andere erfgenaam is de broer van eiser.

Op de verevening en afwikkeling van de nalatenschap van de vader is het testament van de vader van 16 januari 2015 van toepassing.

Verder heeft de vader de executeur benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder, met de bevoegdheid de nalatenschap te verdelen.

Bij exploot heeft de deurwaarder op verzoek van de executeur aan eiser (onder meer) de executoriale verkoop van de onroerende zaken aangezegd ten overstaan van een notaris.

Eiser vordert dat de voorzieningenrechter dat het executoriale beslag op de registergoederen van eiser opheft.

Erfrecht. Kort geding. Executiegeschil. Bevoegdheden van de executeur als afwikkelingsbewindvoerder. Innen van een vordering door executeur. Opheffing van beslag. Juridisch kader. Toetsingsnorm.

De rechter oordeelt als volgt.

De voorzieningenrechter verwerpt alle argumenten die eiser heeft aangevoerd ter onderbouwing van zijn stelling dat de executeur uit hoofde van haar functie niet de bevoegdheid heeft de vordering op hem te innen.

Deze argumenten gaan uit van een onjuiste visie op de bevoegdheden van de executeur.

De executeur in deze procedure heeft onder andere tot taak om de goederen van de nalatenschap te beheren, de schulden van de nalatenschap te voldoen en hetgeen na voldoening van de schuldeisers eventueel resteert te verdelen onder de erfgenamen.

In het testament is de executeur namelijk tevens als afwikkelingsbewindvoerder benoemd met de uitdrukkelijke bevoegdheid om de nalatenschap te verdelen.

Anders dan eiser stelt, valt niet in te zien waarom de executeur de bevoegdheid mist om vorderingen te innen voorafgaand op de verdeling van de nalatenschap.

Het innen van een vordering valt onder de gewone beheerstaken van de executeur.

Dit geldt dus ook voor de onderhavige vereffende vordering van de nalatenschap op eiser uit hoofde van het arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 september 2021.

De omstandigheid dat dit een vordering betreft op een deelgenoot in de nalatenschap maakt dat op zichzelf niet anders.

Verder is hier, anders dan eiser stelt geen sprake van ‘vervreemding van een goed van de nalatenschap’.

Dat zou mogelijk het geval zijn als de executeur de vordering zou cederen, maar daar is geen sprake van.

Zij int slechts de vordering.

Dat is iets anders.

Het juridisch kader

Het arrest is in kracht van gewijsde gegaan.

Daarom geldt in dit geval dat de voorzieningenrechter, in een executiegeschil ex artikel 438 lid 2 Rv, een executoriaal beslag slechts kan opheffen of de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak slechts kan schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant – mede gelet op de belangen die aan de zijde van de geëxecuteerde door de executie zullen worden geschaad – geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging, zodat de executant, indien hij toch gebruik maakt van die bevoegdheid onrechtmatig handelt jegens de geëxecuteerde, dan wel misbruik maakt van recht.

Hiervan kan onder meer sprake zijn indien de te executeren rechterlijke beslissing op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na de uitspraak voorgevallen of aan het licht gekomen feiten een noodtoestand doen ontstaan voor de geëxecuteerde, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is.

Er is in elk geval sprake van misbruik indien een beslag wordt gehandhaafd terwijl vaststaat dat de volledige vordering inclusief alle kosten op grond waarvan beslag is gelegd, is betaald.

Geen juridische of feitelijke misslag

Het arrest berust niet op een juridische of feitelijke misslag.

Dit wordt door eiser erkend.

Eiser geeft namelijk aan dat hij er geen bezwaar tegen heeft om aan het arrest te voldoen.

Eiser stelt echter middels verrekening aan de veroordeling uit het arrest te hebben voldaan.

Verderop in dit vonnis zal de voorzieningenrechter het beroep van eiser op verrekening bespreken.

Geen nieuwe feiten en omstandigheden

Voorts is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die zich na het arrest hebben voorgedaan of bekend zijn geworden die maken dat eiser door de executie in een noodtoestand komt.

De gedwongen verkoop van zijn huis heeft zeer ingrijpende gevolgen voor eiser en zijn echtgenote, maar dit is inherent aan dergelijke verkopen.

Indien hierdoor een noodtoestand optreedt is dit niet het gevolg van nieuwe feiten of omstandigheden die zich na het arrest hebben voorgedaan of bekend zijn geworden.

Bovendien is van andere mogelijk minder bezwarende wijzen van executie niet gebleken.

Eiser heeft de executeur ook geen redelijk en navolgbaar voorstel tot een betalingsregeling gedaan, maar blijft halsstarrig redeneren in zijn eigen spoor dat hij na verrekening niets meer verschuldigd is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.