De Rechtbank Limburg heeft op 19 mei 2022 uitspraak gedaan in kort geding over een vordering van erfgenamen tot de afgifte van en inzage in diverse stukken omtrent de nalatenschap.
Eisers zijn broer en zus van gedaagde.
De vader van partijen is overleden.
De nalatenschap van vader is afgewikkeld.
Moeder is overleden.
Moeder heeft op 29 december 1993 een testament op laten maken en in aanvulling daarop de testamenten van 6 maart 2008 en 27 september 2018, in welk laatste testament zij gedaagde tot executeur heeft benoemd.
De ouders van partijen hadden een agrarisch bedrijf en woonden in de aan het bedrijfspand aangrenzende woning.
Eisers vorderen bij dagvaarding gedaagde te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan eisers te verstrekken in afschrift, dan wel ter inzage geven van alle bankafschriften van de bankrekening op naam van (erven van) erflaatster, doch in ieder geval de bankafschriften van zeven jaren vóór het overlijden.
Erfrecht. Kort geding. Vordering van erfgenamen tot afgifte van en inzage in diverse stukken omtrent de nalatenschap. Voldoende belang? Toetsing. Executeur.
De rechter oordeelt als volgt.
De voorzieningenrechter acht een voldoende spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen aanwezig omdat voor een deel van de ter inzage/afschrift gevorderde gegevens een maximale bewaarplicht geldt en door het verstrijken van de tijd de kans bestaat dat bepaalde gegevens niet meer beschikbaar zijn.
De voorzieningenrechter neemt bij de beoordeling van de tien vorderingen van eisers het volgende tot uitgangspunt.
Artikel 843a Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.
Het betreft een bijzondere exhibitieplicht in en buiten rechte.
Hierbij gaat het om gevallen waarin de inhoud van een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel wel bekend is, maar deze dat stuk niet in haar bezit heeft, terwijl zij het desbetreffende stuk bijvoorbeeld in een procedure zou willen overleggen.
In Nederland bestaat geen algemene exhibitieplicht voor partijen, in die zin dat partijen jegens elkaar verplicht kunnen worden tot het verschaffen van informatie en documenten.
Met het oog daarop verbindt artikel 843a lid 1 Rv aan de toewijsbaarheid van een vordering als de onderhavige drie cumulatieve voorwaarden:
a. de eisende partij dient een rechtmatig belang te hebben,
b. de vordering moet ‘bepaalde bescheiden’ betreffen en
c. die bescheiden hebben van doen met een rechtsbetrekking waarbij eiser partij is.
Het is onvoldoende als eisers slechts speculeren over de mogelijke gang van zaken, het moet altijd gaan om bestaande documenten en alleen om bepaalde akten of bescheiden; ‘fishing expeditions’ zijn niet toegestaan.
De voorzieningenrechter overweegt in dit kader als volgt.
Eisers hebben belang bij informatie die dient tot vaststelling van de omvang van de nalatenschap van hun moeder.
Gedaagde kan echter, indien aan de voorwaarden van artikel 843a Rv wordt voldaan, alleen verplicht worden tot het verstrekken van informatie als hij daarover ook feitelijk zelf beschikt.
Gedaagde heeft onweersproken gesteld dat hij nooit een gemeenschappelijke huishouding met moeder heeft gevoerd en is over de periode tot haar overlijden geen rekening en verantwoording verschuldigd aan eisers als het gaat om haar financiële situatie of handelwijze.
Moeder is volgens partijen tot op het eind van haar leven in staat geweest haar wil te bepalen.
Zij ging over haar eigen geld en had een eigen accountant, die haar belastingaangiftes verzorgde en de bijbehorende stukken opmaakte.
Gedaagde is weliswaar tot executeur benoemd maar zijn verplichtingen uit dien hoofde hebben alleen betrekking op de periode na het overlijden van moeder.
Gedaagde heeft onweersproken gesteld dat eisers de bij hen levende vragen over de financiën van hun ouders kennelijk niet tijdens het leven aan hun ouders hebben gesteld.
Met inachtneming van bovenstaande zal de voorzieningenrechter de tien vorderingen achtereenvolgens beoordelen.
Het verstrekken van (inzage in) de bankafschriften van zeven jaar voor het overlijden van moeder
Gedaagde betwist dat hij over al deze bankafschriften beschikt.
De bankafschriften over de jaren 2018, 2019 en 2020 heeft hij al aan eisers ter beschikking gesteld.
Dat, en op grond waarvan, gedaagde over meer afschriften – die betrekking hebben op de periode voor het overlijden van moeder – zou (moeten) beschikken, stellen eisers niet. Welk belang eisers bij deze oudere stukken hebben, is niet concreet gesteld.
Inmiddels heeft gedaagde zijn medewerking verleend aan het opvragen van de betreffende afschriften bij de bank.
Deze vordering ligt voor afwijzing gereed.
Het verstrekken van (inzage in) aankoopbonnen en kwitanties van aankopen door moeder in de drie jaar voor haar overlijden.
Gedaagde heeft betwist dat hij over deze gegevens beschikt.
Dat, en op grond waarvan, hij over deze gegevens – die betrekking hebben op de periode voor het overlijden van moeder – zou (moeten) beschikken, stellen eisers niet.
Welk belang eisers bij deze gegevens hebben, maken zij evenmin voldoende duidelijk.
Moeder mocht haar geld besteden zoals zij wilde.
Deze vordering ligt voor afwijzing gereed.
Het verstrekken van (inzage in) jaarstukken, en belastingaangiftes- en aanslagen van voor 2013
Eisers stellen bij dagvaarding dat zij de belastingaangiftes van voor 2013 inmiddels hebben gekregen. Zij wensen echter ook inzage in de “jaarstukken (e.a.)” over de daaraan voorafgaande jaren.
Gedaagde heeft betwist dat hij over meer gegevens beschikt dan hij al aan eisers heeft verstrekt.
Dat, en op grond waarvan, gedaagde over andere oude gegevens – die betrekking hebben op een periode ver voor het overlijden van moeder – zou (moeten) beschikken, stellen eisers niet concreet.
Inmiddels heeft gedaagde zijn medewerking verleend aan het opvragen van de betreffende gegevens bij de belastingadviseur van moeder.
Deze vordering ligt voor afwijzing gereed.
Het verstrekken van een overzicht van alle schenkingen door moeder
Eisers stellen dat zij belang hebben te weten of, en zo ja welke schenkingen moeder (al dan niet samen met vader) gedaan heeft aan derden en aan haar kinderen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat eisers in diverse bijlagen al veel gegevens omtrent schenkingen aan partijen hebben overgelegd.
Gedaagde heeft betwist dat hij ter zake over meer gegevens beschikt.
Eisers stellen slechts dat zij nog geen volledig beeld hebben en dat het overzicht dat zij hebben ontvangen niet volledig is en inhoudelijk niet klopt.
Welke schenkingen aan derden en partijen eisers concreet op het oog hebben stellen zij niet.
De taak van gedaagde als executeur van de nalatenschap van moeder is begonnen na haar overlijden en vanaf dat moment hebben er geen schenkingen plaatsgevonden.
Dat er bij eisers vragen rijzen met betrekking tot het overzicht van schenkingen is onvoldoende om aan te nemen dat gedaagde ter zake over andere concreet bestaande documenten beschikt.
Deze vordering ligt voor toewijzing gereed.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.