De Rechtbank Overijssel heeft op 20 juli 2022 uitspraak gedaan over een vordering tot vernietiging van een schenking op grond van misbruik van omstandigheden.
Eiseres heeft een beroep gedaan op vernietigbaarheid van de schenkingen aan gedaagde.
Volgens eiseres zijn de schenkingen door misbruik van omstandigheden tot stand gekomen.
Gedaagde betwist dit.
Erfrecht. Schenking. Wilsgebrek. Vernietiging van een schenking op grond van misbruik van omstandigheden. Afhankelijkheidsrelatie van erflater? Bewindvoerder. Bewijslast. Omkering bewijslast?
De rechtbank overweegt als volgt.
Allereerst is relevant dat A geen partij is bij deze procedure.
Hoewel de schenkingen aan gedaagde en A onder dezelfde omstandigheden tot stand zijn gekomen, kan naar het voorlopig oordeel van de rechtbank ten aanzien van de (vernietiging van de) schenking aan A in deze procedure daarom geen bindende beslissing worden genomen.
Degene die onder invloed van misbruik van omstandigheden een rechtshandeling verricht, heeft weliswaar de wil om die rechtshandeling tot stand te brengen, maar er kan niet worden gezegd dat deze wil berust op een werkelijk en volwaardig proces van vrije wilsvorming.
Onder invloed van bijzondere omstandigheden is de wil van de handelende geleid in een richting, waarin hij anders niet gegaan zou zijn.
Er wordt bij misbruik van omstandigheden aldus verondersteld dat er een wil is, maar dat deze op gebrekkige wijze is gevormd.
De schenkingen die erflater heeft gedaan zijn op grond van artikel 3:44 BW vernietigbaar als vast komt te staan dat gedaagde wist of moest begrijpen dat erflater door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid bewogen werd tot het verrichten van de schenkingen en gedaagde het tot stand komen van de schenkingen heeft bevorderd, terwijl hetgeen zij wist of moest begrijpen haar daarvan had moeten weerhouden.
In geval van misbruik van omstandigheden bij schenking geldt op grond van artikel 7:176 BW een bijzonder, van artikel 150 Rv afwijkend, bewijsregime.
Als de schenker – in dit geval eiseres als rechtsopvolger onder algemene titel van erflater – bij een beroep op vernietigbaarheid feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen, rust op de begiftigde – in dit geval gedaagde – de bewijslast (en daarmee ook het bewijsrisico) van het tegendeel, tenzij van de schenking een notariële akte is opgemaakt of deze verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.
Deze regel is in de wet opgenomen ter versterking van de positie van de schenker (zie Hoge Raad, 24 juni 2016, HR:2016:1272).
Eiseres voert de volgende punten aan waaruit volgens haar volgt dat de schenkingen door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen:
(1) erflater was wilsonbekwaam voor het doen van schenkingen dan wel bestond er op zijn minst grote twijfel over de wilsbekwaamheid van erflater ten tijde van de schenkingen,
(2) erflater verbleef in het buitenland onder supervisie van c.q. met ondersteuning en verzorging door gedaagde en haar dochter, omdat hij dit kennelijk nodig had,
(3) gedaagde was tevens de bewindvoerder over het vermogen van erflater,
(4) er zijn tijdens haar periode als bewindvoerder gedurende het gezamenlijke verblijf in Italië zonder tussenkomst van de kantonrechter twee grote schenkingen ten laste van het vermogen van erflater gedaan aan de bewindvoerder c.q. verzorger en ondersteuner gedaagde en haar dochter en
(5) met welke schenkingen overduidelijk onevenredig financieel nadeel aan het vermogen van erflater werd toegebracht.
Eiseres stelt dat er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen erflater en gedaagde.
Volgens eiseres heeft de kantonrechter dit ook duidelijk in haar beschikking van 1 augustus 2018 verwoord: “Ook is hem onvoldoende duidelijk welke beslissingen hij ten aanzien van zijn vermogensrechtelijke belangen moet nemen en lijkt hij op dat punt alles wel goed te vinden. Immers als zijn dochter het zegt, zal het wel goed zijn.”
Gedaagde betwist dat sprake is van misbruik van omstandigheden.
Volgens gedaagde was erflater ten tijde van de schenkingen wilsbekwaam, althans was er geen sprake van een zodanige geestelijke toestand dat erflater niet in staat was zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende feiten heeft gesteld, en daarmee heeft voldaan aan de ingevolge artikel 7:176 BW op haar rustende stelplicht, waaruit – als van de juistheid daarvan wordt uitgegaan – volgt dat de schenkingen door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen en dus vernietigbaar zijn.
Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Erflater verkeerde in een afhankelijkheidspositie ten opzichte van gedaagde.
Gedaagde was de bewindvoerder van erflater en zij waren samen met A in het buitenland, om afstand te nemen van de voor erflater stressvolle situatie met B.
Gedaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling verteld dat dat een emotioneel zware tijd voor erflater was en dat zij toen voor erflater zorgde.
Vanwege deze afhankelijkheid heeft eiseres voldoende feiten aangevoerd ter onderbouwing van haar stelling dat de schenking onder invloed van misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
Dat de wilsonbekwaamheid ten aanzien van de schenkingen niet is komen vast te staan, doet niet af aan die afhankelijkheidsrelatie.
Te meer, omdat de omstandigheden die hebben geleid tot de onderbewindstelling, juist ook duiden op een afhankelijkheidsrelatie.
Mede op basis van de leeftijd van erflater (toen 86 jaar oud), de gegevens van Bewind BV (waaruit bleek dat er in de woning van erflater in België veel ongeopende post lag, waaronder rekeningen en aanmaningen), de conclusies uit de diverse onderzoeken ten aanzien van de wilsbekwaamheid van erflater en hetgeen uit de verdere stukken is gebleken, heeft de kantonrechter voldoende aannemelijk geacht dat erflater al langere tijd zijn financiën niet meer zelf regelde en dat hij daartoe ook niet meer in staat kon worden geacht.
De kantonrechter was daarom van oordeel dat erflater als gevolg van zijn geestelijke en/of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat was zijn vermogensrechtelijke belangen volledig waar te nemen, reden waarom zij een bewind heeft ingesteld over de goederen van erflater met benoeming van gedaagde tot bewindvoerder.
Dat de beslissing en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen van de kantonrechter vanwege het overlijden van erflater niet meer in hoger beroep kunnen worden getoetst, heeft tot gevolg dat daarvan in deze procedure (voorlopig) moet worden uitgegaan.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde onvoldoende onderbouwd dat de afhankelijkheidsrelatie van erflater ten opzichte van haar geen rol speelde bij de schenkingen.
Ook kan niet worden vastgesteld dat de geestelijke en/of lichamelijke toestand van erflater ten tijde van de schenkingen zodanig waren verbeterd dat hij voor wat betreft zijn vermogensrechtelijke belangen niet meer afhankelijk van gedaagde was.
Zo heeft drs. G haar conclusie niet gemotiveerd dat erflater “in staat is tot het nemen van een beslissing over zijn verblijfsplek en belangenbehartiging”.
Bovendien dateert deze conclusie al van 21 juni 2018, dus bijna een jaar voordat de schenkingen werden gedaan.
Verder heeft gedaagde alleen de transcriptie van de videoboodschap van erflater in het geding gebracht en niet de videoboodschap zelf.
Tot slot kunnen de schriftelijke verklaringen van de getuigen niet als objectief en deskundig worden beschouwd als het gaat om de geestesvermogens en afhankelijkheid van erflater ten tijde van de schenkingen.
De rechtbank is van oordeel dat erflater in een afhankelijkheidspositie verkeerde ten opzichte van gedaagde en dat erflater door die afhankelijkheidspositie en de druk als gevolg van de situatie met B werd bewogen tot het verrichten van de schenkingen, terwijl gedaagde als bewindvoerder op dat moment kon overzien dat dit onevenredige gevolgen had voor het vermogen van erflater.
Bij deze stand van zaken moet toepassing worden gegeven aan artikel 7:176 BW door op gedaagde de bewijslast te leggen dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden zijn tot stand gekomen.
Van de schenkingen zijn geen notariële akten opgemaakt, zodat geen sprake is van de uitzondering op grond van dit artikel dat de bewijslast wordt omgekeerd.
Voorts is niet gebleken dat de in artikel 7:176 BW neergelegde verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Als gedaagde het bewijs dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen, niet kan leveren, slaagt het beroep van eiseres op de vernietiging en moet gedaagde in ieder geval het aan haar geschonken bedrag uit hoofde van onverschuldigde betaling aan de gemeenschap terug betalen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.