De Rechtbank Den Haag heeft op 4 mei 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een aantal gemaakte kosten als schulden van de nalatenschap diende te worden beschouwd.

In 2018 is de heer A (hierna: erflater) overleden.

Erflater en moeder waren in gemeenschap van goederen gehuwd en uit dit huwelijk zijn twee kinderen, gedaagde en eiseres, geboren.

Erflater heeft voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt bij testament van
24 maart 2011.

In dit testament heeft erflater gedaagde voor 99% en moeder voor 1% tot zijn erfgenamen benoemd en heeft hij bepaald dat de wettelijke verdeling van toepassing is.

In geschil is of bepaalde schulden als schuld van de nalatenschap hebben te gelden.

Erfrecht. Schulden van de nalatenschap. Uitvaartkosten. Huur. Taxatiekosten.  Vereffeningskosten. Boedelkosten. Advocaatkosten. Proceskosten. Legitieme. Onnodig procederen? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De schulden van de nalatenschap.

De volgende schulden van de nalatenschap zijn tussen partijen niet in geschil:

Uitvaartkosten: € 6.028,40

Rouwbloemen: € 158,50

Taxatiekosten inboedel: € 395

In geschil is of de nog niet betaalde huurpenningen over december 2017 een openstaande schuld betreffen die voor de helft als schuld van de nalatenschap heeft te gelden.

De rechtbank is van oordeel dat gedaagden voldoende onderbouwd hebben gesteld dat erflater en moeder in 2017 maar 11 maanden huur hebben betaald en dat de helft van de huurkosten over december 2017 (€ 750/2= €375) als schuld van de nalatenschap heeft te gelden.

Gedaagden stellen dat zij nog € 2.442 voor de traplift hebben betaald na het overlijden van erflater en dat dit een schuld van de nalatenschap betreft.

Eiseres betwist dat gedaagden deze kosten hebben gemaakt.

Er zijn geen betaalbewijzen overgelegd en gedaagde zou tegen H hebben gezegd dat gedaagden deze kosten niet zouden voldoen omdat de traplift verkeerd was aangelegd.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft gedaagde verklaard dat de traplift inderdaad verkeerd is aangelegd en na het overlijden van erflater is weggehaald.

Het ligt op de weg van gedaagden om de door hen gestelde schulden van de nalatenschap te onderbouwen.

Uit de overgelegde bankafschriften van die tijd blijkt niet dat een dergelijk bedrag voor de traplift is betaald.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat deze kosten zijn gemaakt en een schuld van de nalatenschap zijn.

Gedaagden stellen dat de kosten in verband met de vereffening/boedelkosten van € 14.151,96, gefactureerd door X, schulden van de nalatenschap zijn.

Eiseres betwist dit.

Tijdens de mondelinge behandeling is vast komen te staan dat gedaagde en moeder de nalatenschap zuiver en niet beneficiair hebben aanvaard.

Er is dus geen sprake (geweest) van een vereffeningsprocedure volgens de wet.

De kosten die zijn gemaakt door X kunnen niet worden aangemerkt als vereffeningskosten als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 onder c BW, die op grond van artikel 4:65 BW in mindering strekken bij de berekening van de legitieme portie.

X heeft de werkzaamheden verricht op verzoek van de executeurs c.q. erfgenamen.

Zijn kosten vallen onder artikel 4:7 lid 1 onder d BW, en zijn derhalve kosten die niet op grond van artikel 4:65 BW in mindering strekken.

Gedaagden vinden dat zij onnodig door eiseres in deze procedure zijn betrokken.

Alle informatie was al voorafgaand aan de procedure bij eiseres bekend.

De kosten van de advocaat, begroot op € 6.050, moeten volgens hen dan ook als schuld van de nalatenschap worden meegenomen.

Eiseres betwist dit.

Voor de vraag of deze kosten mee moeten worden genomen als schuld in de nalatenschap acht de rechtbank niet van belang of eiseres al dan niet onnodig gedaagden in deze procedure heeft betrokken, maar of deze kosten vallen onder de in artikel 4:7 lid 1 onder a tot en met c en f BW genoemde kosten, die op grond van artikel 4:65 BW in mindering kunnen strekken bij de berekening van de legitieme portie.

Ook de werkzaamheden van de advocaat zijn in opdracht van de executeurs/de erfgenamen uitgevoerd en de kosten daarvoor vallen niet onder artikel 4:7 lid 1 a tot en met c of i BW.

Gelet op de familierelatie tussen partijen en gegeven het feit dat partijen over en weer deels in het gelijk en ongelijk zijn gesteld en eiseres gedaagden dus niet onnodig in deze procedure heeft betrokken, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.