De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een aantal giften kennelijk waren gedaan met het vooruitzicht dat daardoor de legitimarissen zouden worden benadeeld.
Eiser vordert een verklaring voor recht over de hoogte van de legitimaire massa en zijn legitieme portie en inkorting van giften.
Partijen zijn verdeeld over zowel de waarde van de goederen van de nalatenschap als de in aanmerking te nemen giften en schulden.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Legitieme. Giften. Zijn giften kennelijk gedaan en aanvaard met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld? Toetsingskader.
De rechter oordeelt als volgt.
Op de zitting heeft partij het standpunt ingenomen dat de betalingen kennelijk zijn gedaan en aanvaard met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld, zodat deze op grond van artikel 4:67 sub a BW in aanmerking moeten worden genomen.
Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 4:67 BW volgt dat het moet gaan om zodanig exorbitante giften dat het partijen wel duidelijk moet zijn geweest dat de schenker als gevolg daarvan zijn legitimarissen weinig of niets zou nalaten (MvA II, Parl. Gesch. Boek 4, p. 411).
Aangetoond moet worden dat ten tijde van de gift bij zowel de gever als bij de begiftigde het vooruitzicht bestond dat daardoor legitimarissen worden benadeeld.
Daarbij is niet van belang of partijen zich van de begiftiging en de daarmee samenhangende benadeling bewust waren, maar of zij zich ervan bewust behoorden te zijn.
Ter beoordeling staat dus of de verschillende giften aan te merken zijn als giften die zijn gedaan met het vooruitzicht van benadeling.
Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval.
De onderbouwing die partij op de zitting heeft gegeven is onvoldoende om het vooruitzicht van benadeling vast te stellen.
De giften zijn niet dermate groot dat was te voorzien dat erflaatster als gevolg daarvan haar legitimarissen weinig of niets zou nalaten.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat geen sprake is van giften als bedoeld in artikel 4:67 sub a en sub d BW.
Dit betekent dat, indien ervan uit wordt gegaan dat alle betalingen giften betreffen, deze giften niet in aanmerking moeten worden genomen bij het vaststellen van de legitimaire massa.
Dat is evenmin het geval bij de overige betalingen.
Zoals hiervoor is overwogen, gaat het hier om aflossingen op een lening van de zoon aan erflaatster en niet om giften.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.