De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vruchten van een bezwaarde vermogen uit een tweetrapsmaking.

Erflater heeft op 19 mei 2010 bij testament over zijn nalatenschap beschikt.

Hij heeft moeder tot zijn enige erfgenaam benoemd.

Voorts heeft hij een tweetrapsmaking gemaakt, waarbij – kort gezegd – is bepaald dat moeder na zijn overlijden optreedt als bezwaarde.

Dochter en eiseres zijn de verwachters.

Eiseres vordert bij vonnis voor recht te verklaren dat:

1. de vruchten van de spaarrekening dienen toe te vloeien aan het bezwaarde vermogen indien de bewindvoerder de vruchten van de spaarrekening niet heeft geadministreerd ten gunste van het privévermogen van moeder en dat de vruchten niet dienen toe te vloeien aan het bezwaarde vermogen indien de vruchten door de bewindvoerder wel zijn geadministreerd ten gunste van het privévermogen van moeder,

2. de helft van de verkoopopbrengst van de tot de nalatenschap van erflater behorende effecten dient toe te vloeien aan het bezwaarde vermogen,

3. de waardestijging van het appartement te A dient toe te vloeien aan het bezwaarde vermogen,

4. de schuldigerkenning ten laste dient te worden gebracht van het bezwaarde vermogen.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Tweetrapsmaking in een testament. Bezwaard vermogen. Vruchten. Spaarrekening. Aandelen. Verkoopopbrengst. Waardestijging van een woning. Schuldigerkenning. Schenking.

De rechter oordeelt als volgt.

In artikel 7 van het testament van erflater is bepaald dat aan de bezwaarde (moeder) alle vruchten van het bezwaarde vermogen toekomen.

Verder is bepaald dat als de vruchten van het bezwaarde vermogen niet zijn afgezonderd ten gunste van het privévermogen van de bezwaarde, deze worden geacht tot het bezwaarde vermogen te behoren.

Uit de stellingen van partijen volgt dat zij beiden van mening zijn dat artikel 7 van het testament van erflater duidelijk is.

De vruchten van de spaarrekening (de rente) worden geacht tot het bezwaarde vermogen te behoren indien zij niet zijn afgezonderd ten gunste van het privévermogen van moeder; indien zij wel zijn afgezonderd komen de vruchten aan de bezwaarde toe.

In het licht van het voorgaande valt niet in te zien dat en welk belang eiseres heeft bij het door haar op dit punt gevorderde.

Eiseres heeft daartoe onvoldoende gesteld, reden waarom de sub a gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen.

Eiseres stelt dat de helft van de verkoopopbrengst van de tot de nalatenschap van erflater behorende effecten dient toe te vloeien aan het bezwaarde vermogen.

Tussen partijen staat vast dat de effecten (voor 2020) zijn verkocht, dat de verkoopopbrengst op de spaarrekening is gestort en dat de helft hiervan tot het bezwaarde vermogen behoort.

In het licht hiervan is niet duidelijk wat eiseres met haar vordering bedoelt.

De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook als onvoldoende feitelijk onderbouwd worden afgewezen.

Eiseres stelt dat de helft van de waardestijging van het appartement te A dient toe te vloeien aan het bezwaarde vermogen.

Moeder betwist dit niet.

Tussen partijen bestaat dus geen verschil van mening over de toerekening van de waardestijging van het appartement.

Dat de (helft van de) waardestijging van het appartement in het bezwaarde vermogen vloeit volgt uit het bepaalde in artikel 3:213 lid 2 BW.

Daar komt bij dat ook uit de rechtsoverwegingen van de beschikking van 16 maart 2023 volgt dat het gerechtshof ervan uitgaat dat de (helft van de) waardestijging van het appartement tot het bezwaarde vermogen behoort.

In het licht van het vorenstaande valt niet in te zien welk belang eiseres heeft bij de gevorderde verklaring voor recht.

Het gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

Eiseres stelt verder dat de schuldigerkenning geheel ten laste dient te worden gebracht van het bezwaarde vermogen.

Moeder voert aan dat slechts de helft van de schuldigerkenning ten laste van het bezwaarde vermogen dient te worden gebracht omdat niet alleen erflater maar de beide ouders de schuldigerkenning zijn aangegaan.

Eiseres refereert zich vervolgens aan het oordeel van de rechtbank.

Uit de door eiseres als productie overgelegde schenkingsovereenkomst blijkt dat erflater en moeder een bedrag van € 26.044,00 aan eiseres en dochter schuldig erkennen.

De schuldigerkenning door erflater en moeder betreft dus een bedrag van in totaal € 52.088,00.

Dit betekent dat de schuldigerkenning die onder het bezwaarde vermogen valt de helft, te weten € 26.044,00, bedraagt.

Op de boedelbeschrijving staat dit bedrag ook vermeld.

Daarnaast stelt eiseres zelf dat van de boedelbeschrijving dient te worden uitgegaan.

De gevorderde verklaring voor recht dat de schuldigerkenning geheel ten laste dient te worden gebracht van het bezwaarde vermogen zal dan ook worden afgewezen.

Bij toewijzing van het mindere (de helft van de schuldigerkenning) heeft eiseres gelet op de inhoud van de boedelbeschrijving geen belang.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.