De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de omvang van een legaat.
In de kern gaat het in deze zaak om de vraag of het saldo dat ten tijde van het overlijden van erflater op de bedrijfsspaarrekening stond tot het legaat behoort.
De erven stellen dat dit niet zo is, omdat dit saldo niet behoort tot “alle vermogensbestanddelen behorende tot (of gebruikt worden voor) het ondernemingsvermogen”.
Gedaagde bestrijdt dit en voert aan dat het saldo op de bedrijfsspaarrekening wel tot het legaat behoort, omdat dit tot het ondernemingsvermogen moet worden gerekend.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Afgifte van een legaat. Omvang van het legaat. Uitleg. Vermogensbestanddelen. Behoort het ondernemingsvermogen tot het legaat?
De rechter oordeelt als volgt.
De vraag is wat de omvang is van het legaat.
Op grond van artikel 4:46 lid 1 BW moet bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil slechts dan voor uitlegging van een beschikking mogen worden gebruikt, indien deze zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.
Dit betekent, dat pas indien de bewoordingen van een testament – gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk heeft willen regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt – onduidelijk zijn doordat ze geen duidelijke zin hebben, de bedoeling van de erflater mag en moet worden achterhaald.
Tussen partijen is niet in geschil dat erflater wilde dat zijn onderneming door gedaagde zou worden voortgezet.
Dat is de verhouding die hij in zijn uiterste wil wenste te regelen.
Met dat doel heeft hij de twee broers en zus van gedaagde tot erfgenaam benoemd en aan gedaagde gelegateerd – naast de woning – “alle vermogensbestanddelen behorende tot (of gebruikt wordende voor) het ondernemingsvermogen van het door mij ten tijde van mijn overlijden uitgeoefende akkerbouwbedrijf, dan wel mijn aandeel daarin, waaronder begrepen de onroerende en roerende zaken, vergunningen en productierechten”.
Daartoe behoort ook de bedrijfsspaarrekening.
Dit is een zakelijke rekening.
Dit blijkt niet slechts uit de naam van de rekening, maar ook uit de door erflater vastgestelde jaarstukken over 2015, het jaar waarin hij het testament heeft opgemaakt.
De omvang van het legaat is daarmee duidelijk verwoord.
Daar kan op zichzelf geen misverstand over bestaan.
Dat gedaagde financieel wordt bevoordeeld boven de erven, zoals door hen is gesteld, maakt de bewoordingen waarin de omvang van het legaat is gesteld niet onduidelijk.
Dit is een gevolg van de verhoudingen die erflater kennelijk zo wilde regelen.
Nu de uiterste wilsbeschikking ten aanzien van hetgeen erflater met het legaat aan gedaagde wilde nalaten duidelijke zin heeft, komt de rechtbank op grond van lid 2 van artikel 4:46 BW niet toe aan een beoordeling van de overige door de erven gestelde feiten en omstandigheden.
De conclusie is dat de bedrijfsspaarrekening tot het legaat behoort.
Het saldo op die rekening kwam dus niet toe aan de erven.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.