De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over toedeling van goederen uit een eenvoudige gemeenschap binnen een nalatenschap.
Partijen zijn broers en zussen van elkaar.
In 1987 hebben eisers en gedaagde, hun vader en erflaatster tezamen de vennootschap onder firma Firma (hierna: de VOF) opgericht.
Na het overlijden van vader in 2003 hebben de overblijvende vennoten de VOF voortgezet (bij overeenkomst van 3 september 2004).
Erflaatster werd op grond van het testament van vader (onder meer) eigenaar van het aandeel van vader in de VOF, zodat haar aandeel in de VOF 1/3e bedroeg.
Het aandeel van eisers en gedaagde is ieder 1/6e deel.
Met het overlijden van erflaatster is de VOF uit hoofde van artikel 13 lid 3 van de oprichtingsakte ontbonden.
Tot het vermogen van de ontbonden VOF behoren 92 garageboxen, gelegen te A, en twee percelen met in totaal 53 garageboxen in B.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Verdeling door de rechter. Wijze van verdeling. Ontbonden VOF. Mede-eigendom. Eenvoudige gemeenschap. Toedeling. Belangenafweging.
De rechter oordeelt als volgt.
Tussen partijen is niet in geschil dat het garageterrein in A een eenvoudige gemeenschap vormt die moet worden verdeeld.
Hetzelfde geldt voor het garageterrein in B.
Partijen verschillen evenwel van mening over de wijze waarop de beide garageterreinen tussen hen moeten worden verdeeld.
De gemeenschappen zijn met elkaar verweven, omdat het aandeel van erflaatster in de ontbonden VOF in haar nalatenschap valt.
Indien de deelgenoten in een gemeenschap geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken, kan de rechter de (wijze van) verdeling daarvan op de voet van artikel 3:185 lid 1 BW vaststellen.
Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang.
De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren.
Eisers wensen toedeling van het garageterrein in A aan hen en toedeling van het garageterrein in B aan gedaagde.
Getalsmatig is dit de meest billijke verdeling: 92 garageboxen en het stuk grond aan eisers en 53 garageboxen aan gedaagde.
Zij stellen verder dat een zakelijke samenwerking met gedaagde niet meer mogelijk is en willen daarom uit de onverdeeldheid met hem raken.
Tot 2010 heeft gedaagde tegen betaling de onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verzorgd en tot 2010 was dat werkbaar.
Daarna is de samenwerking steeds problematischer geworden.
Gedaagde liet steeds meer werk liggen en ook de communicatie werd steeds lastiger.
Gedaagde kwam afspraken niet meer na, hij handelde niet adequaat en niet actief bij problemen als lekkages en wateroverlast en dit heeft tot steeds meer irritatie en spanningen geleid, aldus nog steeds eisers.
Gedaagde betwist niet dat de samenwerking met eisers steeds moeizamer is geworden.
De oorzaak daarvan is echter niet dat hij onvoldoende adequaat of actief zou handelen, maar de tegenwerking die hij heeft ondervonden van een van zijn broers.
Telkens als hij werkzaamheden had gepland, werden die geblokkeerd of waren die al uitgevoerd.
Ondanks de moeizame samenwerking vordert gedaagde splitsing van het perceel in A en toedeling aan hem van 23 garageboxen en het stuk grond.
Ook vordert gedaagde toedeling van alle garageboxen in B aan hem, waarbij gedaagde veronderstelt dat eisers toedeling van de garageboxen in B aan hen niet wensen.
Volgens gedaagde wordt op deze manier de gemeenschap zo eerlijk mogelijk verdeeld tussen partijen.
In dit verband benadrukt gedaagde dat het garageterrein in A meer potentieel heeft dan het garageterrein in B.
Bovendien heeft gedaagde meer binding met de garages in A, omdat hij actief heeft bijgedragen aan de bouw van deze garages en 15 jaar lang het onderhoud aan deze garages heeft verzorgd.
Indien het perceel in A wordt gesplitst, kan het onderhoud en beheer worden ondergebracht bij een derde partij, waardoor de samenwerking tussen gedaagde en eisers zeer beperkt zal zijn en onderlinge problemen en irritaties zullen worden voorkomen.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers toegelicht dat de door gedaagde voorgestelde splitsing van het perceel in A onwerkbaar is, omdat ook in dat geval nog nauwe samenwerking tussen partijen nodig is.
Zo heeft het terrein toegangshekken die worden aangestuurd door een centrale computer en is er een stroomnet, inclusief aansturing voor de nachtverlichting, voor het gehele complex, dat centraal wordt geregeld.
Ook is er camerabewaking met een centrale computer en een riool- en afwateringssysteem voor het gehele complex.
Om al deze zaken goed te laten verlopen, zal ook in geval het terrein zal worden gesplitst nauw samengewerkt moeten worden en zullen partijen regelmatig gezamenlijk besluiten moeten nemen. Inschakeling van een derde partij kan dat niet voorkomen.
Dit zal gezien de verstoorde verhouding (opnieuw) tot problemen leiden.
Ten aanzien van de gestelde binding stellen eisers dat gedaagde ook het onderhoud in B heeft verricht en ook daar bouwwerkzaamheden heeft verricht, zodat voor B dezelfde binding zal gelden.
Bovendien wordt gedaagde in de door hem voorgestelde wijze van verdeling – 23 garageboxen en het stuk grond in A en alle garageboxen in B – enorm overbedeeld, nog daargelaten dat eisers zich afvragen hoe gedaagde denkt dit te kunnen financieren.
Ten aanzien van de besluitvorming heeft gedaagde verklaard dat hij zich ervan bewust is dat hij alleen staat tegenover zijn broers en zus.
Gedaagde heeft verder erkend dat hij in B ook bouwwerkzaamheden heeft verricht.
Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat het belang van eisers bij toedeling van de garageboxen en de grond in A aan hen en toedeling van de garageboxen in B aan gedaagde groter is dan het belang van gedaagde bij splitsing van het garageterrein in A en toedeling op de door hem gevorderde wijze.
Doorslaggevend hierbij is dat zowel eisers als gedaagde verklaren dat de verhouding tussen partijen steeds moeizamer is geworden en tot steeds meer irritatie en spanningen heeft geleid.
Bij de door gedaagde voorgestelde splitsing zullen partijen nog steeds samen beslissingen moeten nemen, zoals over de gezamenlijke voorzieningen en het onderhoud daarvan.
Dat zal ook het geval zijn als het beheer en het onderhoud worden uitbesteed aan een derde.
De rechtbank is van oordeel dat de door gedaagde gevorderde splitsing een bron van (nieuwe) conflicten zal opleveren, terwijl de insteek van eisers voor deze procedure juist is de stroeve samenwerking en daaruit voortvloeiende conflicten te beëindigen.
Daar komt bij dat gedaagde in de door hem voorgestelde wijze van verdeling enorm wordt overbedeeld, waarbij gedaagde op geen enkele wijze (met stukken) heeft onderbouwd dat hij dat kan financieren.
Het bezwaar van gedaagde dat de garageboxen in A meer potentieel hebben, zal zich vertalen in de taxatie van de garageboxen, zodat gedaagde door de toedeling van het garageterrein in A aan eisers niet financieel zal worden benadeeld.
De stelling van gedaagde ten slotte dat hij meer binding heeft met A, maakt deze beslissing evenmin anders.
Gedaagde heeft immers erkend dat hij ook het onderhoud in B heeft gedaan en ook daar bouwwerkzaamheden heeft verricht, zodat de rechtbank er van uitgaat dat de gestelde binding evenzeer voor de garages in B kan gelden.
Vorenstaande leidt tot het oordeel dat het garageterrein in A, inclusief het stuk grond aan eisers zal worden toegedeeld en het garageterrein in B aan gedaagde, een en ander op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Omdat gedaagde 53 garageboxen krijgt toegedeeld tegenover 92 garageboxen en een stuk grond voor eisers zal er (vermoedelijk) sprake zijn van overbedeling van gedaagde.
Gedaagde zal dan nog een bedrag aan eisers moeten betalen voor het deel waarvoor hij wordt overbedeeld.
Welk bedrag gedaagde daarvoor moet betalen zal moeten worden vastgesteld aan de hand van de nog uit te voeren taxaties van de garageterreinen en overeenkomstig ieders erfdeel/aandeel.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.