De Rechtbank Rotterdam heeft op 2 juni 2021 uitspraak gedaan over de vraag of vernietiging van een koopovereenkomst van een woning en van een schenking op grond van de actio pauliana, wegens benadeling van de mogelijkheid tot het nemen van verhaal door de schuldeisers, mogelijk was.

Tussen partijen is in geschil of gedaagden met het sluiten van de koopovereenkomst ter zake van de woning en de kwijtschelding van een deel van de koopsom paulianeus hebben gehandeld in de zin van artikel 3:45 BW.

Erfrecht. Vereffening. Vernietiging koopovereenkomst woning en van een schenking op grond van de actio pauliana. Benadeling van verhaal van schuldeisers.

De rechter oordeelt als volgt.

Uit de parlementaire geschiedenis van het huidige erfrecht volgt dat de wetgever met de wettelijke verdeling heeft beoogd om de langstlevende echtgenoot na het overlijden van diens huwelijkspartner de beschikking te geven over de gehele nalatenschap, om zo de langstlevende echtgenoot in staat te stellen om ongestoord voort te kunnen leven zoals voorheen.

Daaruit volgt dat de langstlevende echtgenoot de uit de nalatenschap verkregen goederen niet alleen kan aanwenden voor eigen gebruik, maar deze ook kan bezwaren of vervreemden.

Dit betekent in het onderhavige geval dat de moeder in beginsel vrij mocht beschikken over de goederen die zij van erflater heeft verkregen, zoals (het aandeel van erflater in) de woning.

Deze vrijheid is echter niet onbeperkt, met name wanneer van deze bevoegdheid misbruik wordt gemaakt ten koste van derden.

De actio Pauliana

Uit artikel 3:45 BW volgt dat (i) een onverplichte rechtshandeling, die heeft geleid tot (ii) benadeling van de schuldeiser in zijn verhaalsmogelijkheden, in geval van (iii) wetenschap van benadeling bij de schuldenaar en, indien het gaat om een rechtshandeling anders dan om niet, ook bij diens wederpartij, vernietigbaar is.

Een rechtshandeling is onverplicht indien zij niet is gebaseerd op een onderliggende rechtsplicht. Een geslaagd beroep op artikel 3:45 BW vereist dat sprake is van benadeling in de geldelijke verhaalsmogelijkheden van de schuldeiser(s).

De benadeling is niet te beoordelen naar het moment van de rechtshandeling, maar naar het moment waarop de schuldeiser zijn rechten doet gelden.

In geval van een procedure is nodig en voldoende, dat de benadeling aanwezig is ten tijde dat over het beroep op artikel 3:45 BW wordt beslist.

Het moet gaan om daadwerkelijke benadeling, een kans op benadeling is niet voldoende.

Van benadeling is sprake indien de mogelijkheden van de schuldeiser om zich op de opbrengsten van vermogensbestanddelen te verhalen, geringer zijn dan ze zouden zijn geweest indien de gewraakte rechtshandeling achterwege was gebleven.

Steeds zal met de omstandigheden van het geval rekening moeten worden gehouden, waarbij in voorkomende gevallen verschillende zelfstandige rechtshandelingen als één complex kunnen worden beschouwd.

Van wetenschap van benadeling is sprake indien ten tijde van de handeling de benadeling met een redelijke mate van waarschijnlijkheid was te voorzien.

Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv draagt de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten de bewijslast van die feiten of rechten.

Het is dus aan de vereffenaar om feiten en/of omstandigheden te stellen – en in geval van voldoende gemotiveerde betwisting door gedaagden te bewijzen – ter onderbouwing van de door hem ingeroepen vernietiging van de in zijn optiek paulianeuze rechtshandelingen.

Onverplichte rechtshandeling

Tussen partijen is niet in geschil dat de rechtshandelingen waarvan de vernietiging is ingeroepen, onverplicht zijn verricht nu aan die rechtshandelingen geen rechtsplicht ten grondslag ligt.

Benadeling

Uit artikel 3:276 BW volgt dat een schuldeiser zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar kan verhalen.

Tot de nalatenschap van erflater en de huwelijksgoederengemeenschap behoorde de woning.

Die woning is door de moeder aan de zoon en gedaagde verkocht.

De koopprijs is voor € 116.000,- kwijtgescholden, voor een deel aangewend ter aflossing van de resterende hypotheekschuld en voor het resterende deel van € 83.944,15 op de bankrekening van de moeder gestort.

Kort na ontvangst van die storting zijn aanzienlijke contante bedragen opgenomen, als gevolg waarvan de bankrekening nagenoeg leeg was.

Door verkoop van de woning enerzijds is de mogelijkheid voor schuldeisers om zich voor het betaald krijgen van hun vordering op die woning te verhalen, teniet gegaan.

Door kwijtschelding en de contante geldopnames anderzijds kunnen de schuldeisers evenmin worden voldaan uit de verkoopopbrengst.

Ten slotte doet een eventueel te verkrijgen erfdeel van de voor-overleden vader van erflater, waarover nog geen uitsluitsel bestaat, niet af aan de benadeling van schuldeisers op dit moment.

Deze gang van zaken brengt met zich mee dat de schuldeisers door verkoop van de woning en de wijze waarop de verkoopopbrengst aan het vermogen van de huwelijksgemeenschap is onttrokken, in een slechtere positie zijn komen te verkeren dan daarvoor.

Hiermee is de benadeling als bedoeld in artikel 3:45 BW, ongeacht of de woning voor een marktconforme prijs is verkocht, gegeven.

Wetenschap

De verkoop van de woning kort na het overlijden van erflater is een daad van zuivere aanvaarding.

Hiermee hebben de moeder en de zoon de aansprakelijkheid voor de schulden van erflater op zich genomen.

Alleen daarom al kon de beneficiaire aanvaarding, die nota bene plaatsvond na levering van de woning door de moeder aan de zoon en gedaagde, niet rechtsgeldig meer plaatsvinden.

Als de beneficiaire aanvaarding door de moeder en de zoon (en de niet in deze procedure betrokken dochter) al rechtsgeldig zou zijn, dan schept dit ten minste de verplichting tot het opstellen van een boedelbeschrijving.

De moeder, de zoon en de dochter hebben nagelaten zo een beschrijving op te maken.

Daarentegen zijn na ontvangst van het restant van de koopsom van de bankrekening van de moeder wel diverse contante geldopnames gedaan.

Gedaagden hebben ondanks vragen hierover van de rechtbank in deze procedure en eerder van de vereffenaar niet toegelicht waaraan dat geld is besteed.

Daar komt bij dat erflater in de vorm van een eenmanszaak een onderneming voerde.

Gedaagden hebben aangevoerd dat zij geen kennis hadden van de administratie van die onderneming.

Dit brengt echter niet zonder meer met zich – ook of juist niet als de administratie voor gedaagden niet inzichtelijk was – dat gedaagden konden aannemen dat uit die onderneming geen schulden voortvloeiden.

Integendeel, als echtgenote, zoon en schoondochter van een ondernemer, hadden gedaagden ervan uit kunnen en moeten gaan dat er na het overlijden van erflater nog schulden zouden zijn die moesten worden voldaan.

Zo zijn er in de regel nog af te wikkelen fiscale kwesties (zoals omzetbelasting en inkomstenbelasting), die doorgaans per kwartaal of jaarlijks achteraf worden vastgesteld.

Voorts blijkt uit de aangehaalde beschikking dat de moeder en de zoon gedurende de behandeling van het verzoek tot benoeming van de vereffenaar kennelijk geen bezwaar hebben gemaakt tegen de vordering van eiser op de nalatenschap van erflater.

Gelet op de diverse sommaties die eiser heeft gestuurd, had dit wel voor de hand gelegen als zij die vordering niet kenden of die vordering inhoudelijk betwistten.

Ook hebben gedaagden, rekening houdend met de door de vereffenaar in het geding gebrachte stukken ter onderbouwing van de vorderingen, niet aannemelijk gemaakt dat de door de vereffenaar overgelegde boedelbeschrijving niet juist zou zijn.

De beneficiaire aanvaarding, voor zover die ten aanzien van de moeder en de zoon al rechtskracht zou hebben, geeft er ook blijk van dat zij rekening hielden met de mogelijkheid van het bestaan van schulden.

Alles bij elkaar leidt het vorenstaande tot de conclusie dat gedaagden de schuldeisers van erflater en de huwelijksgoederengemeenschap moedwillig hebben benadeeld door het enige verhaalsobject, de (verkoopopbrengst van de) woning, aan het vermogen van erflater en de huwelijksgemeenschap te onttrekken.

De aangehaalde samenloop van feiten en omstandigheden maakt dat gedaagden wisten of behoorden te weten dat de schuldeisers van erflater door deze onttrekkingen werden benadeeld.

Immers, als de gewraakte rechtshandelingen (de koop- en schenkingsovereenkomst) niet waren verricht, hadden de schuldeisers zich voor wat betreft de betaling van hun vorderingen op de woning kunnen verhalen.

Die mogelijkheid is door verkoop en levering van de woning, zonder dat daar een in geld gelijk te stellen verhaalsobject tegenover staat, de koopprijs is als verhaalsmogelijkheid immers ook gefrustreerd, teniet gegaan.

Uit de beneficiaire aanvaarding blijkt dat de moeder en de zoon (en de dochter) ten minste rekening moeten hebben gehouden met de mogelijkheid dat de schulden de baten overtreffen.

In die omstandigheid had het op hun weg gelegen daarover allereerst duidelijkheid te verkrijgen, alvorens zich de enige baten uit de nalatenschap toe te eigenen.

Desgevraagd heeft de vereffenaar toegelicht dat uitsluitende vernietiging van de schenkingsovereenkomst niet leidt tot voldoende zekerheid tot herstel van de verhaalpositie van de schuldeisers.

Door vernietiging van de schenkingsovereenkomst ontstaat immers slechts een vordering op de zoon en staat het thans door de zoon en gedaagde ingeschreven hypotheekrecht in de weg aan een evenzo succesvolle executie van de woning als in het geval de woning tot de huwelijksgemeenschap van erflater en de moeder behoort.

Gedaagden hebben hier niets tegenin gebracht.

Gelet op de door de vereffenaar overgelegde boedelbeschrijving is de vernietiging van zowel de schenkingsovereenkomst als de koopovereenkomst in zoverre ook niet onnodig vergaand.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de actio pauliana in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.