De Rechtbank Noord-Holland heeft op 9 juni 2021 uitspraak gedaan over de vraag of verrekening mogelijk was gedurende de vereffening van een nalatenschap.

In 2004 is vader van gedaagde overleden.

Zijn echtgenote (tevens moeder van gedaagde) verkreeg uit de nalatenschap de eigendom van het gehuurde.

In 2016 is moeder overleden.

Zij heeft bij testament haar dochter (de zus van gedaagde) tot enig erfgenaam benoemd en haar twee zonen, gedaagde en de broer van gedaagde. een geldbedrag ter grootte van hun erfdeel gelegateerd.

Het eigendom van het gehuurde valt in de nalatenschap van moeder.

De zus van gedaagde heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.

Zij is aanvankelijk als vereffenaar van de nalatenschap opgetreden.

De vraag die zich aandient is tot welk bedrag de huur kan worden verrekend met het vaderlijk erfdeel.

Erfrecht. Verrekening. Vereffening. Is verrekening mogelijk gedurende de vereffening? Concurrente schuld. Benadeling van schuldeisers? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De vraag is of het beroep van gedaagde op verrekening slaagt.

De vereffenaar stelt zich primair op het standpunt dat verrekening in het geheel niet mogelijk is omdat niet is voldaan aan de vereisten die artikel 4:217 BW jo artikel 53 van de Faillissementswet (FW) daaraan stelt.

De vereffenaar voert aan dat de vordering uit het vaderlijk erfdeel op de nalatenschap is ontstaan vóór het overlijden van erflaatster terwijl de huurschulden zijn ontstaan na haar overlijden.

De kantonrechter volgt de vereffenaar in zijn betoog dat de bevoegdheid tot verrekening niet voortvloeit uit de genoemde wetsartikelen. Daarmee is echter nog niet gezegd dat een beroep op verrekening niet kan slagen.

Van belang is ook wat partijen met elkaar hebben afgesproken en/of van elkaar mochten verwachten.

Gedaagde heeft in dit verband voldoende aangetoond dat de vereffenaar (aanvankelijk) akkoord is gegaan met verrekening door gedaagde.

Hij wijst daarbij onder meer op een e-mailbericht van 9 juli 2019 aan de advocaat van gedaagde waarin de vereffenaar schrijft: “De huur kon tot nu toe ex artikel 4:217 worden verrekend met het vaderlijk erfdeel dat ik (voorlopig) had begroot op € 147.727,67”.

In deze procedure stelt de vereffenaar zich op het standpunt dat (slechts) om praktische redenen is gekozen verrekening door gedaagde toe te staan, maar de kantonrechter is van oordeel dat de vereffenaar op de aldus verleende toestemming niet eenzijdig kan terugkomen.

Ook de aanwijzing van de kantonrechter van 30 oktober 2019 biedt geen aanknopingspunten voor de stelling dat verrekening niet zo zijn toegestaan.

Integendeel, in de beschikking staat dat de kantonrechter de aanwijzing zal geven dat de vereffenaar over gaat tot het innen van de huur “zodra naar het inzicht van de vereffenaar de vordering van gedaagde op grond van zijn vaderlijk erfdeel door verrekening met de verschuldigde huur teniet dreigt te gaan, omdat anders de belangen van de overige schuldeisers in het gedrang komen”.

De stelling van de vereffenaar dat verrekening in het geheel niet is toegestaan zal dan ook worden verworpen.

De vereffenaar voert aan dat pas na het verbindend worden van de uitdelingslijst het uit te keren bedrag vast staat en de vereffenaar verplicht wordt een ieder het volgens deze lijst toekomende bedrag uit te keren.

Nu hiervan nog geen sprake is, is het bedrag waarmee gedaagde wil verrekenen formeel nog niet vastgesteld en is het volgens de vereffenaar theoretisch denkbaar dat er – in het geval van een gebrek aan voldoende gerealiseerd boedelactief – in het geheel geen vordering zal zijn.

Daarnaast voert de vereffenaar aan dat verrekening een doorkruising van de rangorde van de verdeling in de nalatenschap tot gevolg kan hebben.

Het vaderlijk erfdeel betreft immers een concurrente schuld die bij verrekening met de huurpenningen boven de boedelschulden en preferente schulden wordt geplaatst.

De kantonrechter is van oordeel dat hetgeen de vereffenaar heeft aangevoerd in zijn algemeenheid juist is.

Verrekening mag immers niet leiden tot benadeling van andere schuldeisers.

Uit de hiervoor geciteerde overweging blijkt dat de kantonrechter dit ook in zijn aanwijzing tot uitgangspunt heeft genomen.

De kantonrechter is echter van oordeel dat in deze zaak voldoende is gebleken dat voldoende boedelactief aanwezig zal zijn om alle schulden te voldoen.

Volgens gedaagde is een boedelactief te verwachten van ten minste € 1.225.000,00 terwijl de passiva (waaronder zijn vaderlijk erfdeel) in redelijkheid op een bedrag van € 968.000,00 zijn te stellen.

Omdat in de opstelling wordt uitgegaan van een opbrengst van € 900.000,00 voor de verkoop van de woning, welk bedrag naderhand ook daadwerkelijk gerealiseerd is, is dit naar het oordeel van de kantonrechter een reële opstelling.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat niet snel sprake is van een situatie waarin andere schuldeisers door de verrekening benadeeld zouden kunnen worden.

De vraag die partijen voorts verdeeld houdt is tot welk bedrag gedaagde een vordering op de boedel heeft.

Gedaagde heeft bij dupliek een berekening in het geding gebracht op basis waarvan hij concludeert dat tot en met december 2020 sprake is van een toereikend saldo voor verrekening van de verschuldigde huur.

De kantonrechter overweegt dat echter niet uit het oog mag worden verloren dat in de aanwijzing is bepaald dat het aan de vereffenaar is om te beoordelen tot welk bedrag verrekend mag worden.

Nu volgens de vereffenaar het vaderlijk erfdeel van gedaagde maximaal € 147.727,67 bedraagt en dit bedrag ook meermalen aan gedaagde is meegedeeld, zal de kantonrechter hiervan uitgaan.

Het (ook) in de dagvaarding genoemde bedrag van € 137.830,00 wordt, mede gelet op het voorgaande, niet tot uitgangspunt genomen.

Daarbij neemt de kantonrechter voorts in aanmerking dat het enkele feit dat de zus van gedaagde in 2008 meer successierecht heeft betaald dan gedaagde op zichzelf nog niet maakt dat het vaderlijk erfdeel niet langer gelijk verdeeld moet worden.

Dat het vaderlijk erfdeel gelijk verdeeld moet worden, blijkt ook uit de akte vaststelling erfdelen van 9 september 2008.

Uit deze akte blijkt overigens ook dat de overledene de betaalde successierechten voor haar rekening had moeten nemen.

Het is niet aan gedaagde om zelfstandig op grond van een eigen berekening tot een hoger bedrag te verrekenen.

De conclusie is dat op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding de aanspraak die gedaagde op de boedel had met betrekking tot het vaderlijk erfdeel voldoende groot was om tot verrekening van de huur over te gaan.

De vordering tot betaling van € 118.480,42 aan huur tot en met 31 december 2019 zal dan ook worden afgewezen.

Nu niet gezegd kan worden dat gedaagde met betaling van de huur in verzuim was, zullen ook de vorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Het voorgaande brengt met zich mee dat op 1 januari 2020 nog een bedrag van € 29.247,25 (€ 147.727,67 minus € 118.480,32) voor verrekening met de huur in aanmerking kwam.

Gelet op de niet-betwiste maandelijkse huur van € 3.475,04 betreft dit 8,4 maanden aan huur.

De conclusie is dat ook de huur tot en met de maand augustus 2020 door middel van verrekening kon worden voldaan.

Vanaf de maand september 2020 zou gedaagde geen beroep op verrekening meer toekomen.

Nu het gehuurde per 28 augustus 2020 aan een derde/nieuwe verhuurder is overgedragen, zal de vordering tot betaling van huur vanaf 1 januari 2020 geheel worden afgewezen.

Ook ten aanzien van deze periode geldt dat gedaagde niet met betaling van de huur in verzuim was, zodat de vordering tot betaling van rente zal worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de mogelijkheid van verrekening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.