De Rechtbank Den Haag heeft op 13 juli 2022 uitspraak gedaan over de vaststelling van de hoogte van de vordering van een kind bij een wettelijke verdeling.
De heer X (hierna: vader) is getrouwd geweest met mevrouw Y (hierna: moeder).
Toen zij trouwden, hadden zij beiden al een kind uit een eerdere relatie.
Vader X is de vader van eiseres, moeder Y is de moeder van gedaagde 1.
Samen hebben zij één kind gekregen: gedaagde 2.
Vader X is op 4 april 2020 overleden.
Hij had geen testament gemaakt, waardoor moeder Y, eiseres en gedaagde 2 zijn erfgenamen waren.
Op grond van het wettelijke erfrecht verkreeg moeder Y alle goederen van de nalatenschap van vader X.
Eiseres en gedaagde 2 kregen, als erfgenamen van vader X, een niet opeisbare vordering ter grootte van hun erfdeel op moeder Y.
Eiseres en moeder Y zijn het niet eens geworden over de grootte van het erfdeel van eiseres.
Moeder Y is op 2 juni 2021 overleden.
Gedaagde 1 en gedaagde 2 zijn haar erfgenamen.
Door het overlijden van moeder Y is de vordering van eiseres op moeder Y opeisbaar geworden.
Eiseres is daardoor schuldeiser in de nalatenschap van moeder Y.
Ook eiseres, gedaagde 1 en gedaagde 2 hebben echter geen overeenstemming kunnen bereiken over de hoogte van deze vordering.
Eiseres vordert de geldvordering van eiseres op grond van artikel 4:15 BW in deze procedure vast te stellen, dan wel om deze procedure aan te houden om eiseres in de gelegenheid te stellen de kantonrechter te vragen haar geldvordering vast te stellen
Erfrecht. Wettelijke verdeling. Vaststelling van de hoogte van de vordering van een kind. Dagvaarden van alle erfgenamen. Exceptio plurium litis consortium. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Bevoegdheid van rechter.
De rechter oordeelt als volgt.
Gedaagde 2 stelt zich op het standpunt dat eiseres niet ontvankelijk is in haar vordering, omdat zij deze vordering niet in haar eentje (zonder medewerking van gedaagde 2) kan indienen.
Gedaagde 2 baseert dit op artikel 4:198 van het Burgerlijk Wetboek.
Dit standpunt gaat echter niet op.
Artikel 4:198 BW bepaalt dat vereffenaars van een nalatenschap alleen gezamenlijk kunnen optreden.
Van zo’n situatie is in dit geval geen sprake.
Eiseres vordert, als schuldeiser in de nalatenschap van moeder Y, dat de hoogte van haar erfdeel in de nalatenschap van vader X wordt vastgesteld.
Voor zo’n vordering heeft zij niemands medewerking nodig.
Wel moet zij alle erfgenamen van moeder Y in de procedure betrekken.
Dat heeft zij gedaan: gedaagde 1 en gedaagde 2 zijn immers alle twee gedagvaard.
Weliswaar heeft eiseres ook nog “de gezamenlijke erfgenamen van moeder Y” gedagvaard, maar vast staat dat gedaagde 1 en gedaagde 2 de enige erfgenamen zijn.
Dat betekent dat de vordering kan worden beoordeeld.
De rechtbank is niet bevoegd, maar zal de vordering wel beoordelen
Gedaagde 1 en gedaagde 2 hebben zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet de rechtbank, maar de kantonrechter had moeten vragen om de omvang van haar vordering vast te stellen.
Dat volgt uit artikel 4:15 BW.
Eiseres heeft er weliswaar op gewezen dat schuldeisers van een nalatenschap op grond van artikel 4:223 lid 2 BW hun vorderingsrecht ook door de rechtbank kunnen laten vaststellen, maar artikel 4:15 BW (dat speciaal is geschreven voor de situatie waarin erfgenamen het niet eens zijn over de hoogte van een vordering) gaat voor op het algemene artikel 4:223 lid 2 BW.
Tijdens de zitting hebben partijen echter laten weten dat zij behoefte hebben aan een snelle beslissing over hun geschil en dat zij er geen bezwaar tegen hebben als de rechtbank uitspraak doet.
De rechtbank zal de zaak daarom niet verwijzen naar de kantonrechter en zal de vordering van eiseres zelf beoordelen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.