Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Overijssel heeft op 1 augustus 2018 uitspraak gedaan over een verdeling van een nalatenschap. Verjaring? Deelgenoot in een gemeenschap. Ten behoeve van de nalatenschap een vordering instellen.
De discussie die partijen voeren over een eventuele verjaring en de hoogte van de aflossingen ten aanzien van een zich in de nalatenschap bevindende vordering op een derde kan niet gevoerd worden in deze procedure. Dit betekent dat eiser en gedaagde, als zij ter zake duidelijkheid wensen, als deelgenoten ten behoeve van de nalatenschap een vordering dienen in te stellen jegens de derde.
Ten aanzien van de vordering van erflaatster op Y op het moment van overlijden van erflaatster is van belang dat de erfgenamen (eiseres en gedaagde) gezamenlijk treden in de rechten en plichten van erflaatster.
Uit de akte van levering volgt dat erflaatster op 1 oktober 2007 een vordering had op Y ad € 30.000,00.
Volgens eiseres zijn na de levering van de woning betalingen verricht door Y voor een bedrag van € 4.662,00 zodat een vordering resteert van € 25.338,00.
Volgens gedaagde is de vordering op Y verjaard. Indien geen sprake zou zijn van verjaring, stelt gedaagde dat Y meer heeft afgelost en wel zodanig dat de vordering € 18.016,00 bedraagt.
Verdeling nalatenschap. Verjaring? Deelgenoot in een gemeenschap. Ten behoeve van de nalatenschap een vordering instellen.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat de discussie die partijen voeren over een eventuele verjaring en de hoogte van de aflossingen, niet gevoerd kan worden in deze procedure.
Immers, zij zijn de erfgenamen van de nalatenschap van erflaatster en in de nalatenschap bevindt zich een vordering op Y die mogelijk in rechte niet meer afdwingbaar is omdat deze verjaard zou kunnen zijn.
Of dit het geval is, is in deze procedure niet te beoordelen reeds omdat op verjaring een beroep moet worden gedaan.
Ook is van belang of erflaatster jegens Y de schuld heeft opgeëist in verband met de vraag welke verjaringstermijn van toepassing is.
Dit betekent dat eiseres en gedaagde, als zij ter zake duidelijkheid wensen, als deelgenoten ten behoeve van de nalatenschap een vordering dienen in te stellen jegens Y waarbij de rechtbank volledigheidshalve wijst op het bepaalde in artikel 3:171 BW en de uitleg die de Hoge Raad hieraan heeft gegeven in een arrest van 6 april 2018, HR:2018:535 op grond waarvan de mogelijkheid bestaat voor een deelgenoot om ten behoeve van de gemeenschap een vordering of verzoekschrift in te dienen jegens een andere deelgenoot, dan wel jegens derden.
In ieder geval kan eiseres jegens gedaagde niet de helft van de gestelde vordering op Y opeisen zodat dat deel van de vordering zal worden afgewezen.
Wel kan worden bepaald dat zich in de nalatenschap een vordering bevindt op Y. Of deze vordering in rechte afdwingbaar is, staat, gelet op het voorgaande, niet vast evenmin wat de hoogte is van het resterende bedrag.
Ten aanzien van een aantal nader genoemde zaken heeft eiseres het vermoeden geuit dat deze tot de nalatenschap behoren. Dit betreffen: dekenkist oom, metalen tabaksdoosje oom, bijbel met slot van oma en batikdoeken Indonesië oom.
Gedaagde stelt geen kennis te dragen van de genoemde zaken, in welk verband zij heeft meegedeeld dat erflaatster weliswaar de woning van haar broer heeft geërfd in 2005 maar hier niet woonachtig is geweest, maar zelf in een huurwoning woonde van waaruit zij in 2011 is vertrokken om te gaan wonen in B.
Nu eiseres slechts vermoedt dat genoemde zaken tot de nalatenschap behoren en ter zake heeft meegedeeld geen bewijs aan te bieden, zal ook dit deel van de vordering worden afgewezen.
Met betrekking tot de dubbele trouwring en de gewone ring heeft gedaagde gesteld dat deze zaken verdwenen zijn. Zij heeft er daarbij op gewezen dat erflaatster na haar verblijf in B, in 2013 verhuisd is naar het verpleegtehuis A waar geen afsluitbare kasten aanwezig waren. De gouden ketting is nog wel aanwezig, deze is door erflaatster aan gedaagde geschonken.
De rechtbank overweegt dat nu eiseres de stellingen van gedaagde op deze onderdelen niet heeft betwist, aangenomen dient te worden dat de dubbele trouwring en de gewone ring niet behoren tot de nalatenschap. Ook de gouden ketting behoort hier niet toe nu in rechte aangenomen dient te worden dat deze door erflaatster is geschonken aan gedaagde.
In dit kader weegt mee dat eiseres en erflaatster al geruime tijd geen contact met elkaar hadden zodat eiseres ook niet op de hoogte was van hetgeen zich in de nalatenschap van erflaatster bevond. Ook komt het de rechtbank niet onlogisch voor dat erflaatster sieraden heeft geschonken aan haar dochter waarmee zij wel contact onderhield.
Eiseres heeft, nadat gedaagde bij conclusie van antwoord diverse bescheiden heeft overgelegd, niet betwist dat het saldo van de SNS betaal- en spaarrekening en kas een bedrag van € 13.638,68 betreft zoals door gedaagde is gesteld en onderbouwd.
Ook de vordering van gedaagde op de nalatenschap ad € 4.418,50 (lees: € 4.418,20 gelet op de onderliggende facturen) is niet betwist, evenmin als de openstaande factuur van notariskantoor L ad € 2.722,50. Gedaagde heeft nog gesteld dat elke maand een bedrag van € 1,75 per maand in rekening wordt gebracht als bankkosten.
De rechtbank overweegt ter zake dat tijdens de comparitie van partijen niet duidelijk is geworden of inmiddels de werkzaamheden met betrekking tot de verdeling van de nalatenschap zijn afgewikkeld of dat nog een aanvullende nota van notariskantoor L wordt verwacht.
Indien de werkzaamheden afgewikkeld zijn en geen andere kosten worden verwacht, valt niet in te zien waarom de bankrekeningen van erflaatster aangehouden dienen te blijven en kunnen deze, nadat de vordering van gedaagde en de factuur van notariskantoor L zijn voldaan en het overblijvende saldo is verdeeld tussen eiseres en gedaagde, worden opgeheven. Gedaagde zal alsnog in de gelegenheid worden gesteld zich hierover bij akte nader uit te laten.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over het instellen van een vordering namens de nalatenschap of over verjaring in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.