Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 18 juni 2019 uitspraak gedaan over de vraag of een volmacht tot verdeling van een nalatenschap was overschreden op grond van belangenverstrengeling.

Dit geschil betreft de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater. Erflater heeft bij notariële akte een algemene volmacht gegeven aan zijn zoon om hem in alle opzichten te vertegenwoordigen.

Erflater is opgenomen op de gesloten afdeling van een verzorgingstehuis. Hij heeft in zijn testament voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt en daarin zijn zoons tot zijn enige erfgenamen benoemd en een van de zonen tot executeur.

Verdeling van een verdeling nalatenschap. Vorderingen op erfgenamen. Algemene volmacht. Selbsteintritt. Verbeuren aandeel in gemeenschapsgoed?

De rechter oordeelt als volgt.

In deze zaak gaat het om de betalingen die de zoon als executeur heeft gedaan ten laste van de bankrekening van erflater aan zichzelf.

Hij merkt die betalingen (primair) aan als voldoening aan een natuurlijke verbintenis van erflater jegens hem.

De executeur vindt dat erflater die natuurlijke verbintenis (‘een dringende morele verplichting’) had, omdat de zoon als executeur en zijn echtgenote vanaf 2008 de volledige verzorging van erflater en doorlopend de volledige behartiging van diens belangen op zich hebben genomen.

De executeur merkt die betalingen, voor zover het niet de voldoening van een natuurlijke verbintenis is, aan als schenkingen van erflater aan hem.

De erfgenamen bestrijden dat sprake is van een natuurlijke verbintenis of schenkingen die geldig zijn gedaan namens erflater.

De wet bepaalt dat een gevolmachtigde slechts als wederpartij van de volmachtgever (erflater) kan optreden, wanneer de inhoud van de te verrichten rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat, dat strijd tussen beider belangen uitgesloten is (artikel 3:68 BW).

Deze regel wordt in de praktijk vaak weergegeven als het verbod van Selbsteintritt.

Handelt een gevolmachtigde in strijd met dit verbod dan zijn de handelingen die hij heeft verricht nietig.

Het verbod geldt niet indien anders is bepaald. Is in strijd gehandeld met het verbod dan kan degene in wiens naam is gehandeld (erflater of zijn erfgenamen) de rechtshandeling nog wel bekrachtigen (artikel 3:69 BW).

Deze bepaling wil voorkomen dat de gevolmachtigde op de inhoud van de rechtshandelingen waarom het gaat invloed kan uitoefenen om er zelf beter van te worden (Hoge Raad, 3 februari 2012, HR:2012:BT6947).

De eerste vraag is nu of strijd tussen de belangen van erflater en de executeur is uitgesloten, zodat de executeur op grond van de volmacht toch bevoegd was de betalingen aan zichzelf te doen.

De rechtshandelingen waarom het gaat zijn betalingen die de executeur heeft gedaan vanaf de rekening van erflater vanwege, zoals hij zelf stelt, een natuurlijke verbintenis of vanwege schenkingen.

Het gaat om grote bedragen die een substantieel onderdeel vormen van het vermogen van erflater.

In feite is door deze betalingen het leeuwendeel van het vermogen van erflater bij de zoon als executeur terecht gekomen.

De belangen van de zoon als executeur en van erflater staan bij deze rechtshandelingen lijnrecht tegenover elkaar.

Het zijn rechtshandelingen waarvan de executeur zelf beter wordt en erflater slechter.

Het lijkt erop dat ook de executeur niet precies wist wat de inhoud van deze rechtshandelingen is en daarom achteraf maar voor twee ankers gaat liggen: natuurlijke verbintenis of schenking.

Niet is gebleken dat erflater tijdens leven op de hoogte was van deze betalingen en dat voor hem duidelijk was dat hij een natuurlijke verbintenis jegens de executeur had of schenkingen aan hem wilde doen of heeft gedaan.

In de algemene volmacht zijn deze rechtshandelingen niet als zodanig omschreven.

De rechter oordeelt dan ook dat de inhoud van de rechtshandelingen waarom het hier gaat voor erflater en de zoon als executeur niet zo nauwkeurig vaststond dat strijd tussen de belangen van erflater en de executeur is uitgesloten.

De volgende vraag is of erflater anders heeft bepaald, dat wil zeggen dat erflater heeft bepaald dat de executeur als gevolmachtigde óók wederpartij van erflater als volmachtgever kon zijn.

De executeur vindt dat erflater dat heeft bepaald omdat hij hem een algemene volmacht heeft gegeven en hij daarom alles mocht doen namens erflater, ook handelen met zichzelf.

De executeur verwijst daarvoor naar de tekst van de algemene volmacht.

De rechter is het niet met de executeur eens. In de algemene volmacht is wel bepaald dat de executeur erflater – kort gezegd – in alle zaken mag vertegenwoordigen en alle handelingen mag verrichten, maar nergens is bepaald dat hij ook rechtshandelingen met zichzelf mag sluiten.

Een duidelijke bepaling dat het verbod van Selbsteintritt van artikel 3:68 BW niet geldt ontbreekt en dat is wel nodig.

Een algemene volmacht (artikel 3:62 BW) geeft niet zonder meer ook de bevoegdheid tot Selbsteintritt.

Erflater heeft de executeur wel de mogelijkheid gegeven zelf een gevolmachtigde naast zich of in zijn plaats te benoemen (‘recht van assumptie en substitutie’).

De executeur heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Dat erflater hem die mogelijkheid heeft geboden betekent anders dan de executeur meent, niet dat hij toch zaken met zichzelf kon doen.

Erflater heeft zijn zoon in zijn testament tot executeur benoemd en bepaald dat de executeur als wederpartij van zichzelf kan optreden.

De zoon als executeur vindt dat uit die bepaling is af te leiden dat erflater daarmee ook heeft bepaald dat hij als gevolmachtigde zijn eigen wederpartij kan zijn.

Dat is niet zo. De functie van executeur is een andere dan die van volmachtgever. Wat erflater over de ene functie (executeur) bepaalt geldt niet vanzelf ook voor de andere functie (gevolmachtigde). Tussen deze beide functies bestaat het grote verschil dat de executeur pas na overlijden optreedt en de gevolmachtigde in beginsel alleen tijdens leven van erflater. De uitzonderingen die de wet op deze regel kent in artikel 3:73 en 74 BW zijn hier niet van toepassing.

Dat betekent dat de executeur de betalingen vanwege natuurlijke verbintenis of schenking niet kon doen en dat deze nietig zijn.

De executeur voert aan dat de erfgenaam al veel eerder een beroep daarop had moeten doen en dat de rechtsvordering tot vernietiging van die rechtshandelingen is verjaard (artikel 3:52 BW).

Dat klopt niet. De executeur vergist zich als hij denkt dat de rechtshandelingen vernietigbaar zijn.

Vernietigbaarheid houdt in dat de betalingen in beginsel geldig zijn en dat de erfgenaam de mogelijkheid heeft deze binnen een bepaalde termijn aan te tasten.

Hier is geen sprake van vernietigbare rechtshandelingen, maar van nietige rechtshandelingen.

De wet bepaalt niet het nodig is dat de erfgenaam daarop binnen een bepaalde termijn een beroep moet doen.

Wel is het mogelijk een nietige rechtshandeling te bekrachtigen.

Erflater zelf heeft de betalingen vanwege natuurlijke verbintenis of schenking niet bekrachtigd.

De executeur bekrachtigt in zijn memorie van grieven als executeur namens de erfgenamen de handelingen die hij met zich zichzelf heeft verricht.

Dat kan niet, omdat vaststaat dat de zoon geen executeur meer is. Zijn taak is al eerder geëindigd. Hij kan dus niet meer namens de erfgenamen optreden. De rechtshandelingen zijn dan ook niet bekrachtigd.

De slotsom is dat de executeur niet namens erflater deze betalingen kon doen en dat de rechtshandelingen (betalingen vanwege natuurlijke verbintenis of schenking) nietig zijn.

De executeur moet de betaalde bedragen terugbetalen aan de nalatenschap. Tot de nalatenschap behoort een vordering ter grootte van deze bedragen op de executeur.

De erfgenaam stelt dat de zoon, als erfgenaam en executeur opzettelijk heeft verzwegen dat de verkoopopbrengst van de brommobiel tot de nalatenschap behoort.

Als dat klopt verbeurt de zoon zijn aandeel in die opbrengst en komt deze alleen aan de overige erfgenamen toe. Dat bepaalt artikel 3:194 lid 2 BW.

De rechtbank heeft de stelling van de erfgenaam gevolgd.

Wat is er precies gebeurd? De zoon heeft de brommobiel van erflater verkocht en de verkoopopbrengst gestort op een eigen bankrekening.

De zoon, als erfgenaam, wist dat deze verkoopopbrengst tot de nalatenschap van erflater behoorde.

Toch heeft hij dit bedrag niet opgenomen in de boedelbeschrijving die hij heeft gemaakt.

De rechter vindt dat daarmee vaststaat dat de zoon opzettelijk heeft verzwegen dat die opbrengst tot de nalatenschap behoort.

Voor het ‘opzettelijk’ verzwijgen van een goed als bedoeld in artikel 3:194 lid 2 BW is voldoende dat de desbetreffende deelgenoot weet dat het verzwegen goed tot de gemeenschap behoort.

Daarvoor is niet nodig dat de zoon als erfgenaam het oogmerk had om rechten van de andere erfgenamen te verkorten (HR 22 december 2017, HR:2017:3262).

Ieder verzwijgen leidt tot de sanctie van artikel 3:194 lid 2 BW, ook als nog geen verdeling heeft plaatsgevonden.

Dit strookt met de strekking van de onderhavige bepaling om oneerlijk gedrag van de deelgenoten tegenover elkaar te ontmoedigen.

Deelgenoten zijn immers in de regel in hoge mate afhankelijk van de juistheid en volledigheid van de over en weer door hen verschafte inlichtingen omtrent het bestaan van tot de gemeenschap behorende goederen (HR 31 maart 2017, HR:2017:565).

De zoon als erfgenaam heeft zijn aandeel in de verkoopopbrengst verbeurd. Het gevolg daarvan is dat de vordering van de nalatenschap op hem tot betaling van dit bedrag aan de overige erfgenamen samen is gaan toebehoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, over het verzwijgen van goederen en gelden uit een erfenis, verbeurdverklaring van het erfdeel of over een volmachtsverlening in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.