Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 6 maart 2018 uitspraak gedaan over de verplichting tot het doen van rekening en verantwoording. Dient ex-vriendin rekening en verantwoording af te leggen over beheer van gelden van moeder van ex-vriend?
Geïntimeerde (de ex-vriendin) heeft enkele jaren bij de appellante (de moeder) in huis gewoond. Zij heeft een relatie gehad met de zoon van de moeder.
Volgens moeder dient de ex-vriendin rekening en verantwoording af te leggen van het door haar gevoerde beheer over het vermogen van appellante. Zij heeft dit als volgt toegelicht.
De ex vriendin heeft ermee ingestemd dat de voor haar bestemde bedragen op de rekening van de ex vriendin werden gestort. Zo werd voorkomen dat de ex-echtgenoot van moeder, die haar in februari 2010 had verlaten, bij haar geld kon komen. De ex vriendin heeft echter alles van moeder overgenomen en haar weggehouden van haar administratie. Dit was niet zo afgesproken, maar gebeurde als gevolg van de inzinking van moeder in die periode. Moeder vermoedt dat zij in die periode is gedrogeerd en slaapmedicatie kreeg toegediend.
De SVB heeft met ingang van oktober 2010 het AOW-pensioen van moeder op de bankrekening van de ex-vriendin gestort. De ex-vriendin heeft zich deze bedragen, die tot en met september 2013 neerkomen op in totaal € 31.184,49, ten onrechte toegeëigend.
ABN AMRO heeft in juni 2013 een uitkering uit de groeipolis van € 9.200,- op de bankrekening van de ex-vriendin gestort. Ook dit bedrag heeft de ex-vriendin ten onrechte gehouden.
De ex-vriendin heeft in juni 2013, onder valse voorwendselen, op naam van moeder een bankpas voor de bankrekening van moeder aangevraagd deze ook verkregen. Zij heeft op 21 juni 2013 de brommobiel van moeder verkocht voor € 1.900,-. Dit bedrag is op de bankrekening van moeder gestort, maar de ex-vriendin heeft met de pinpas van moeder € 500,- gepind en het resterende bedrag van € 1.400,- overgemaakt naar haar eigen rekening, aldus de advocaat van moeder.
De advocaat van ex-vriendin heeft hiertegen verweer gevoerd. Zij heeft ingestemd met het verzoek van moeder, destijds haar schoonmoeder en vriendin. Zij heeft alle door moeder genoemde bedragen aan haar terugbetaald. Met betrekking tot de door SVB betaalde bedragen aan AOW-uitkering heeft de ex-vriendin verwezen naar bankafschriften van 2011, waaruit volgens haar blijkt dat zij telkens na ontvangst van de AOW-uitkering van moeder dit bedrag doorstortte, of per pin opnam en contant aan moeder terugbetaalde.
De uitkering uit de groeipolis van € 9.200,22 is op deze manier ook volledig terugbetaald, zoals volgens de ex-vriendin door moeder is bevestigd in de door haar in het geding gebrachte, door beide partijen ondertekende verklaring van 2010.
De ex-vriendin heeft de brommobiel in opdracht van moeder verkocht voor € 1.900,- om een schuld bij de woningbouwvereniging te voldoen en uitzetting vanwege een huurachterstand te voorkomen. Moeder heeft op 21 juni 2013 € 1.400,- van haar bankrekening overgemaakt naar de ex-vriendin, waarna de ex-vriendin het bedrag diezelfde dag per pin heeft opgenomen. Zo ontving moeder dat bedrag en met het restant zijn schulden afgelost.
De ex-vriendin heeft geen pinpas van de bankrekening van moeder aangevraagd of verkregen. Zij had niets met het beheer van de bankrekening van moeder te maken. De betalingen liepen juist via de bankrekening van de ex-vriendin. De ex-vriendin heeft ook niet de beschikking over de bankpas en pincode van moeder gehad.
Verplichting tot het doen van rekening en verantwoording. Dient ex-vriendin rekening en verantwoording af te leggen over beheer van gelden van moeder van ex-vriend?
De rechter overweegt als volgt.
Een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording kan worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.
Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht. Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van een ander gevoerd beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming.
Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer: de redenen waarom het beheer is gevoerd, de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende, hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was, de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen, en de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen (Hoge Raad, 9 mei 2014, HR:2014:1089).
Naar het oordeel de rechter is geen sprake van een rechtsverhouding op grond waarvan de door appellante gevorderde rekening- en verantwoordingsplicht dient te worden aangenomen.
Moeder heeft in de periode van oktober 2010 tot en met september 2013 haar bankrekening aan de ex-vriendin ter beschikking gesteld. Op die manier kon het AOW-pensioen en de uitkering uit een groeipolis van moeder op de bankrekening van de ex-vriendin worden gestort en werd voorkomen dat de ex-echtgenoot van moeder bij deze bedragen kon komen.
De ex-vriendin was aanvankelijk bevriend met moeder, vervolgens haar schoondochter en partijen woonden in de hiervoor genoemde periode enige tijd bij elkaar in huis. De samenwoning heeft in elk geval drie en een half jaar geduurd.
De ex-vriendin heeft in deze procedure inzichtelijk gemaakt wat zij feitelijk met de op haar bankrekening gestorte gelden van moeder heeft gedaan, door het geven van een toelichting daarop en het overleggen van bankafschriften.
De advocaat van de ex-vriendin heeft tijdens het pleidooi in hoger beroep hieraan toegevoegd dat de ex-vriendin meehielp in de huishouding, weleens boodschappen deed en een stukje huur betaalde en het overige bedrag, dat aan moeder toebehoorde, contant aan haar terugbetaalde wegens vrees voor beslag door derden.
Moeder heeft dit niet, althans volstrekt onvoldoende weersproken. De rechter wijst de vordering af.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, over het afleggen van rekening en verantwoording in het erfrecht, of over het afleggen van rekening en verantwoording over het beheer van gelden vóór de periode van het overlijden van de erflater, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.