Door onze advocaat verdeling erfenis: In de onderstaande casus wordt er door de eisende partij een beroep gedaan op artikel 3:45 Burgerlijk Wetboek, de civielrechtelijke Pauliana. Wanneer een schuldenaar een rechtshandeling verricht waartoe zij niet verplicht is en daarbij wist of behoorde te weten dat door deze handeling een of meerdere schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden benadeeld worden is de rechtshandeling vernietigbaar. De Pauliana beschermt de verhaalsmogelijkheden van de schuldeiser.
In principe mag een schuldenaar vrij beschikken over zijn vermogen, van deze bevoegdheid mag hij echter geen misbruik maken door zijn eigen vermogen te verzwakken met het doel om de schuldeiser zijn vordering niet meer te kunnen laten verhalen. Door een beroep te doen op de Pauliana kan de schuldeiser een dergelijke rechtshandeling vernietigen. Daarvoor gelden drie vereisten; de rechtshandeling is onverplicht verricht, een schuldeiser wordt benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden en de schuldenaar had wetenschap van deze benadeling.
In de casus ging het over een mevrouw, verder A, die een bijstandsuitkering ontving van de gemeente. Na het overlijden van haar moeder werden zij en haar broer enig en algeheel erfgenaam. Er werd een akte van verdeling opgemaakt en alle registergoederen uit de nalatenschap werden toebedeeld aan haar broer met haar medeweten en goedkeuring. De bijstand blijkt onverschuldigd uitgekeerd en de gemeente vordert terugbetaling van de verstrekte bijstand en is daardoor schuldeiser van A. A stelt dat zij schulden had bij haar broer en dat door verrekening A helemaal niet onderbedeeld is. De gemeente meent namelijk dat er sprake is van een Paulianeuze rechtshandeling en vordert vernietiging van de akte en de gedaagde op te leggen binnen twee maanden een akte van verdeling op te maken waarbij beide erfgenamen daadwerkelijk de helft van de nalatenschap toevalt op straffe van een dwangsom zodat zij zich kunnen verhalen op het aan A toebedeelde. Rechtbank Overijssel overweegt op 1 juni 2016 het volgende over de vraag of de toedeling van de registergoederen aan de broer onverplicht is gedaan:
“Er blijkt niet dat tussen de heer[broer] en [A] is overeengekomen dat [A] de door [broer] betaalde bedragen aan hem moest terugbetalen, en evenmin blijkt dat is overeengekomen dat dat zou gebeuren door het verrekenen van die bedragen met haar deel van de erfenis. Ook blijkt niet welk bedrag [broer] zou moeten verrekenen met [A] , en of dat overeenkomt met haar deel van de waarde van de registergoederen. Van een verplichting tot toedeling van alle registergoederen aan [broer] blijkt derhalve niet. Nu zowel [broer] als [A] recht hadden op de helft van de nalatenschap, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdeling bij akte van 21 november 2014 onverplicht is geschied.”
Uit de zitting blijkt verder dat A bewust akkoord ging met de akte van verdeling zodat haar broer en niet de gemeente voordeel zou hebben van de nalatenschap van hun moeder. Ze stelde dat nadat de gemeente de schuld zou hebben geïnd er niets voor haar zou overblijven en dan had ze liever dat de registergoederen naar haar broer gingen. Dat A enkel stelt dat ze schulden heeft bij haar broer is niet voldoende om van een verplichte toedeling te spreken en de rechtbank stelt dat aan alle eisen van artikel 3:45 Burgerlijk Wetboek zijn voldaan. De gemeente wordt in gelijk gesteld en de rechtbank vernietigt de akte van verdeling. De Pauliana is ingewikkeld maar kan grote gevolgen hebben en wordt nog steeds zelden toegepast in het erfrecht. Onze advocaat verdeling erfenis kan u bijstaan in een artikel 3:45 BW-procedure om uw verhaalsmogelijkheden te beschermen of juist om een akte van verdeling in stand te houden.
Heeft u vragen over de Pauliana of de verdeling van de erfenis in het algemeen schroom dan niet contact op te nemen met onze advocaat verdeling erfenis via ons telefoonnummer 020 – 39 80 150 of via dit formulier.