Van onze advocaat verdeling erfrecht. Het Parket bij de Hoge Raad heeft op 31 maart 2017 een toelichting gegeven over de peildatum bij de waardering van een stuk grond bij de verdeling van een erfenis.
Het cassatiemiddel bevat twee klachten, die betrekking hebben op achtereenvolgens de peildatum voor de waardering van de nalatenschap en de waarde van een perceel grond.
De peildatum voor de waardering
Volgens vaste jurisprudentie de Hoge Raad geldt als peildatum voor de waardering van tot een gemeenschap behorende goederen in het kader van een verdeling in beginsel het tijdstip van de verdeling geldt, en dat hiervan slechts kan worden afgeweken indien partijen een andere datum zijn overeengekomen of als op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aanvaard.
Wijze van verdeling door de rechter
Bij de beoordeling van deze klachten staat voorop dat de rechtbank in haar eerste tussenvonnis van 8 december 1992 heeft overwogen niet zelf de verdeling te zullen vaststellen (artikel 3:185 BW), maar, gelet op de omvangrijke en gecompliceerde onverdeeldheid waarvan bovendien onroerende zaken het belangrijkste boedelbestanddeel uitmaken, slechts de wijze van verdeling te gelasten met inachtneming waarvan de notariële akte van boedelscheiding kan worden opgemaakt.
Blijkens de grieven waren er met betrekking tot de onroerende zaken twee grote geschilpunten: moeten deze worden getaxeerd in verpachte of in vrije staat en aan wie moeten deze worden toegedeeld?
In het licht hiervan heeft het hof in zijn arrest dan ook begrijpelijkerwijze vastgesteld dat grief zich uitsluitend richt tegen de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de wijze van verdeling van onroerende zaken en de waarderingsgrondslag ervan , waarna het heeft beslist over de toedeling van de onroerende zaken en de daarbij te hanteren waarderingsgrondslag.
Nu het hof, evenals de rechtbank, tot uitgangspunt had genomen niet zelfstandig de verdeling, waaronder te begrijpen de toedeling der goederen en de vaststelling van eventuele vorderingen uit overbedeling, te zullen vaststellen, maar slechts de te zijner tijd bij de verdeling in acht te nemen uitgangspunten, was het hof niet gehouden ambtshalve een peildatum voor de waardering vast te stellen. Het hof was, integendeel, bij gebreke van een daartegen gerichte grief gebonden aan de door de rechtbank in haar vonnis op grond van de redelijkheid en billijkheid vastgestelde peildatum voor de waardering.
Wilt u de hele uitspraak lezen? Klik dan hier.
Heeft u vragen over de verdeling van een erfenis, over de verdeling van onroerend goed in een erfenis, zoals een woning of een stuk grond, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.