Van onze advocaat verdeling erfrecht. De Rechtbank Amsterdam heeft op 03 augustus 2017 uitspraak gedaan in het verzet tegen door vereffenaar van een nalatenschap gedeponeerde rekening en verantwoording en uitdelingslijst als bedoeld in artikel 4:128 BW.

Opposanten gezamenlijk hebben de rechtbank verzocht hun verzet als bedoeld in artikel 4:218 lid 3 BW gegrond te verklaren en de door de vereffenaar op 28 oktober 2016 gedeponeerde uitdelingslijst bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking te wijzigen.

Aan hun verzet hebben opposanten gezamenlijk het volgende ten grondslag gelegd. De door te voeren wijzigingen betreffen in de eerste plaats de advocaatkosten. Deze hebben betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap en zijn derhalve terecht opgevoerd en dienen ten laste van de nalatenschap te komen. De nalatenschap heeft ter zake geen terugbetalingsvorderingen op de erfgenamen. Dit heeft mede gevolgen voor de opgenomen leningen en de erfdelen van de nalatenschap van vader.

Voorts ontbreekt een onderbouwing van het opgenomen loon van de vereffenaar.

Tot slot geldt dat de waarde van de ouderlijke woning en daardoor de legitimaire massa en de legitieme portie van de beide legitimarissen door de rechtbank in 2012 onjuist is vastgesteld, gelet op de nadien gerealiseerde verkoopopbrengst. De hoger beroepsprocedure is ten onrechte stil gelegd. De verkoop van de ouderlijke villa is bovendien onrechtmatig geweest, omdat deze is geforceerd door de legitimarissen terwijl een koper beschikbaar was. Thans ontvangen de legitimarissen meer dan de erfgenamen, aldus opposanten gezamenlijk.

De vereffenaar voert gemotiveerd verweer, en verzoekt om hem toe te staan het loon van de vereffenaar te verhogen met een compensatie voor de door hem en zijn medewerkers aan de behandeling van de onderhavige procedure extra bestede tijd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

Het verzet van opposanten gezamenlijk richt zich, zoals hiervoor is vermeld, tot de volgende drie elementen van de uitdelingslijst.

De advocaatkosten

opposanten gezamenlijk hebben betoogd dat de advocaatkosten integraal kwalificeren als schuld van de nalatenschap van moeder in de zin van artikel 4:7 lid 1 BW. Na nadere bestudering heeft de vereffenaar dit wat betreft een bedrag van € 20.281,31 erkend. Wat betreft het overige deel van de kosten heeft de vereffenaar zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Nu opposanten gezamenlijk gemotiveerd hebben toegelicht dat ook dat deel van de advocaatkosten in het belang van de nalatenschap is gemaakt en hun stelling steun vindt in de overgelegde specificaties is het verzet in zoverre gegrond.

Het loon van de vereffenaar

Opposanten gezamenlijk hebben aangevoerd dat de vereffenaar heeft verzuimd zijn loon te verantwoorden. De vereffenaar heeft hierop bij verweerschrift alsnog de betreffende beschikking van de RC met daarbij de onderliggende berekening in het geding gebracht. Nu opposanten gezamenlijk hier niet meer op hebben gereageerd, moet het verzet in zoverre ongegrond worden verklaard.

 De legitieme portie

Opposanten gezamenlijk verzetten zich tot slot tegen de hoogte van de legitieme portie van de legitimarissen, zoals door de vereffenaar in de uitdelingslijst is opgenomen. De rechtbank overweegt dat over de omvang van de legitimaire massa reeds een procedure aanhangig is (de legitieme-procedure), en in die procedure reeds vonnis is gewezen. Opposanten gezamenlijk hebben het in dat vonnis gehanteerde uitgangspunt, dat de waarde van de legitimaire massa, en de ouderlijke woning als onderdeel daarvan, moet worden bepaald op het moment van overlijden van de erflaatster (moeder), niet bestreden. Nu de legitimaire massa aldus reeds bij vonnis is vastgesteld, moet van de juistheid daarvan in de onderhavige procedure worden uitgegaan. Dat de erfgenamen hoger beroep tegen het vonnis hebben ingesteld kan daar niet aan afdoen, temeer niet nu de erfgenamen in 2015 gezamenlijk hebben besloten tot het stil leggen van de procedure in hoger beroep. Voor zover opposanten gezamenlijk de gezamenlijkheid van dit besluit betwisten, hebben zij daartoe onvoldoende gesteld. Daarnaast geldt dat onduidelijk is of de hoger beroepsprocedure tot een andere uitkomst zal leiden. Een en ander leidt tot de slotsom dat het verzet wat dit laatste element betreft eveneens ongegrond moet worden verklaard.

Het voorgaande leidt ertoe dat het verzet partieel, wat betreft de advocaatkosten, gegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat de rekening en verantwoording en uitdelingslijst als volgt moeten worden gewijzigd: bij de activa moeten de advocaatkosten als vordering worden geschrapt, bij de passiva moeten de advocaatkosten onder ‘Vereffening’ worden toegevoegd. Daarnaast dient het loon van de vereffenaar opnieuw te worden berekend met inachtneming van hetgeen de vereffenaar hieromtrent in zijn verweerschrift heeft opgenomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de vereffening, de verdeling of verdere afwikkeling van een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.