Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 20 juni 2017 uitspraak gedaan over de verschuldigde rente bij onrechtmatige onttrekking van gelden uit de nalatenschap

De onderhavige procedure betreft de vaststelling van de omvang en de verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen (erflaatster). Zij zijn de twee enige erfgenamen in deze nalatenschap. Vast staat dat door beide partijen bij leven van de erflaatster gelden onrechtmatig aan haar vermogen zijn onttrokken, die moeten worden vergoed aan de boedel.

In cassatie ging het vooral om de vraag welke rentevergoeding over de onttrokken bedragen verschuldigd is en over welke periode deze berekend moet worden. Daarnaast speelde of het hof in de staat van verdeling ten onrechte geen rekening heeft gehouden met een lening van f 10.000,- waarvoor de dochter aansprakelijk is.

De advocaat van de dochter heeft in eerste aanleg gevorderd de omvang en de verdeling van de nalatenschap vast te stellen. Nadat de rechtbank op 10 april 2013 een tussenvonnis had gewezen, is bij vonnis van 28 augustus 2013 de omvang van de nalatenschap vastgesteld, alsmede de verdeling hiervan. Door de rechtbank is bepaald dat de zoon uit hoofde van de verdeling van de nalatenschap aan de dochter een bedrag van € 103.015,72 dient te voldoen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Beide partijen zijn in hoger beroep gegaan. Het hof Amsterdam heeft bij arrest van 1 juli 2014 de bestreden vonnissen van de rechtbank gedeeltelijk vernietigd en de verdeling vastgesteld in overeenstemming met de staat van verdeling zoals opgenomen onder 3.15 van het betreffende arrest. De zoon is veroordeeld tot betaling aan de dochter van een bedrag van € 118.722,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na het wijzen van dit arrest. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Beide partijen hebben tegen het arrest van het hof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft in het principale en het incidentele beroep het bestreden arrest vernietigd en het geding naar dit hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

De advocaat van de dochter heeft bij memorie na verwijzing geconcludeerd tot veroordeling bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, van de zoon tot betaling aan de dochter van het bedrag van € 109.906,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2016 tot en met de dag der algehele voldoening met veroordeling van de zoon in de kosten van deze procedure. Dit bedrag is de uitkomst van een door de dochter overgelegde Staat van Verdeling Nalatenschap van de moeder, rekening houdende met de beslissing van de Hoge Raad. De zoon heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Verschuldigde rente bij onrechtmatige onttrekking van gelden uit de nalatenschap

De Hoge Raad heeft zowel van de zijde van de zoon als van de dochter twee onderdelen van de aangevoerde cassatiemiddelen gegrond geacht. De Hoge Raad heeft geoordeeld:

– dat bij de berekening van de rente die verschuldigd is over de onrechtmatige onttrekkingen door de zoon over de periode tot 5 december 2008 de maatstaf van artikel 6: 119 lid BW moet worden toegepast;

– dat in de staat van verdeling opgenomen moet worden de lening van f. 10.000,-waarvoor de dochter aansprakelijk is;

– dat de rente over de onrechtmatige onttrekkingen die verschuldigd is over de periode vanaf 5 december 2008 berekend moet worden tot de dag der betaling;

– dat, overeenkomstig het uitgangspunt dat ieder van partijen afzonderlijk gehouden is om over het ten behoeve van hem/haar onttrokken bedrag rente te betalen voor de periode vanaf 5 december 2008, voor de onttrekkingen door de zoon het bedrag van € 451.532,- als grondslag moet worden gehanteerd.

De dochter heeft bij memorie na verwijzing een aan de uitspraak van de Hoge Raad aangepaste staat van verdeling in het geding gebracht. Daarbij zijn nog twee andere verder niet ter zake doende kleine rekencorrecties aangebracht.

De zoon heeft zich wat betreft de door de dochter in het geding gebrachte berekeningen en de gehanteerde uitgangspunten gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Nu de aangepaste staat van verdeling door de zoon niet wordt weersproken en naar het oordeel van het hof de beslissingen van de Hoge Raad daarin op juiste wijze zijn verwerkt, zal het hof de bestreden vonnissen van de rechtbank Amsterdam vernietigen en de verdeling vaststellen overeenkomstig de aangepaste staat van verdeling. Een afschrift van deze staat wordt aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

In de familierelatie tussen partijen ziet het hof aanleiding de proceskosten van de procedure na verwijzing te compenseren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u vragen over de verdeling van een erfenis, over de onttrekking van gelden uit de nalatenschap of over de vergoeding van rente, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.