Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 februari 2018 uitspraak gedaan over het fideicommis de residuo en onder die voorwaarde gedane schenkingen.

De bezwaarde is erfgenaam onder de ontbindend voorwaarde in het testament dat bij overlijden de verwachter hem overleeft. De verwachters zijn dan erfgenamen onder de daarbij aansluitende opschortende voorwaarde dat zij de bezwaarde overleven.

Het procesrecht in het erfrecht

De rechter komt nog niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil van partijen, omdat er (procesrechtelijke) onvolkomenheden aan de vorderingen van appellant kleven die het hof ambtshalve moet beoordelen.

De vraag is of het mogelijk is deze onvolkomenheden te herstellen en alsnog toe te komen aan het inhoudelijke geschil van partijen zonder daarbij de belangen van partijen te schaden.

De complexiteit van het burgerlijke procesrecht is, vooral in het erfrecht, vaak de oorzaak van dergelijke onvolkomenheden. Het procesrecht heeft een dienende functie. Uiteindelijk gaat het erom dat de rechter het inhoudelijke geschil van partijen kan beoordelen.

Dit uitgangspunt maakt dat procesrechtelijke belemmeringen zoveel mogelijk moeten worden weggenomen en onvolkomenheden moeten worden hersteld. Noch de rechter noch partijen hebben deze onvolkomenheden gesignaleerd of zich daarop beroepen, maar zich geheel gericht op het inhoudelijke geschil. Het hof gaat ervan uit dat partijen geen bezwaar hebben tegen de wijze waarop het hof deze onvolkomenheden zal herstellen.

De advocaat van de erfgenaam wijst ook op een onvolkomenheid. Appellant zou haar in eerste aanleg enkel in privé hebben gedagvaard, maar stelt zijn dagvaarding in hoger beroep ook in jegens geïntimeerde als executeur. Dat kan volgens haar niet, omdat een rechtsmiddel moet worden ingesteld tegen de procespartij in de voorgaande instantie in de hoedanigheid in die instantie. Hij is volgens haar dan ook niet-ontvankelijk in zijn vordering jegens haar als executeur.

Anders dan geïntimeerde meent is hier geen sprake van een onvolkomenheid, laat staan van de strenge sanctie van niet-ontvankelijkheid.

Zowel de advocaat van appellant als de advocaat van geïntimeerde hebben de dagvaarding in eerste aanleg overgelegd. Daarin staat duidelijk vermeld dat wordt gedagvaard geïntimeerde (…), zowel in persoon als in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap (…)”. Of het zinvol is dat appellant geïntimeerde heeft gedagvaard in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap is de vraag.

Fideicommis de residuo. Schenkingen ten laste van het bezwaarde vermogen. Nietigheid schenkingen? Processueel ondeelbare rechtsverhouding?

Gelet op de bewoordingen van het testament is in deze zaak sprake van een fideicommissaire erfstelling, waarbij zowel de bezwaarde als de verwachters (haar vijf broers en zussen) erfgenaam zijn in de nalatenschap van erflater.

De bezwaarde is erfgenaam onder de ontbindend voorwaarde dat hij overlijdt en de verwachter hem overleeft; de verwachters zijn erfgenamen onder de daarbij aansluitende opschortende voorwaarde dat zij de bezwaarde overleven.

Bij het overlijden van erflater zijn de bezwaarde erfgenamen en de echtgenote onder algemene titel opgevolgd in het vermogen van erflater. Zij zijn vervolgens overgegaan tot verdeling van de nalatenschap van erflater. Bij het overlijden van het kind (bezwaarde) zijn haar vijf broers en zussen onder algemene titel opgevolgd in hetgeen resteert van het door het kind krachtens erfrecht van de erflater verkregen vermogen (fideicommis de residuo).

De nalatenschap van erflater is aldus eerst overgegaan op zijn echtgenote en zijn zes kinderen en vervolgens, voor zover het gaat om hetgeen onvervreemd en onverteerd is gebleven van hetgeen daarvan is toegedeeld aan het betreffende kind, van erflater op de vijf verwachters. Appellant is samen met zijn broers en zussen deelgenoot in deze (fideicommissaire) nalatenschap. Zowel het erfrecht zoals dat gold tot 1 januari 2003 als het thans geldende erfrecht leiden tot deze gevolgtrekkingen.

Voor de omvang van die nalatenschap is van belang of de schenkingen van het betreffende kind aan geïntimeerde geldig zijn of niet.

Bij het beroep van appellant op de nietigheid van die beide schenkingen is het noodzakelijk allen tegen wie op deze nietigheid een beroep moet worden gedaan in de procedure te betrekken.

Dat zijn de andere deelgenoten in die (fideicommissaire) nalatenschap en de executeur in die nalatenschap (de echtgenote van erflater en de moeder van partijen), indien deze nog in functie is en ook de bewindvoerders.

Er is sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Laat degene die een beslissing wil uitlokken over een processueel ondeelbare rechtsverhouding na om alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te roepen, dan dient de rechter ambtshalve de gelegenheid te geven om de niet opgeroepen personen alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Hoge Raad, 10 maart 2017, HR:2017:411).

De rechter zal appellant de gelegenheid geven op de voet van artikel 118 Rv zijn broers en broer als deelgenoot en bewindvoerder, zijn zus en zijn moeder, indien deze nog als executeur in functie is, alsnog in het geding te betrekken.

Indien appellant niet (of niet tijdig) van die gelegenheid gebruik maakt, dan zal het hof hem niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering een verklaring voor recht te geven dat de schenkingen nietig of ongeldig zijn.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening of de verdeling van een nalatenschap, over voorwaarden in een testament, over het fideicommis de residuo of over een processueel ondeelbare rechtsverhouding in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.