Van onze advocaat verdeling erfenis. Jet Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 23 januari 2018 uitspraak gedaan over de verdeling van een nalatenschap en de processueel ondeelbare rechtsverhouding.
Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.
In 2005 is overleden de erflater. De erflater heeft over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 11 mei 2004.
Hierin heeft de erflater zijn echtgenoot tot zijn enige erfgenaam benoemd en heeft hij aan zijn kinderen, een bedrag in contanten gelegateerd gelijk aan ieders legitieme portie in de nalatenschap en tevens bepaald dat het legaat pas opeisbaar is bij overlijden van zijn echtgenoot, en bij verschillende omstandigheden van financiële aard die zich thans niet voordoen.
Voorts heeft de erflater hierin bepaald dat de vaststelling van de grootte van het legaat en de waardering van de goederen en schulden van de nalatenschap moet geschieden in onderling overleg. De langstlevende echtgenoot is benoemd tot executeur van de nalatenschap.
Partijen zijn er tot op heden niet in geslaagd om overeenstemming te bereiken over de bepaling van de omvang van de nalatenschap en de waardering van de legaten.
Op 16 mei 2012 is ten overstaan van een notaris een boedelbeschrijving opgemaakt, voorzien van een vermelding van de eed als bedoeld in artikel 674 sub 7 Rv. De kinderen betwisten de juistheid van de door echtgenoot van erflater opgemaakte notariële boedelbeschrijving.
Bij dagvaarding van 14 juli 2014 hebben de kinderen van erflater de onderhavige procedure tegen de langstlevende echtgenoot aanhangig gemaakt.
In deze procedure stellen zij dat de nalatenschap van de erflater een hogere waarde vertegenwoordigt dan door de echtgenoot als executeur vermeld, hetgeen gevolgen heeft voor de omvang van de legitieme portie waarop de aan hen gelegateerde bedragen zijn gebaseerd. Ook achten zij de door executeur verstrekte informatie niet toereikend.
Op grond daarvan vorderden zij in eerste aanleg in conventie, samengevat: vaststelling van de verdeling van de nalatenschap, een verklaring voor recht dat de onroerende zaak onderdeel uitmaakt van de nalatenschap en dat hieraan een waarde wordt toegekend van € 900.000,=; een verklaring voor recht dat de omvang van de nalatenschap is als omschreven in de inleidende dagvaarding en vaststelling van de legitieme portie van de kinderen, waarop zij na het overlijden van de langstlevende echtgenoot aanspraak kunnen maken.
De echtgenoot als executeur heeft deze vorderingen betwist. In reconventie vorderde zij, samengevat, vaststelling van de waarde en de samenstelling van de nalatenschap overeenkomstig de productie bij conclusie van antwoord, in die zin dat de nalatenschap een negatieve waarde heeft en de kinderen daarom niets hebben te vorderen op grond van hun aanspraken uit hun legaten.
De kinderen hebben deze vordering op hun beurt bestreden.
Alleen één kind is in hoger beroep gekomen. Zij verlangt alsnog toewijzing van de vorderingen in conventie. Zij heeft haar mede-eisers in conventie/mede-verweerders in reconventie, niet in het geding betrokken.
De verdeling van een nalatenschap en de processueel ondeelbare rechtsverhouding
In verband hiermee overweegt de rechter het volgende.
De vorderingen in de onderhavige procedure betreffen een processueel ondeelbare rechtsverhouding.
Het gaat daarbij om een beslissing die in dezelfde zin moet luiden ten aanzien van alle bij die rechtsverhouding betrokkenen.
Bij arrest van 10 maart 2017 heeft de Hoge Raad (HR:2017:411) beslist dat in een procedure over een processueel ondeelbare rechtsverhouding alle bij die rechtsverhouding betrokken partijen in de procedure moeten worden betrokken.
Indien daarvan sprake is, kan de rechter slechts een beslissing geven in een geding waarin alle bij de rechtsverhouding betrokkenen partij zijn zodat de rechterlijke beslissing hen allen bindt.
Laat degene die een beslissing wil uitlokken over een processueel ondeelbare rechtsverhouding na om alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding te roepen, dan dient de rechter ook ambtshalve de gelegenheid te geven om de niet opgeroepen personen/persoon alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv.
Aangezien in dit geval het herstel op deze wijze nog mogelijk is, zal het hof dienovereenkomstig handelen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur of over een processueel ondeelbare rechtsverhouding in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.