Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 3 augustus 2021 uitspraak gedaan over de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat zekerheid moest worden gesteld in een verblijvensbeding.

De zaak gaat over het volgende.

B is in 2016 overleden met achterlating van de kinderen als haar enige erfgenamen.

Verzoeker heeft in een notariële akte van 23 februari 2017 het verblijvingsbeding uitgevoerd en het bedrag vastgesteld dat hij nog verschuldigd is aan de kinderen als erfgenamen van B.

Verzoeker stelt dat het in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de kinderen van hem zekerheidstelling voor zijn schuld aan hen verlangen.

Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen, en de maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij dit geval zijn betrokken (artikel 3:12 BW).

In het debat van partijen is niet naar voren gebracht welke algemeen erkende rechtsbeginselen of in Nederland levende rechtsovertuigingen in dit geval een rol kunnen spelen.

Ook is geen aandacht besteed aan maatschappelijk belangen die bij dit geval zijn betrokken.

Het is voor het hof wel duidelijk wat de persoonlijke belangen van partijen zijn.

Het belang van de kinderen is dat de gemaakte afspraken nagekomen worden en dat verzoeker aan hen zekerheid verleent.

Het belang van verzoeker is dat hij geen zekerheid hoeft te stellen.

Erfrecht. Verplichting zekerheid te stellen in verblijvensbeding. Uitleg. Is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat zekerheid moet worden gesteld? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof is van oordeel dat de omstandigheden die verzoeker stelt voor een groot deel niet zijn komen vast te staan.

De kinderen betwisten zijn stellingen.

Het had op de weg van verzoeker gelegen zijn stellingen beter toe te lichten door inzage te geven in zijn vermogenspositie, in de actuele stand van zaken rond de verhuur van de panden en in zijn gezondheidstoestand.

Omdat hij zijn stellingen niet voldoende heeft toegelicht zal het hof hem ook niet de gelegenheid geven daarvan bewijs te leveren.

Hij heeft anders gezegd niet voldaan aan zijn stelplicht.

Wat wel vaststaat is dat verzoeker en B de afspraken in de notariële akte van 5 december 1996 over het verblijvingsbeding en de zekerheidstelling mede hebben gemaakt “ter voldoening aan een door hen als dringend ervaren verplichting van moraal en fatsoen om naar de mate van het mogelijke voor elkaar te zorgen bij gebreke van een adequate pensioenvoorziening.”

Al met al is het hof van oordeel dat het in dit geval niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat verzoeker zekerheid moet stellen.

Niet is gebleken dat door het verlenen van zekerheid afbreuk wordt gedaan aan de zorg die verzoeker en B destijds voor ogen stond en dat verzoeker daardoor moet interen op zijn vermogen en niet meer beschikt over voldoende inkomsten om in zijn levensonderhoud te voorzien.

De grieven falen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over zekerheidsstelling in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.