De Rechtbank Gelderland heeft op 11 augustus 2021 uitspraak gedaan over de vraag of welke verjaringstermijn gold bij een onrechtmatige daad bij de afgifte van een legaat
Op 20 mei 1986 is de erflater overleden.
Eisende partij is een niet erkend kind van erflater.
Gedaagde partij is, tezamen met een broer en zus, geboren uit het ontbonden huwelijk van erflater. Hij en zijn broer en zus zijn de wettige erfgenamen van erflater.
Aan zijn vordering legt eisende partij ten grondslag dat gedaagde partij onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door, ondanks daartoe verplicht te zijn als erfgenaam, eisende partij niet te informeren over het legaat en vervolgens het perceel aan zichzelf toe te delen.
De eisende partij leidt schade door het onrechtmatige handelen van gedaagde en die schade dient gedaagde te vergoeden door alsnog het perceel aan eisende partij te leveren.
Erfrecht. Legaat. Informatieplicht. Onrechtmatige daad bij afgifte legaat. Verjaring vordering uit onrechtmatige daad. Ontstaan van schade. Verjaringstermijn van twintig jaar.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt.
De lange verjaringstermijn van twintig jaar begint dus, in tegenstelling tot de korte verjaringstermijn, niet pas te lopen wanneer de benadeelde daadwerkelijk in staat is om een rechtsvordering in te stellen.
In zoverre kan eisende partij dan ook niet worden gevolgd in zijn stelling dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen op het moment dat hij wist van het onrechtmatig handelen en bekend werd met de schade, te weten in 2018.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan aan het aanvangstijdstip van de lange verjaringstermijn, dus het moment van de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, niet worden getornd.
Deze verjaringstermijn heeft een objectief en in beginsel absoluut karakter om de rechtszekerheid te dienen.
Slechts in zeer bijzondere uitzonderlijke situaties zou de redelijkheid en billijkheid een beperkende werking kunnen hebben op de lange verjaringstermijn.
Dit zou bijvoorbeeld kunnen in situaties waarin het bestaan van de schade pas kan worden geconstateerd, nadat de verjaringstermijn is verstreken.
Dit ziet echter alleen op schade die naar haar aard verborgen is gebleven tot het moment dat de verjaring intreedt, met als gevolg dat de verjaring in feite het ontstaan van de rechtsvordering verhindert.
Van dergelijke bijzondere omstandigheden aan de zijde van de eisende partij is, anders dan eisende partij zelf lijkt te veronderstellen, in deze zaak niet gebleken.
Eisende partij heeft weliswaar gesteld dat gedaagde niet aan zijn informatieplicht jegens eisende partij heeft voldaan, maar gedaagde partij heeft daartegen onbetwist aangevoerd dat hij niet bekend was met het legaat omdat hij zijn oom een volmacht had verleend ten behoeve van de verdeling van de nalatenschap van erflater.
Bij die verdeling is overigens een notaris in Suriname betrokken geweest die de nalatenschap heeft afgewikkeld zonder rekening te houden met het testament.
Bovendien betreft de gestelde schade van eisende partij, het niet verkrijgen van het perceel, geen schade die naar haar aard verborgen blijft.
Eisende partij stelt pas in 2018 bekend geworden te zijn met het legaat, maar eisende partij heeft desgevraagd ter zitting niet kunnen verklaren waarom hij niet eerder dan 2018 informatie heeft ingewonnen over de nalatenschap van erflater.
Dat eisende partij niet onmiddellijk na het overlijden van erflater op onderzoek is uitgegaan omdat hij het moeilijk had met het verlies van zijn vader is te begrijpen, maar betreft niet een dusdanige bijzondere omstandigheid waarmee verklaard wordt waarom eisende partij ruim 30 jaar heeft stilgezeten.
Vooral nu eisende partij zelf ter zitting heeft aangevoerd dat erflater bij leven vaak opmerkte dat eisende partij niet hoefde te vrezen voor een ongelijke behandeling ten opzichte van de wettige erfgenamen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de lange verjaringstermijn van twintig jaar is gaan lopen vanaf de gebeurtenis waardoor de gestelde schade aan de zijde van eisende partij is ontstaan.
De eisende partij heeft zelf het ontstaansmoment van zijn schade gesteld op het moment van toebedeling van het perceel aan gedaagde partij in 1993 omdat op dat moment het perceel eigendom is geworden van gedaagde partij.
Dit was dus ruim 27 jaar geleden.
Dit betekent dat de vordering van eisende partij is verjaard en hierom zal worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over verjaringstermijnen in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.