De Rechtbank Noord-Holland heeft op 18 november 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er voldoende gronden aanwezig waren voor het instellen van een beschermingsbewind over een onroerende zaak.
Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de onroerende zaak, waarvan het adres bekend is bij deze rechtbank, waarop betrokkene vruchtgebruik heeft alsmede over haar legaat uit de erfenis van de vader van verzoeker en betrokkene (hierna te noemen vader).
Erfrecht. Bewind. Beschermingsbewind. Meerderjarige. Verzoek tot instelling van bewind over een onroerende zaak. Vermogensrechtelijke belangen. Testament. Legaat. Vruchtgebruik van woning. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat betrokkene wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is haar belangen van vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen.
De vader van verzoekers en betrokkene heeft volgens verzoekers in zijn testament opgenomen dat verzoekers erfgenamen zijn en dat betrokkene het vruchtgebruik heeft op voornoemde woning alsmede een legaat.
Betrokkene woont momenteel alleen in deze woning.
Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en verzoekers zorgen al jaren voor haar.
Betrokkene zou volgens verzoekers willen verhuizen naar A, omdat verzoekers hier ook wonen.
Verzoekers willen de opbrengst van de woning met zijn drieën delen.
Verzoeker 1 wil zijn broer en betrokkene uitkopen zodat zij er alle drie wat geld aan over houden.
Betrokkene wil weg, maar verzoekers zullen haar nimmer uit de woning gaan zetten.
Verzoeker 1 wil juist de woning behouden.
Verzoekers geven aan dat zij dit wilden regelen via de notaris, maar dat de notaris een gesprek met betrokkene heeft gevoerd en vond dat betrokkene de gevolgen van het opzeggen van het legaat en vruchtgebruik niet goed kon overzien.
De notaris heeft een extern bureau ingeschakeld en ook dit bureau vond betrokkene niet capabel om het een en ander te kunnen overzien.
Omdat verzoekers de verkoop van de woning nu niet kunnen effectueren en omdat betrokkene een aanzienlijk bedrag aan erfbelasting moet gaan betalen als zij het vruchtgebruik en legaat niet opgeeft, verzoeken zij beperkt bewind over de woning.
Volgens verzoekers betaalt betrokkene liever niet een groot bedrag aan erfbelasting en zij vindt het niet erg om het legaat en vruchtgebruik op te geven.
Verder voeren verzoekers aan dat zij ook het spaargeld van vader eerlijk onder hen drieën hebben verdeeld, ondanks dat verzoekers de enige erfgenamen zijn.
Er is nog een halfzus, maar die heeft een andere vader.
Zij is akkoord met het verzoek.
Het verzoek is ter zitting behandeld.
Betrokkene heeft verklaard dat zij twee keer in de week hulp krijgt.
Zij weet niet van wie zij hulp krijgt.
Zij staat op een wachtlijst voor begeleid wonen, maar zij weet niet hoe lang al.
Het bevalt haar ook wel goed in het huis van vader, ook nu zij daar alleen woont.
Voorts verklaart betrokkene dat zij van haar broers in deze woning mag blijven wonen.
Verzoeker 1 geeft aan dat betrokkene hulp krijgt van haar persoonlijk begeleider van de Prinsenstichting.
Verzoeker 1 voert aan dat zij met zijn allen willen genieten van de woning.
Zij wisten niet precies wat het legaat inhield.
Volgens verzoeker 2 was het de bedoeling van vader dat zij allemaal van de erfenis kunnen genieten en dat vader mogelijk verkeerd is voorgelicht.
Verzoeker 1 voert aan dat de bepalingen ten aanzien van de woning de wens van moeder zijn geweest zodat betrokkene niet op straat komt te staan.
Hij weet zeker dat vader dit anders niet zo had opgesteld.
Hij voert aan dat het testament lang geleden is opgesteld en zijn vader niet meer achter de inhoud van het testament zou staan.
Hij benadrukt dat, als de woning op zijn naam staat, hij betrokkene niet op straat zal zetten.
Verzoekers vinden een algemeen bewind onnodig.
Betrokkene kan met hulp van verzoekers haar eigen financiën beheren.
Als de kantonrechter oordeelt dat iemand anders tot bewindvoerder moet worden benoemd, stelt verzoeker 1 voor om halfzus te benoemen.
Verzoekers vinden het niet prettig als een professionele bewindvoerder wordt benoemd.
Dan zien zij liever helemaal af van het bewind, zodat het blijft zoals het nu is.
Betrokkene wil dat haar broers haar financiën blijven doen en geeft aan dat iemand van buiten haar niet kent.
Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter indien een meerderjarige als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, een bewind instellen over één of meer van de goederen, die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.
De kantonrechter is van oordeel dat ter zitting vast is komen te staan dat betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
De kantonrechter heeft in haar oordeel ook de verklaring van de arts meegenomen die op 24 augustus 2021 betrokkene zonder verdere aanwezigheid van anderen bij haar thuis heeft onderzocht.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene geestelijk kwetsbaar is.
Betrokkene is bekend met een verstandelijke beperking en daarnaast heeft zij een psychiatrisch belaste voorgeschiedenis.
Naar de overtuiging van de arts is betrokkene niet in staat zelfstandig haar wensen naar behoren te bepalen en de reikwijdte van haar beslissingen te overzien ten aanzien van het afwikkelen van de nalatenschap van haar vader.
Ook in algemene zin is de arts van oordeel dat betrokkene niet in staat is haar zakelijke en persoonlijke belangen naar behoren zelfstandig te behartigen.
Ook de kantonrechter heeft ter zitting de overtuiging gekregen dat betrokkene niet in staat in haar eigen belangen te behartigen.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er gronden zijn om bewind uit te spreken en dat het ook noodzakelijk is dat bewind wordt uitgesproken.
Vervolgens dient de kantonrechter ingevolge het bepaalde in artikel 1:434 lid 1BW ambtshalve te bepalen welke goederen onder bewind gesteld dienen te worden, dan wel buiten het bewind vallen.
Verzoekers verzoeken het bewind te beperken tot beslissingen die betrekking hebben op de woning waarop betrokkene het legaat en vruchtgebruik heeft.
Verzoekers willen geen bewind als het een algemeen bewind wordt.
Zoals hiervoor aangegeven is de kantonrechter van oordeel dat bewind noodzakelijk is.
De kantonrechter stelt de omvang van het bewind vast en kan hierbij afwijken van hetgeen door verzoekers is verzocht.
De kantonrechter zal ambtshalve bewind uitspreken over alle goederen, daaronder begrepen vermogensrechten op goederen, die (zullen) toebehoren aan betrokkene.
De kantonrechter neemt daartoe het volgende in ogenschouw.
Verzoekers willen dat betrokkene afziet van haar deel in de nalatenschap van vader te weten haar legaat en het vruchtgebruik van de woning, zodat zij de woning kunnen verkopen en er contant geld beschikbaar komt.
Betrokkene moet daarvoor rechten opgeven.
Verzoekers stellen dat zij de belangen van betrokkene goed zullen blijven behartigen en haar niet op straat zullen zetten.
Betrokkene is, passend bij haar stoornis en ontwikkelingsniveau, ambivalent in haar wens om te verhuizen, dan we in de woning te blijven wonen.
Zij is niet in staat zelf beslissingen te nemen over haar toekomst.
Zij kan de gevolgen van het opgeven van het vruchtgebruik en het legaat niet overzien.
De regeling die door vader in zijn testament is opgenomen, biedt vooralsnog de meeste waarborgen voor betrokkene.
De inhoud van het testament zoals dat door vader is opgesteld ten overstaan van een notaris, hoe lang geleden dit ook is geweest, is leidend voor de afwikkeling van zijn nalatenschap en de positie van de woning in deze nalatenschap, niet hetgeen verzoekers menen dat de laatste wil van hun vader zou zijn geweest.
Een beperkt bewind geeft verzoekers de vrijheid om hun belangen te laten prevaleren boven die van betrokkene en de hen onwelgevallige bepalingen uit het testament terzijde te schuiven.
De kantonrechter acht dit niet in het belang van betrokkene.
Vervolgens dient te kantonrechter te beoordelen wie er moet worden benoemd tot bewindvoerder.
Op grond van artikel 1:435 lid 3 BW volgt bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
De kantonrechter ziet aanleiding om af te wijken van de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene om iemand te benoemen die haar kent.
Vader heeft in zijn testament opgenomen dat betrokkene een legaat en het vruchtgebruik op de woning heeft.
De kantonrechter heeft de opvatting dat verzoekers wegen zoeken om de bepalingen in het testament van vader te omzeilen, zodat zij zo spoedig mogelijk hun erfdeel kunnen innen.
Nu vast is komen te staan dat betrokkene geestelijk kwetsbaar is, dient betrokkene hiertegen beschermd te worden door iemand die geen familieband heeft met haar.
Om deze reden zal de kantonrechter ook niet ingaan op het voorstel van verzoeker 1 om halfzus te benoemen.
De halfzus is daarvoor te nauw bij de familie betrokken.
De kantonrechter heeft de professionele bewindvoerders A. en F., vennoten van L Bewindvoering te Z, bereid gevonden om te worden benoemd tot bewindvoerders.
De kantonrechter zal hen als zodanig benoemen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over bewind of curatele, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.