De Rechtbank Overijssel heeft op 12 oktober 2022 uitspraak gedaan over de wijze van dagvaarden in hoedanigheid, na beneficiaire aanvaarding en het toepasselijk worden van wettelijke vereffening, van resp. erfgenaam, vereffenaar en executeur.
A en B hebben X gedagvaard, zonder daarbij specifiek aan te geven in welke hoedanigheid X wordt aangesproken.
X meent dat de zussen daarom niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen.
De rechtbank volgt die conclusie van X niet.
Dit oordeel is gebaseerd op de hierna volgende motivering.
Erfrecht. Procesrecht. Dagvaarding. Ontvankelijkheid. Dagvaarden in hoedanigheid. Erfgenaam. Vereffenaar. Executeur. Beneficiaire aanvaarding. Wettelijke vereffening. Ruimschootsverklaring.
De rechter oordeelt als volgt.
In verband met de nalatenschap van erflater neemt X juridisch gezien verschillende posities in.
Op basis van het testament van erflater heeft zij te gelden als enig erfgenaam en is zij benoemd tot executeur.
X heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard en als gevolg daarvan moet zij als vereffenaar worden aangemerkt.
In al die gevallen is X bekend met de feiten en omstandigheden die gelden ten aanzien van de nalatenschap.
Om te bepalen of er naar aanleiding van de dagvaarding van A en B sprake is van niet-ontvankelijkheid is van belang of X heeft kunnen en moeten begrijpen in welke hoedanigheid zij is aangesproken en of zij mogelijk in haar belangen is geschaad door de manier waarop zij nu is aangesproken.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft X begrepen op welke manier zij wordt aangesproken.
Dat blijkt uit het feit dat zij inhoudelijk verweer heeft gevoerd en dat zij daarbij zelf een tegenvordering heeft ingesteld.
Op geen enkele manier is gebleken dat zij in haar belangen is geschaad door onduidelijkheid in de dagvaarding.
Het ligt ook in de rede dat X de vorderingen goed heeft kunnen begrijpen aangezien alle vorderingen met betrekking tot de nalatenschap van erflater, hoe dan ook, alleen tegen X kunnen worden ingesteld.
De rechtbank zal de zussen daarom ontvangen in hun vorderingen jegens X.
Ten aanzien van de hoedanigheid van X stelt de rechtbank vast dat er tot op heden nog sprake is van vereffening van de nalatenschap.
X heeft, zoals genoemd, de nalatenschap beneficiair aanvaard en zij heeft als executeur geen zogenaamde ‘ruimschootsverklaring’ (als bedoeld in artikel 4:202 lid 1 onder a) afgelegd.
Dat heeft tot gevolg dat de regels van de wettelijke vereffening op de nalatenschap van toepassing zijn.
De rechtbank gaat ervanuit dat de vereffening nog niet is afgerond omdat er tussen partijen nog geschillen bestaan over bepaalde posten op de boedelbeschrijving van de nalatenschap.
Op grond van artikel 4:223 lid 2 BW kan een schuldeiser tijdens de vereffening zijn vordering bij vonnis laten vaststellen.
De rechtbank gaat ervanuit dat de vorderingen van A en B in dit kader aan haar zijn voorgelegd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.