De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 20 mei 202 uitspraak gedaan over het toetsingskader voor een ondercuratelestelling.

De vragen die de kantonrechter moet beantwoorden hebben allen betrekking op de vraag welke beschermingsmaatregel of maatregelen op dit moment aangewezen zijn voor betrokkene en wie deze maatregel(en) uit dient te voeren.

Nu de door de bewindvoerder verzochte ondercuratelestelling de meest verstrekkende maatregel is, zal de kantonrechter eerst dit verzoek beoordelen.

Erfrecht. Beschermingsmaatregelen meerderjarigen. Ondercuratelestelling. Maatstaf. Toetsingskader. Wilsonbekwaamheid. Benoeming van een deskundige.

De rechter overweegt als volgt.

Op grond van artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel

b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,

en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

Vooropstaat dat een ondercuratelestelling een vergaande maatregel is, die maakt dat betrokkene handelingsonbekwaam wordt.

Bij de beoordeling welke beschermingsmaatregel aangewezen is, is het van groot belang dat een beschermingsmaatregel niet dieper en langer ingrijpt op het recht op zelfbeschikking dan strikt noodzakelijk is.

Beschermingsmaatregelen moeten met andere woorden voldoen aan eisen van proportionaliteit – alleen inbreuk voor zover nodig – en subsidiariteit – voorrang voor een minder zware maatregel.

De kantonrechter heeft reeds bij beschikking van 22 januari 2021 geoordeeld dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zodat op dit moment niet ter discussie staat dat een beschermingsmaatregel noodzakelijk is.

Het is de vraag of met de huidige maatregelen de belangen van betrokkene al dan niet voldoende kunnen worden behartigd.

Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet allereerst worden gekeken naar het standpunt en de positie van betrokkene in deze procedures.

Namens zoon X is in het verweerschrift van 15 april 2022 namelijk aangevoerd dat hij zich afvraagt of betrokkene degene is die zijn advocaat opdracht heeft gegeven tot het voeren van juridische procedures en of betrokkene weet wat er namens hem wordt verzocht in rechte.

Dit is volgens zowel zoon X als de bewindvoerder en mentor één van de redenen waarom betrokkene onder curatele zou moeten worden gesteld.

Mr. G heeft hierover ter zitting aangegeven dat hij op dit moment het standpunt van betrokkene niet kan verwoorden, omdat betrokkene zelf niet meer duidelijk aan kan geven wat hij wil.

Dat betekent echter niet dat hetgeen is opgenomen in het verweerschrift dat namens betrokkene in een eerdere stadium is ingediend, op dat moment niet de visie van betrokkene is geweest.

Dat standpunt is echter het standpunt van weleer en inmiddels ingehaald door de tijd, aldus mr. G.

Het is mr. G duidelijk geworden dat betrokkene achteruit gaat en niet meer duidelijk kan maken wat hij wil.

Dit is ook het beeld dat de kantonrechter tijdens het gesprek voorafgaand aan de zitting heeft gekregen.

Namens zoon Y is hier tegenin gebracht dat betrokkene in een vertrouwde setting zou moeten worden gehoord en dat er onder die omstandigheden op een goed niveau met betrokkene te spreken is.

Het is voor betrokkene belastend geweest dat hij op een al voor hem drukke dag op de rechtbank door de kantonrechter is gehoord en daarmee is betrokkene volgens zoon Y niet in zijn kracht gezet.

Betrokkene kan onder andere (minder belastende) omstandigheden zijn mening geven.

Zoon Y is van mening dat betrokkene nog wilsbekwaam is en onbekenden niet altijd weten wanneer betrokkene een grap maakt.

Derden kunnen daaraan verkeerde consequenties verbinden, zo stelt hij.

Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst zoon Y naar de medische verklaring van de arts d.d. 6 juli 2020 waarin zij aangeeft betrokkene wilsbekwaam te achten om zijn mening te geven over zaken omtrent zijn (voormalige) woning.

De kantonrechter overweegt hierover dat zij op 17 december 2021 bij betrokkene thuis op bezoek is geweest en toen samen met de griffier uitvoerig met betrokkene heeft gesproken.

Hoewel het beeld dat de kantonrechter van betrokkene heeft gekregen toen niet wezenlijk anders was dan op 22 april 2022, neemt dat niet weg dat er bij partijen nog steeds groot verschil van inzicht is over de wilsbekwaamheid van betrokkene.

De kantonrechter acht het in het belang van betrokkene en ook in het belang van deze procedure dat hierover duidelijkheid komt.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er onderzoek moet worden gedaan naar de wilsbekwaamheid van betrokkene en dat hiervoor een deskundige moet worden benoemd.

De kantonrechter is voornemens om daarvoor één van artsen uit het VIA-register Wilsbekwaamheid van de Vereniging Artsen Volksgezondheid te benoemen, die tevens werkzaam is in de provincie Friesland.

Alvorens de deskundige te benoemen, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen hun voorkeur en/of bezwaren kenbaar te maken ten aanzien van de in het VIA-register opgenomen deskundigen.

Daarbij moeten zij gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan een bepaalde deskundige en of, en zo ja waarom, volgens hen de andere deskundigen niet voor benoeming in aanmerking komen.

De kantonrechter zal daarna een beslissing nemen.

De kosten van het deskundigenonderzoek zullen ten laste van de Staat komen.

De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat aan de deskundige de volgende vragen moeten worden voorgelegd:

1. Betrokkene is als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat ten volle zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, in welke mate wordt hij hierin gehinderd?

2. In hoeverre kan betrokkene nog rechtshandelingen verrichten en in hoeverre kan hij de gevolgen van zijn handelen overzien?

3. In hoeverre is betrokkene wilsbekwaam ten aanzien van het voeren van juridische procedures en het inschakelen van een advocaat?

4. Kan betrokkene nog een voorkeur uitspreken over de te benoemen curator/bewindvoerder en/of mentor?

5. Heeft u nog andere informatie verkregen die voor de beoordeling relevant kan zijn?

De kantonrechter zal de beslissing dan ook aanhouden en partijen in de gelegenheid stellen hun voorkeuren en/of bezwaren ten aanzien van de voorgestelde deskundigen kenbaar te maken, aan te geven of zij bezwaar hebben tegen de voorgestelde vraagstelling en/of zij aanvullende vragen hebben die aan de deskundige moeten worden gesteld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.