De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan in kort geding  over de vraag of er een rechtmatig belang bestond bij een vordering tot inzage en afgifte van kopieën van bankrekeningen van de erflater.

Een punt dat partijen verdeeld houdt gaat over de vraag of alle bezittingen uit de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap correct gewaardeerd zijn en als zodanig zijn betrokken in de akte van verdeling.

Eiseres stelt dat zij het vermoeden heeft dat in de akte van verdeling een aantal bankrekeningen niet is vermeld.

Zij vordert daarom kopieën van de bankafschriften van alle zakelijke bankrekeningen en van de gemeenschappelijke bankrekeningen van A en gedaagde over de periode van 2004 tot en met 13 mei 2005 .

In dit kader heeft eiseres een vordering ingesteld op grond van artikel 843a Rv.

Zij vordert afgifte van kopieën van een aantal documenten.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Kort geding. Inzage en afgifte van kopieën van bankrekeningen van de erflater. Spoedeisend belang? Rechtmatig belang?

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde heeft verweer gevoerd tegen de vordering.

Een van haar verweren is dat eiseres geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering.

Dat verweer slaagt niet.

Het volgende is daarvoor van belang.

Eiseres heeft onvoldoende weersproken gesteld dat zij afgelopen zomer voor het eerst kennis heeft genomen van de notariële stukken betreffende de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en de daarin opgenomen wijze van waarderen van de desbetreffende vermogensbestanddelen.

Op basis van de inhoud van die stukken heeft zij het vermoeden dat niet alle bezittingen uit de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap correct zijn gewaardeerd en als zodanig zijn betrokken bij de akte van verdeling.

Zij wil daarover zo snel mogelijk opheldering krijgen en aan de hand daarvan eventueel een vordering instellen jegens gedaagde.

Hierin is voldoende spoedeisend belang gelegen.

Voor zover eiseres deze deelvordering baseert op de stelling dat bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap bestanddelen van die gemeenschap buiten de verdeling zijn gebleven, faalt die stelling.

Zoals hiervoor is overwogen, moet er voorshands van worden uitgegaan dat bij de verdeling al die bestanddelen aan gedaagde zijn toebedeeld.

Een gebrek dat mogelijk aan de waardering van die bestanddelen kleeft, kan niet leiden tot ongedaanmaking of aanpassing van die verdeling, omdat die mogelijkheid in de akte van verdeling is uitgesloten, maar ook omdat de wettelijke vervaltermijn die daarvoor geldt (artikel 3:200 BW) al is verstreken.

Dat laat echter wel de mogelijkheid open dat, als dergelijke waarderingsfouten zijn gemaakt, eiseres op die grond een vordering op gedaagde heeft op grond van een door gedaagde gepleegde onrechtmatige daad.

In het kader van die laatstgenoemde mogelijkheid zal de deelvordering worden beoordeeld.

In artikel 843a lid 1 Rv is bepaald dat voor inzage, afschrift of uittreksel noodzakelijk is dat

  • de eiser of verzoeker een rechtmatig belang bij inzage, uittreksel of afschrift heeft,
  • het moet gaan om bepaalde bescheiden en
  • het verzoek bescheiden moet betreffen aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of verzoeker partij is.

Aan de hand van deze vereisten zal beoordeeld worden of de vordering van eiseres kan worden toegewezen.

Eiseres stelt dat zij het vermoeden heeft dat in de akte van verdeling een aantal bankrekeningen niet is vermeld.

Zij vordert daarom kopieën van de bankafschriften van alle zakelijke bankrekeningen en van de gemeenschappelijke bankrekeningen van A en gedaagde over de periode van begin 2004 tot en met 13 mei 2005 .

Hierover wordt als volgt geoordeeld.

De gevorderde kopieën van de afschriften van de zakelijke bankrekeningen zijn niet toewijsbaar.

Uit bijlage 6 van de akte van verdeling volgt dat de aandelenwaardering van de holding is betrokken bij de verdeling.

Een aandelenwaardering omvat mede de waarde van de zakelijke bankrekeningen.

Dat de zakelijke bankrekeningen niet afzonderlijk staan vermeld op bijlage 6 bij de akte van verdeling is daarom verklaarbaar.

Nu niet is gesteld dat die aandelenwaardering gebrekkig was omdat daarbij bankrekeningen van de holding en/of de onderneming buiten beschouwing zijn gebleven, heeft eiseres gelet op het voorgaande niet een rechtmatig belang bij het verkrijgen van kopieën van de bankafschriften van de afzonderlijke zakelijke bankrekeningen.

Eiseres vordert kopieën van de bankafschriften van de volgende drie (gemeenschappelijke) bankrekeningen van A en gedaagde : (i) rekeningnummer B op naam van [gedaagde] , (ii) rekeningnummer C op naam van “boedel van de heer A ” en (iii) een privérekening waarvan de uitvaart is betaald.

Bij de gevorderde kopieën van de bankafschriften van de eerste twee bankrekeningen heeft eiseres een rechtmatig belang.

Mede aan de hand daarvan kan namelijk worden beoordeeld of de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap juist is gewaardeerd.

Eiseres heeft namelijk terecht opgemerkt dat de door haar genoemde twee bankrekeningen niet staan vermeld op bijlage 6 bij de akte van verdeling, terwijl gedaagde niet heeft weersproken (zodat hier vaststaat) dat destijds wel van die rekeningen sprake was.

Van een fishing expedition zoals door gedaagde is aangevoerd, is dan ook geen sprake.

De hoogte van de overbedelingsschuld van gedaagde aan eiseres is in 2005 vastgesteld aan de hand van de totale waarde van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.

De hoogte van die overbedelingsschuld kan mogelijk anders zijn als blijkt dat de waarde van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap niet juist is gewaardeerd.

De gevorderde kopieën van de bankafschriften hebben dus betrekking op een rechtsbetrekking waarin eiseres partij is.

Ook aan het hiervoor vermelde derde vereiste is dus voldaan.

Tot slot geldt dat het om bepaalde bescheiden moet gaan.

Eiseres heeft concreet uiteengezet van welke bankrekeningen zij de kopieën van de bankafschriften wil hebben en ook op welke periode die bankafschriften betrekking moeten hebben.

Aan het hiervoor vermelde tweede vereiste is daarom ook voldaan.

Voor wat betreft de hiervoor genoemde derde bankrekening geldt dat eiseres op basis van het in dat kader door haar gestelde geen rechtmatig belang heeft bij de gevorderde kopieën van de bankafschriften daarvan.

Het is onduidelijk gebleven welk bankrekeningnummer de door haar genoemde bankrekening had/heeft en bij welke bank deze bankrekening werd/wordt aangehouden.

Hierdoor kan niet worden nagegaan of de betreffende bankrekening wel of niet staat vermeld op bijlage 6 bij de akte van verdeling.

Ook heeft gedaagde hierdoor geen concreet verweer kunnen voeren tegen de vordering van eiseres sub op dit punt.

Het staat dus op dit moment onvoldoende vast dat de waarde van de betreffende bankrekening niet is betrokken bij de waardering van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.

Gelet hierop heeft eiseres geen rechtmatig belang bij afgifte van de kopieën van de bankafschriften van die bankrekening.

De vordering van eiseres wordt op dat punt daarom afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.