De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 oktober 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een schenking was herroepen.
Eiser was sinds omstreeks 1998 de levensgezel van A.
Eiser vordert nakoming van een schenkingsovereenkomst die hij heeft gesloten met zijn levensgezel, kort voordat zij kwam te overlijden.
Gedaagden hebben aangevoerd dat A de schenking heeft herroepen.
Erfrecht. Schenking. Herroeping van een schenking. Aanvaarding van een schenking. Beding. Was de schenking onder ontbindende voorwaarden gesloten? Stelplicht en bewijslast.
De rechter oordeelt als volgt.
Overwogen wordt dat het inderdaad, zoals gedaagden stellen, aannemelijk is dat A de schenking van het horloge aan heeft willen herroepen.
Dat kan immers worden afgeleid uit onder meer de e-mail van 12 oktober 2020 waarin A, nadat zij de relatie met eiser had beëindigd, eiser adviseert om de aankoop van het horloge bij de verkoper te annuleren.
Of A daadwerkelijk de schenking heeft willen herroepen kan echter verder in het midden blijven, gelet op het navolgende.
Uitgangspunt is dat een schenkingsovereenkomst, net zoals iedere andere overeenkomst, moet worden nagekomen. Dat betekent ook dat de schenker in beginsel niet kan terugkomen op een schenking.
Dit laatste is slechts anders:
1. zolang de schenking nog niet is aanvaard; of
2. indien bij het aangaan van de schenking is bedongen dat de schenking kan worden herroepen.
Voor zover gedaagde ter zitting hebben aangevoerd dat de schenking door A kon worden herroepen omdat de schenking nog niet door eiser was aanvaard, wordt dit verweer niet gevolgd.
Uit de WhatsApp-correspondentie van 1 en 3 oktober 2020 kan niet anders worden afgeleid dan dat eiser de schenking van de koopprijs van het horloge van € 38.000,- heeft aanvaard.
Volgens gedaagde zijn partijen een schenking onder ontbindende voorwaarde van herroeping overeengekomen.
Zij hebben daartoe slechts aangevoerd dat de schenking mondeling is overeengekomen.
Dat enkele feit rechtvaardigt op zichzelf echter niet de conclusie dat sprake is van een herroepelijke schenking.
Gedaagden hebben geen andere feiten of omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot het oordeel dat bij het aangaan van de schenking een ontbindende voorwaarde is bedongen, terwijl dat wel op hun weg lag.
De stelplicht en bij voldoende gemotiveerde betwisting, de bewijslast van het bestaan van een ontbindende voorwaarden rust immers op hen.
Omdat gedaagde onvoldoende concrete stellingen hebben ingenomen, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat voor zover A de schenking heeft herroepen, die herroeping geen rechtsgevolg heeft gehad.
Daarom kan eiser in beginsel nakoming vorderen van de overeengekomen schenking.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.