De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de waardering van onroerend goed bij de verdeling van een nalatenschap.
De zaak ziet op de verdeling van een nalatenschap.
Ter zitting is met partijen afgesproken dat zij zich bij akte uitlaten over het gewenste verdere verloop van de procedure, over de verkoop, dan wel de verdeling van de onroerende zaken die tot de nalatenschap behoren.
Beide partijen hebben kenbaar gemaakt over te willen gaan tot verdeling.
De rechtbank ziet aanleiding om aanvullende vragen aan de deskundigen te stellen alvorens tot verdeling over te gaan.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Verplichte medewerking van erfgenamen aan verdeling. Waardering onroerend goed. Nader deskundigenrapport. Opdracht aan erfgenamen.
De rechter oordeelt als volgt.
Tijdens de zitting van 23 februari 2023 heeft de rechtbank met partijen gesproken over het verdere verloop van deze procedure.
Besproken is dat twee verschillende routes gevolgd kunnen worden, namelijk:
Optie 1 : al het onroerend goed wordt verkocht en de verkoopopbrengst tussen partijen zal worden verdeeld naar rato van hun aandeel in de nalatenschap;
Optie 2 : verdeling van de onroerende zaken bij vonnis, waarbij het definitieve deskundigenrapport van de drie deskundigen als uitgangspunt zal gelden.
Indien partijen overeenstemming zouden bereiken over verkoop van het onroerend goed (optie 1), dan dienden zij bij akte enkel een voorstel te doen voor een makelaar die het verkooptraject ter hand zou kunnen nemen.
Indien tenminste één van partijen niet tot verkoop zou willen overgaan, dan zal de rechtbank overgaan tot verdeling van de onroerende zaken (optie 2).
Tijdens de zitting is met partijen besproken dat de rechtbank het noodzakelijk acht om naar aanleiding van het deskundigenrapport nog enkele aanvullende vragen beantwoordt te zien voordat zij daadwerkelijk tot verdeling kan overgaan.
Omdat niet de rechtbank, maar partijen de opdracht aan de deskundigen hebben verstrekt zijn zij ook degenen die de aanvullende vragen aan de deskundigen moeten voorleggen.
Aan partijen is ter zitting verzocht op voorhand aan de deskundigen te vragen of zij bereid zijn tot het beantwoorden van aanvullende vragen, omdat – als zij hun verdere medewerking weigeren – een nieuwe deskundige aangesteld zal moeten worden.
Voor het geval de deskundigen geen medewerking willen verlenen, is aan partijen verzocht zich in hun akte uit te laten over de persoon van deze nieuw te benoemen deskundige.
Beide partijen hebben bij akte laten weten dat zij het onroerend goed onder de erfgenamen wensen te verdelen.
Dit betekent dat de tweede route, zoals hierboven beschreven, gevolgd zal worden.
Zoals al door de rechtbank aangekondigd zal het deskundigenrapport bij de verdeling als uitgangspunt dienen.
Wél dienen eerst enkele aanvullende vragen die zijn opgekomen naar aanleiding van dit rapport aan de deskundigen voorgelegd te worden, voordat daadwerkelijk verdeeld kan worden.
De gedaagde en eiseres betogen in hun laatst genomen aktes dat een nadere rapportage door een nieuwe deskundige noodzakelijk is gezien de vele omissies en fouten in het deskundigenrapport.
Volgens gedaagde en eiseres kan het deskundigenrapport niet als uitgangspunt dienen bij de verdeling, omdat in het rapport onjuist is gerapporteerd op diverse punten.
Zij willen daarom dat een nieuwe deskundige wordt benoemd die (aanvullend) onderzoek zal uitvoeren.
De rechtbank volgt gedaagde en eiseres hierin niet.
Dat er in het deskundigenrapport mogelijk nog enkele onjuistheden of onduidelijkheden staan kan worden gecorrigeerd met de beantwoording door de deskundigen van aanvullende vragen.
De rechtbank ziet geen enkele aanleiding om het gehele onderzoek opnieuw te laten uitvoeren.
Omdat geen van partijen in haar aktes heeft betoogd dat een nieuwe deskundige moet worden benoemd, omdat de deskundigen niet bereid zijn tot beantwoording van nadere vragen gaat de rechtbank ervan uit dat die bereidheid bij de deskundigen bestaat.
De rechtbank zal daarom partijen opdragen de hierna geformuleerde aanvullende vragen te stellen aan de drie genoemde deskundigen.
De punten uit het deskundigenrapport waarover nog onduidelijkheid bestaat zijn op de zitting van 23 februari 2023 door de rechtbank aan de orde gesteld.
Het gaat daarbij allereerst om de invloed van de bodemverontreiniging op de waarde van het onroerend goed waar voorheen een garagebedrijf in heeft gezeten.
Daarnaast blijkt ten onrechte door de deskundigen één pand te zijn aangemerkt als leegstaand en één pand als gerenoveerd.
Tenslotte zou inmiddels vaststaan dat de gemeente de dakopbouw niet alsnog wenst te legaliseren.
Omdat deze omstandigheden van invloed (kunnen) zijn op de waarde van de desbetreffende onroerende zaken, is nader onderzoek door de deskundigen op deze punten vereist voordat tot verdeling overgegaan kan worden.
De rechtbank zal partijen opdragen om opdracht te geven aan de deskundigen voor een aanvullend deskundigenbericht ter beantwoording van de hiervoor vermelde aanvullende vragen.
Daarbij geldt dat deze vragen beantwoordt moeten worden naar de stand ten tijde van het definitieve deskundigenbericht.
Partijen zullen vervolgens de gelegenheid krijgen om bij conclusie op het aanvullend deskundigenbericht te reageren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.