De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om een erfgenaam-deelgenoot te houden aan een 18 jaar geleden opgemaakte taxatie van een woning.
De rechtbank stelt voorop dat haar uit het verhandelde op de mondelinge behandelingen van 8 januari 2019 en 30 januari 2023 is gebleken dat eiser, gedaagde en verweerder allen willen komen tot verdeling van de nalatenschap van erflater.
Onderwerp van geschil is nog de verdeling van de onroerende zaken.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar een deelgenoot te houden aan een 18 jaar geleden opgemaakte taxatie?
De rechter oordeelt als volgt.
Gelet op het vorenstaande is nog onderwerp van geschil de verdeling van de onroerende zaken en de vordering van gedaagde op de nalatenschap ter zake van door hem uit eigen middelen betaalde schulden van de nalatenschap tot een bedrag van € 50.176,06.
Verweerder heeft bij conclusie van antwoord de hoogte van dit bedrag bestreden, omdat hij slechts voor een bedrag van € 28.868,00 verantwoording zou hebben ontvangen.
De advocaat van verweerder heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 30 januari 2023 meegedeeld dat verweerder, gezien het door gedaagde bij akte overlegging stukken bij de rechtbank ingekomen op 12 september 2022 overgelegde overzicht vergezeld van de onderliggende nota’s resulterend in het bedrag van € 50.176,06, instemt met deze vordering van gedaagde.
De rechtbank zal het aanvankelijk tegen deze vordering van gedaagde op de nalatenschap door verweerder gevoerde verweer dan ook onbesproken laten en dit bedrag bij het vaststellen van de wijze van verdeling betrekken.
Eiser wil tot verdeling van de onroerende zaken komen door middel van verkoop daarvan met verdeling van de opbrengst.
Gedaagde en verweerder wensen dat de onroerende zaken aan hen gezamenlijk worden toegedeeld, ieder voor de onverdeelde helft, tegen de waarde die in 2005 tussen partijen bindend is vastgesteld door drie taxateurs.
Gedaagde legt het taxatierapport over dat door deze taxateurs is opgesteld.
Eiser meent aan deze waarde niet (meer) te kunnen worden gehouden.
Ter onderbouwing van hun standpunt dat de waarde van de onroerende zaken voor partijen bindend is vastgesteld verwijzen gedaagde en verweerder naar de beschikking van de kantonrechter van 29 augustus 2005.
Verder stellen zij dat eiser met deze bindende taxatie heeft ingestemd.
De rechtbank overweegt dat de beschikking die de kantonrechter op 29 augustus 2005 heeft gegeven, een beschikking betreft op een verzoek van de notaris met toepassing van artikel 96 Rv.
Op grond van artikel 96 Rv kunnen partijen zich samen tot een kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen met betrekking tot zaken die anders door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank zouden worden behandeld.
In dit geval heeft de notaris de kantonrechter verzocht drie taxateurs te benoemen die voor partijen bindend de onroerende zaken zullen waarderen.
De kantonrechter heeft daarop drie taxateurs benoemd.
De kantonrechter heeft in deze beschikking niet beslist dat de taxatie van deze benoemde taxateurs voor partijen bindend is.
Uit het verzoek van de notaris aan de kantonrechter lijkt wel te volgen dat het de bedoeling was van alle drie de broers dat de benoemde taxateurs een voor hen bindende taxatie zouden verrichten, maar van een partijen bindende rechterlijke beslissing is op dit punt geen sprake.
Echter, ook als ervan wordt uitgegaan dat partijen destijds zijn overeengekomen dat de taxatie van de benoemde taxateurs bindend zou zijn, zal de rechtbank de waarde die de taxateurs in hun taxatierapport van 11 november 2005 hebben vastgesteld niet meer voor de verdeling tot uitgangspunt nemen.
Op grond van artikel 3:166 lid 3 jo. artikel 6:2 BW worden de rechtsbetrekkingen ook tussen de deelgenoten in een nalatenschap beheerst door de eisen van de redelijkheid en de billijkheid.
De rechtbank is van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om eiser te houden aan de door de taxateurs inmiddels bijna 18 jaar geleden getaxeerde waarde van de onroerende zaken.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de omstandigheid dat de verdeling zo lang op zich heeft laten wachten niet louter en alleen aan eiser valt toe te rekenen.
Alle drie de partijen hebben daarin een aandeel gehad.
Dat eiser de anterieure overeenkomst met de gemeente niet heeft ondertekend kan, anders dan gedaagde en verweerder betogen, ook niet leiden tot de conclusie dat de onroerende zaken verdeeld moeten worden tegen de op 11 november 2005 getaxeerde waarde.
Immers onderdeel van de nalatenschap maken uit de onroerende zaken in de staat waarin deze zich bevonden ten tijde van het openvallen van de nalatenschap, dus voor wat betreft de drie percelen met twee bouwvergunningen.
Die moeten in deze staat worden verdeeld.
Dat door het niet sluiten van de anterieure overeenkomst geen derde bouwvergunning op deze percelen werd verleend, is voor de verdeling niet relevant.
Afgezien daarvan komt de weigering van eiser om deze overeenkomst te ondertekenen de rechtbank ook niet onredelijk voor, gelet op de daarin door de gemeente voor partijen opgenomen verplichtingen en de daaraan verbonden financiële consequenties.
Deze weigering kan ook daarom geen grond vormen hem te houden aan de getaxeerde waarde van 18 jaar geleden.
De rechtbank zal gelet op het vorenstaande de wijze van verdeling niet vaststellen overeenkomstig de wens van gedaagde en verweerder.
Aangezien tussen partijen, gelet op hun stellingen over en weer, geen overeenstemming bestaat op welke wijze de verdeling van de onroerende zaken dan plaats moet vinden zal de rechtbank de volgende wijze van verdeling vaststellen.
De onroerende zaken moeten worden verkocht en geleverd aan een derde tegen de prijs die bij onderhandse verkoop bij aanbieding vrij van huur en gebruik en op de voor het onroerend goed meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding wordt geboden door de meest biedende gegadigde.
Voorts zal de rechtbank bepalen dat de aan de verkoop verbonden kosten ten laste van de opbrengst van de onroerende zaak/zaken moeten worden gebracht en dat van de dan resterende opbrengst aan gedaagde moet worden voldaan € 50.176,06.
Het bedrag dat dan resteert moet tussen partijen worden verdeeld in die zin dat aan ieder van hen één derde deel toekomt.
De rechtbank zal bepalen dat de verkoop plaats dient te vinden door middel van opdracht, binnen zes weken na datum van dit vonnis, aan de makelaar/taxateur.
De rechtbank zal voorts bepalen dat indien partijen er niet in slagen gezamenlijk bij het verlenen van de opdracht aan de makelaar de vraag- en laatprijzen te bepalen, de makelaar de door haar als ter zake deskundige opdrachtnemer vast te stellen bindende marktconforme vraag- en laatprijzen bepaalt.
De rechtbank zal bepalen dat partijen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomsten aangaan met degene(n) die de hoogste prijs biedt/bieden.
Indien op de voor omschreven wijze (een) koopovereenkomst(en) tot stand zullen zijn gekomen dienen partijen hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het ondertekenen daarvan en dienen zij hun onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte(n) ter zake van de verkoop en levering van de onroerende zaken.
De rechtbank zal bepalen dat inden (één van) partij(en) geen medewerking verleent/verlenen dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats zal treden van de benodigde rechtshandeling en/of de wilsverklaring van de niet meewerkende partij(en) aan het ondertekenen van de opdracht aan de makelaar, de koopovereenkomst(en) en/of de notariële akte(n) van levering.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.