Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag een vordering tot betaling van rente uit een geldlening was verjaard.
Bij testament van 16 maart 1988 heeft de vader beschikt over zijn nalatenschap.
Hij heeft de moeder en de vijf kinderen ieder voor een gelijk deel (dus ieder voor een zesde deel) benoemd als erfgenaam, en een ouderlijke boedelverdeling gemaakt waarbij de nalatenschap is toegedeeld aan de moeder en de vijf kinderen een niet opeisbare vordering op haar kregen.
Partijen worden hierna de vereffenaar en kind 1 genoemd.
Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of, zoals kind 1 stelt, de vordering tot betaling van rente is verjaard.
De vereffenaar betwist dit.
Hij stelt zich in de grief op het standpunt dat een verjaringstermijn van twintig jaar geldt, en dat een beroep op deze termijn niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Is de vordering tot betaling van rente uit geldlening verjaard? Verjaringstermijnen. Zekerheidsstelling. Hypotheek. Redelijkheid en billijkheid.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof overweegt als volgt.
Kind 1 heeft zich beroepen op het bepaalde in artikel 3:308 BW waarin is vermeld dat de vordering tot betaling van renten van geldsommen na vijf jaar verjaart.
Hij heeft daarbij erop gewezen dat de ratio van artikel 3:308 BW erin ligt dat moet worden voorkomen dat niet-betaalde termijnen oplopen tot een zware schuld, ten gevolge waarvan de huishouding van de schuldenaar zou worden verstoord.
Vast staat dat de vordering van de moeder op kind 1 uit hoofde van de geldleenovereenkomst met de verplichting tot betalen van rente is vastgelegd bij notariële akte, waarbij tot zekerheid van terugbetaling van de hoofdsom alsmede van de bedongen renten ten behoeve van de moeder hypotheek is gevestigd.
Dat, zoals kind 1 betoogt, de notaris een standaardakte van hypotheek heeft gebruikt en kind 1 en de moeder niet al te nauwkeurig hebben gekeken, leidt er niet toe dat niet kan worden uitgegaan van de dwingende bewijskracht van deze authentieke akte.
Aangezien de vordering tot betaling van de hoofdsom en bedongen rente is verzwaard met hypothecaire zekerheid is niet artikel 3:308 BW maar artikel 3:323 BW van toepassing.
In lid 3 van laatstgenoemd artikel is een verjaringstermijn van twintig jaar vermeld ten aanzien van de rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis tot zekerheid waarvan een hypotheek strekt.
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever met dit artikel het vertrouwen van de schuldeiser dat is verbonden aan het hypotheekrecht heeft bedoeld te beschermen door een uitzondering te maken op de gewone verjaringstermijn, in dit geval de vijfjaarstermijn genoemd in artikel 3:308 BW.
Immers, zonder lid 3 van artikel 3:323 BW zou de in artikel 3:323 lid 1 BW genoemde verjaringstermijn bij door hypotheek verzekerde vorderingen voor de hypotheekhouder tot onaangename verrassingen kunnen leiden, nu verjaring van de rechtsvordering in beginsel tot verval van de hypotheek leidt.
Met het oog daarop heeft de wetgever met het derde lid van artikel 3:323 BW de verjaringstermijn voor deze gevallen op twintig jaren gebracht na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de hypotheek aan de vordering werd verbonden.
Anders dan kind 1 heeft betoogd is het hof niet gebleken dat de wetgever bij het ontwerp van dit artikel vooral zakelijke bancaire kredieten voor ogen had in het kader van de zakelijke relatie tussen bank en cliënt.
Een onderscheid tussen een dergelijke overeenkomst en die tussen kind 1 en de moeder zou een grote inbreuk maken op de (rechts)zekerheid die juist is beoogd met het onder hypothecair verband verstrekken van een geldlening.
Met het vastleggen van de overeenkomst bij notariële akte waarbij zekerheid voor nakoming is gesteld door middel van hypotheek is niet alleen aan de moeder als schuldeiser zekerheid verleend, maar is tevens zekerheid verleend voor de belangen van de nabestaanden van de moeder.
Dat de overeenkomst, zoals kind 1 betoogt, berust op een vertrouwensband in familiesfeer, maakt niet dat van het bepaalde in artikel 3:323 BW dient te worden afgeweken en rijmt evenmin met de wijze van vastleggen van de overeenkomst en de verstrekte zekerheid.
Ook het feit dat kind 1 en de moeder een hechte band met elkaar hadden, waarbij kind 1 haar hulp bood en gezelschap hield toen zij ouder werd, en de moeder graag wilde dat kind 1 het goed had, dat hij het niet moeilijk zou krijgen door de verplichting om terug te betalen en dat hij dat alleen zou doen wanneer zij geld nodig had, legt in het geheel van de omstandigheden onvoldoende gewicht in de schaal om te oordelen dat het in strijd is met de eisen van de redelijkheid en billijkheid om een beroep te doen op de verjaringstermijn van twintig jaar.
Dit geldt evenzo ten aanzien van hetgeen kind 1 heeft aangevoerd over het onregelmatige betalingsgedrag van kind 1 en dat hij en de moeder aan de uitvoering van de overeenkomst van lening op hun eigen manier feitelijk invulling hebben gegeven.
Het hof zal dan ook, anders dan de rechtbank, de verjaringstermijn van twintig jaar hanteren.
Voor zover kind 1 heeft willen betogen dat slechts ten aanzien van een gedeelte van de rentevorderingen een verjaringstermijn van twintig jaren geldt, omdat de hypotheek na het gedeeltelijke royement (akte van 10 februari 2009) nog slechts zag op een bedrag van € 135.000-, heeft hij dit onvoldoende onderbouwd in het licht van het feit dat hypothecaire zekerheid is blijven rusten en volgens de volmacht de inschrijving “overigens van volle kracht en waarde blijft”.
Hieruit volgt niet dat de inschrijving is beperkt tot het genoemde bedrag van € 135.000,-.
Integendeel.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.