De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de waardering van een belastingschuld die in de nalatenschap viel.

Erflaatster heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt en de ouderlijke boedelverdeling van toepassing verklaard, waarbij alle goederen en schulden zijn toebedeeld aan erflater en eiseres een vordering op erflater heeft verkregen ter hoogte van haar erfdeel.

Eiseres stelt dat in 2006 het huwelijksvermogen € 1.594.293,00 (€ 1.163.796,00 aan buitenlands vermogen en € 430.497,00 aan Nederlands vermogen) bedroeg en dat de helft hiervan, te weten € 797.146,50, de nalatenschap van erflaatster betreft.

Ter onderbouwing van haar stelling beroept eiseres zich op de door haar overgelegde ‘vaststellingsovereenkomst vrijwillige verbetering’ tussen erflater en de belastingdienst.

Onderdeel van de vaststellingsovereenkomst is de opgave van het gemiddelde buitenlandse vermogen in de periode 2003 tot en met 2014.

Uit deze opgave blijkt dat het gemiddelde buitenlandse vermogen van erflater en erflaatster in 2006, het jaar dat erflaatster is overleden, € 1.163.796,00 bedroeg.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Waarde van nalatenschap. Peildatum. Vermogen. Waardering van een belastingschuld. Inkeerregeling. Vaststellingsovereenkomst.

De rechter oordeelt als volgt.

Vaststaat dat erflater met de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten waarvan de opgave van het gemiddelde buitenlandse vermogen in 2006 onderdeel is.

Deze vaststellingsovereenkomst is ook door gedaagde ondertekend.

Dat de vaststellingsovereenkomst een ander (fiscaal) doel diende, betekent niet dat de inhoud van de vaststellingsovereenkomst en van de bijbehorende opgave niet juist is.

Het ligt op de weg van gedaagde om feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de onjuistheid blijkt.

Dit heeft gedaagde nagelaten.

Dat er in 2006 mogelijk nog niet over het (gehele) buitenlandse vermogen kon worden beschikt is geen reden om dit vermogen bij de vaststelling van de waarde van de nalatenschap buiten beschouwing te laten.

Onder de waarde van de goederen van de nalatenschap van erflaatster wordt namelijk verstaan de waarde op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflaatster (artikel 4:6 BW).

Dit betekent verder dat de rechtbank bij de vaststelling van de omvang van de nalatenschap geen rekening zal houden met boetes en fiscale consequenties vanwege de inkeer in 2017.

Vaststaat immers dat er op het moment van overlijden van erflaatster niet was ingekeerd.

Boetes en fiscale consequenties waren toen dus niet aan de orde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.