Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een bewindvoerder aansprakelijk was uit onrechtmatige daad voor betalingen die waren verricht na het overlijden van de erflaatster.
Deze zaak betreft de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster, die is overleden in 2017 .
Over alle goederen van de erflaatster is op 30 oktober 1995 een meerderjarigenbewind ingesteld.
Geïntimeerde is tot bewindvoerder benoemd.
Na het overlijden van de erflaatster heeft geïntimeerde als bewindvoerder geld van een hoog renderende bankrekening overgemaakt naar een rekening met minder rente.
Volgens appellant was geïntimeerde daartoe niet bevoegd en heeft zij aldus onrechtmatig gehandeld; zij moet de schade die daardoor is ontstaan van € 9.713,54 aan de nalatenschap vergoeden.
Geïntimeerde heeft op de mondelinge behandeling verteld dat zij aan een medewerkster van de bank heeft gezegd dat de erflaatster was overleden.
Die medewerkster zei haar toen: ‘dan moet je dat geld op een andere rekening zetten, anders krijg je een boete.’
Zo is geschied.
Geïntimeerde zegt dat zij op dat moment ook wist wie de erfgenamen van de erflaatster waren en dat zij maar een van die erfgenamen was, maar dat zij de overboeking toch heeft gedaan in goed vertrouwen, ook voor de anderen.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Bewind. Aansprakelijkheid van de bewindvoerder. Onrechtmatige daad jegens de nalatenschap? Bevoegdheid tot het doen van betalingen.
De rechter oordeelt als volgt.
Door het overlijden van de erflaatster op 30 mei 2017 zijn het bewind en de taak van geïntimeerde als haar bewindvoerder geëindigd.
Geïntimeerde was dan ook vanaf de dag van overlijden van de erflaatster in beginsel niet meer bevoegd betalingen te laten doen van de bankrekening(en) van de erflaatster.
Wel is het zo dat geïntimeerde op grond van artikel 1:448 lid 3 BW na het einde van het bewind en van haar taak als bewindvoerder verplicht bleef al datgene te doen wat niet zonder nadeel voor de rechthebbende kon worden uitgesteld.
Het hof is van oordeel dat die verplichting niet meebrengt dat zij de betreffende overboeking mocht laten doen.
Geïntimeerde had voldoende tijd en gelegenheid die overboeking en de reden daarvoor (de – overigens niet met stukken onderbouwde – gestelde dreiging van een boete) met de andere erfgenamen te bespreken.
Dat heeft zij niet gedaan.
Bij gebreke van een beheerregeling waren de erfgenamen dan ook alleen samen bevoegd om die bankrekening te beheren en daarvan betalingen te laten doen.
Door die betalingen toch te laten doen heeft geïntimeerde inbreuk gemaakt op het recht van de andere erfgenamen; daardoor is schade ontstaan omdat op de rekening waarop zij het geld heeft laten overmaken minder rente werd vergoed.
Geïntimeerde heeft dan ook onrechtmatig gehandeld jegens de andere erfgenamen.
Geïntimeerde heeft het bedrag van de schade niet betwist.
Het hof zal de vordering van appellant toewijzen en die vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van overboeking.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.