Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of bij een overboeking van gelden door de executeur sprake was van onverschuldigde betaling of van een gift.
Het gaat in deze zaak om de vraag aan wie het totaal van € 100.000 toekomt dat vlak voor het overlijden van wijlen erflaatster door de executeur is overgemaakt naar een vruchtgebruikrekening op naam van erflaatster en appellante.
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Executele. Levenslang vruchtgebruik. Overboeking door executeur-testamentair naar vruchtgebruikrekening. Onverschuldigde betaling of gift?
De rechter oordeelt als volgt.
De executeur is een neef van erflaatster, die een affectieve relatie had met de vader van appellante (A).
A is op 7 september 1997 overleden.
In zijn testament heeft hij appellante tot zijn enig erfgenaam benoemd.
Verder heeft hij aan erflaatster het levenslange vruchtgebruik van zijn gehele nalatenschap gelegateerd, onder de verplichting daarvoor zekerheid te stellen.
Erflaatster heeft ter voldoening aan die verplichting bij de ABN AMRO bank een vruchtgebruik(kapitaal)rekening geopend.
Het saldo van de nalatenschap van A van (omgerekend) € 113.883,82 is op deze rekening overgemaakt.
In december 2001 heeft erflaatster onbevoegd beleggingen gedaan met tegoeden op deze rekening.
Het saldo is nadien aangezuiverd.
Ongeveer twee decennia later, in januari en februari 2021, is in totaal € 100.000 vanaf de ING betaalrekening van erflaatster naar de vruchtgebruikrekening overgemaakt, waarna het saldo van de vruchtgebruikrekening € 213.833,82 bedroeg.
Zij was toen 95 jaar en is kort daarna, op 6 maart 2021, overleden.
Onder bezwaar van drie legaten heeft zij het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis tot haar enig erfgenaam benoemd.
De executeur en appellante hebben ieder voor zich aanspraak gemaakt op de gelden die in 2021 zijn overgeboekt.
Na bewijsvoering heeft de executeur daarin gelijk gekregen: de rechtbank heeft ‘voor recht’ verklaard dat de overgeboekte bedragen onverschuldigd zijn betaald en door appellante aan de executeur moeten worden overgemaakt.
Appellante is bevolen daaraan mee te werken, en de executeur is gemachtigd dit zelf te bewerkstelligen als appellante dat niet doet.
De vorderingen van appellante zijn afgewezen.
De bedoeling van het hoger beroep is dat appellante alsnog in plaats van de executeur in het gelijk wordt gesteld en als rechthebbende op het in 2021 overgeboekte bedrag kan worden aangemerkt.
Het hof zal oordelen dat de bestreden vonnissen in stand blijven.
De bezwaren (grieven), die zich in essentie allemaal richten tegen de bewijsoverwegingen van de rechtbank in het eindvonnis van 2 augustus 2023, zullen gezamenlijk worden behandeld.
Tegen de vonnissen van 12 oktober 2022 en 8 februari 2023 heeft appellante geen kenbare grieven gericht, zodat zij in zoverre in haar hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Het hof kan kort zijn: appellante heeft in haar grieven niets aangevoerd dat af kan doen aan de constatering van de rechtbank dat de aanleiding voor het doen van de overboekingen een misverstand is geweest en de beslissingen die daaruit voortvloeien.
Het hof schaart zich volledig achter die overwegingen en beslissingen, en voegt daar voor de duidelijkheid nog het volgende aan toe.
Volgens appellante is het motief voor de overboeking van het geld op de vruchtgebruikrekening niet opgehelderd, maar is het ‘niet ondenkbaar’ dat erflaatster gezien de geschiedenis tussen beiden een motief heeft gehad om een bedrag over te maken (het hof leest: te schenken) aan de dochter van haar overleden partner.
Het hof is van oordeel dat dit motief juist slecht denkbaar is.
Hoewel de gemeenschappelijke woning van A en erflaatster eigendom was van de laatste, heeft appellante er kennelijk op grond van uitlatingen van haar vader op vertrouwd dat zij die woning van erflaatster zou erven.
Maar vijftien jaar na zijn dood heeft erflaatster op 11 december 2012 een testament opgemaakt waarin appellante niet als erfgenaam is aangewezen of enig vorderingsrecht aan haar is toegekend.
Kennelijk vond erflaatster toen niet dat zij iets aan appellante verschuldigd was.
Volgens appellante zelf waren de verhoudingen toen al geruime tijd (sinds de dood van haar vader) ernstig verstoord geraakt.
Tekenend voor de nadien ontstane spanningen is de aangifte van fraude, valsheid in geschrifte en verduistering die appellante eind 2001 tegen erflaatster heeft gedaan, toen zij had geconstateerd dat ongeveer 45.000 euro van de vruchtgebruikrekening was afgeboekt.
Het hof heeft in die situatie geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat erflaatster vervolgens, kort voor haar dood, ‘als goed katholiek’ appellante nog wel met een ton heeft willen compenseren.
Bovendien is het motief voor de overboeking juist wel opgehelderd.
Daarover zijn door de executeur en zijn vrouw – die beiden geen financieel belang hebben bij de uitkomst van dit geschil – duidelijke, onderling overeenstemmende en geloofwaardige verklaringen afgelegd.
Appellante heeft hun lezing van de gang van zaken niet met kracht van argumenten ter discussie gesteld.
De gang van zaken die door deze twee getuigen wordt beschreven, is de volgende.
De beëindiging van de beleggingsactiviteiten van erflaatster resulteerden in een bijboeking van ongeveer € 118.000 op haar ING-rekening.
De executeur kon de herkomst van dat hoge bedrag niet ontdekken en zijn tante, die inmiddels al wat in de wereld verloren was geraakt, gaf desgevraagd steeds aan het ook niet te weten.
De executeur herinnerde zich nog wel dat erflaatster een oude vruchtgebruikrekening had waarop ongeveer eenzelfde bedrag was overgemaakt, maar zijn tante kon niet zeggen of het geld van die rekening afkomstig was.
De executeur – die geen inzicht in deze vruchtgebruikrekening had, maar zich wel realiseerde dat zijn tante daarvan geen geld mocht opnemen – was bang dat dit wel het geval was, en heeft zijn tante om die reden geadviseerd het geld op deze rekening te storten, ook omdat ze volgens de vrouw hadden begrepen dat het bedrag er moest staan voor het overlijden.
Het zou volgens hem eventueel altijd nog teruggeboekt kunnen worden.
Met instemming van zijn tante heeft de executeur dat vervolgens in drie delen via zijn eigen bank-app gedaan.
Pas na het overlijden van erflaatster, toen hij volledig inzicht had gekregen in de financiële situatie, kwam de executeur erachter dat een ton teveel op de vruchtgebruikrekening stond.
Die verklaringen worden ondersteund door hun brief van 12 mei 2021 aan de notaris, waaruit blijkt dat zij er toen nog vanuit gingen dat op de vruchtgebruikrekening alleen het door erflaatster begin 2021 gestorte bedrag van € 100.000,- stond.
De conclusie van de rechtbank dat de executeur in dat geval een vordering op appellante heeft omdat de overboekingen zonder rechtsgrond zijn verricht, houdt het hof daarmee voor juist.
Appellante heeft niets aangevoerd dat tot een andere conclusie kan leiden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.