Van onze advocaat verdeling erfenis. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 3 mei 2019 uitspraak gedaan over een aangifte van de erfbelasting.  Had de erflater nog andere schulden? Berekening van de omvang van de legitieme.

Erflaatster mevrouw Y, overleden in 2016, heeft belanghebbende, haar dochter mevrouw X, bij testament benoemd tot enig en algeheel erfgenaam.

Tot haar overlijden heeft erflaatster Stichting A te B als bewindvoerder. Executeur-testamentair is C, de echtgenoot van belanghebbende.

C heeft in de aangifte voor de erfbelasting een zuiver saldo van de nalatenschap van € 304.449 negatief vermeld, onder meer bestaande uit € 129.367 aan bank- en spaarrekeningen en contante gelden en € 414.490 aan andere schulden.

Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur de andere schulden niet in aanmerking genomen en de aanslag, na toepassing van een vrijstelling van € 20.148, berekend naar een belaste verkrijging van € 89.893 (-/- € 304.449 + € 414.490 -/- € 20.148).

De Rechtbank heeft overwogen:

In geschil is of de aanslag naar een juist bedrag is vastgesteld. Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken.

De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast voor het bestaan en de hoogte van de andere schulden bij belanghebbende ligt. In haar schrifturen en ter zitting heeft belanghebbende het bestaan en de hoogte van de andere schulden niet nader onderbouwd en daarvoor geen enkel bewijsstuk overgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende dan ook niet in haar bewijs geslaagd. Haar weigering gegevens aan de belastingdienst te verstrekken omdat zij die, naar zij stelt, al in 2003 en 2013 zou hebben verstrekt, komt voor haar rekening.

Belanghebbende kan geen beroep doen op een (door haar zo genoemde) door de Inspecteur te hanteren bestendige gedragslijn; de bewijslast rust nu eenmaal op haar.

Het door belanghebbende in haar stukken gedane bewijsaanbod wijst de rechtbank af. De rechtbank geeft belanghebbende geen termijn om alsnog stukken over te leggen.

Belanghebbende is ruimschoots in de gelegenheid geweest bewijsstukken te overleggen en heeft dat doelbewust niet gedaan. Het zou in strijd zijn met de goede procesorde haar in deze fase van de procedure alsnog die gelegenheid te geven.

Indien sprake is van een beroep op een legitieme portie, kan de aanslag ingevolge artikel 53 van de Successiewet worden verminderd.

Ook van een beroep op de legitieme portie heeft[belanghebbende geen stukken overgelegd zodat hiermee geen rekening kan worden gehouden.

Aangaande de stelling van belanghebbende dat de Inspecteur zou hebben geweigerd schriftelijk te communiceren en een hoor-gesprek misbruikt om druk uit te oefenen, overweegt de rechtbank dat de Inspecteur wettelijk de verplichting heeft belanghebbende in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord.

Uit de stukken en uit hetgeen belanghebbende dienaangaande zelf heeft verklaard komt duidelijk naar voren dat de Inspecteur deze verplichting is nagekomen.

Ook verder is niet gebleken dat de Inspecteur, tegenover de soms uiterst grievende uitlatingen van belanghebbende en haar gemachtigde, op enig moment heeft gehandeld in strijd met enige regel van behoorlijk bestuur. Ook deze beroepsgrond van belanghebbende faalt dus.

Op grond van het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.

Aangifte erfbelasting. Heeft erflater nog andere schulden? Berekening omvang Legitieme.

In hoger beroep is in geschil, net als bij de Rechtbank, of erflaatster € 414.490 aan andere schulden had.

De rechter oordeelt als volgt.

De Rechtbank heeft naar het Hof zijn oordeel terecht en op goede gronden geoordeeld dat het gelijk ten volle aan de zijde van de Inspecteur is.

Het Hof neemt in aanmerking dat belanghebbende, ook in hoger beroep, geen feiten en omstandigheden heeft gesteld dan wel, tegenover de betwisting door de Inspecteur, aannemelijk gemaakt die de conclusie rechtvaardigen dat erflaatster meer schulden heeft dan bij de vaststelling van de aanslag door de Inspecteur in aanmerking zijn genomen.

Opmerking verdient dat ter onderbouwing van de gepretendeerde schulden niet – ook in het licht van de gemotiveerde weerspreking door de Inspecteur, die herhaaldelijk doch tevergeefs heeft verzocht bewijsstukken te overleggen – kan worden volstaan met het enkel stellen van het bestaan van de schulden.

Het hoger beroep is ongegrond.

Het Hof ziet geen reden aan te nemen dat de belastingrente, waartegen geen afzonderlijke grief is ingebracht, tot een onjuist bedrag is berekend

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over  schulden van de nalatenschap of over de erfbelasting, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.