De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot opheffing van een testamentair bewind.
Verzoeker verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het testamentair bewind op te heffen en te bepalen dat alle onder bewind gestelde goederen aan hem worden overgedragen althans in zijn macht worden gebracht, een en ander door de overdracht daarvan op de daartoe voorgeschreven wijze.
Ter onderbouwing van dit verzoek stelt verzoeker dat hij de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze kan besturen.
Hij heeft nooit schulden gehad en leidt een stabiel leven.
Erfrecht. Bewind. Opheffen van testamentair bewind, Is aannemelijk dat verzoeker de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:178 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van een rechthebbende een testamentair bewind opheffen na verloop van vijf jaren na het overlijden van de erflater en indien aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.
Erflaatster is op 28 december 2017 overleden, zodat inmiddels meer dan vijf jaren zijn verstreken tussen het overlijden van erflaatster en het verzoek van verzoeker.
Aan het vereiste dat er vijf jaar moet zijn verstreken tussen het overlijden van erflaatster en indiening van het verzoek is dus voldaan.
De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van S, voormalig sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de bewindvoerder blijkt dat aannemelijk is dat verzoeker de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.
S heeft verzoeker sinds 2007 begeleid.
Die begeleiding is door de pensionering van S inmiddels gestopt, maar ondanks dat bezoekt S verzoeker regelmatig om hem te helpen.
S heeft verklaard dat de problemen waar verzoeker mee kampt nooit hebben geleid tot financiële problemen.
De bewindvoerder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat verzoeker hem niet de indruk heeft gegeven dat hij niet met geld kan omgaan.
De bewindvoerder heeft benadrukt dat verzoeker over de nalatenschap van zijn moeder kan beschikken en niets voor andere erfgenamen hoeft over te houden.
De reden voor erflaatster om het testamentair bewind in te stellen, was volgens de bewindvoerder met name gelegen in het feit dat erflaatster dacht dat door de verkoop van haar woning een grote som geld zou vrijkomen.
Dat geld moest beschermd worden.
Verzoeker bewoont echter de woning van erflaatster nog steeds.
Hij heeft er een hypotheek opgenomen, waar hij maandelijks € 1.000,- van krijgt uitgekeerd.
Een en ander leidt ertoe dat naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk is dat verzoeker de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen.
Het verzoek zal daarom worden toegewezen in die zin dat het bewind over dat wat verzoeker uit de nalatenschap van erflaatster heeft verworven zal worden opgeheven.
Het opheffen van het testamentair bewind heeft op zichzelf al tot gevolg dat alle onder bewind gestelde goederen aan verzoeker zullen moeten worden overgedragen dan wel in zijn macht moeten worden gebracht.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.